column nr 226

Ik wandel langs het Scheur op een rustige herfstdag. Ik neem plaats op een bankje en kijk wat om mij heen. Er is hier niemand zover ik kan zien. Plots is daar een manspersoon. Hij komt mijn kant uit. Ik groet hem, hij groet terug, staat stil en neemt plaats naast mij.

Na een aantal minuten zwijgen – hij ziet kennelijk dat ik naar het water staar – zegt hij plotseling: “Waar doet het water u aan denken?” Ik denk even na en antwoord dan: “Ik denk aan het verhaal van Boeddha die aan de rivier stond en diezelfde vraag kreeg. Het eindigt met de bekende uitdrukking, go with the flow. Ga mee met de stroomrichting.” Hij reageert: “Is dat ook uw levensmotto?” Ik antwoord eerlijk dat ik vaak juist tegen de stroom in zwem. Hij denkt even na en vraagt dan: “Maakt dat u gelukkig of ongelukkig?”

Ik heb daarover eerlijk gezegd nooit nagedacht. Hij ziet mijn peinzende blik en vervolgt: “Kunt u makkelijk dingen en mensen los laten?” Omdat ik daar volledig van overtuigd ben, antwoord ik direct: ”Ik ben heel goed in loslaten. Afscheid nemen valt mij nooit zwaar. Als ik al iemand los laat, het boek sluit omdat die persoon het in mijn ogen ernaar maakt, dan doe ik dat zonder moeite. Ik pieker er niet langer over. Het is dan klaar.”

Hij knikt goedkeurend. Na enkele minuten vraagt hij: “Hoe weet u dat het klaar is? Denkt u nog wel eens aan die persoon? Heeft u achteraf gedachten over hoe het anders had kunnen lopen?”

Inderdaad, dat soort gedachten duiken af en toe op. Ik knik aarzelend. Hij vraagt: ”Waar is dan het gesloten boek? In gedachten hebt u het dus niet helemaal losgelaten. Ziet u dat in?”

Hmmm, dat is stof tot nadenken. Ik kom daar zo direct niet uit en vertel hem dat eerlijk. Hij reageert met “U bent wel openhartig en eerlijk. Ook tegen onbekenden zoals ik. Weet u waarom u dat doet?”

Ik vind direct het antwoord: “Weet u, men zegt niet voor niks ‘eerlijk duurt het langst’. Ik probeer authentiek te leven zonder gekonkel, zonder policor gedrag. Ik hoef weliswaar niet alles te vertellen, niet alles te delen, maar als ik iets zeg, draai ik er niet omheen. Zelfs als het slechts een mening is over een bepaald onderwerp dan mag men die van mij weten. Soms vertel ik die niet, als dat mij beter uitkomt.”

Hij kijkt mij langdurig aan. Ik voel mij niet helemaal op mijn gemak. Ik wil hem dat net zeggen als hij opstaat.

Hij kijkt mij nog steeds aan en spreekt nog één keer alvorens weg te lopen: “Bedankt voor uw eerlijkheid… Wij zijn niet uitgesproken, zegt mijn gevoel. Ik hoop u nogmaals te ontmoeten. Ik wens u een fijn vervolg van de dag.”

Terwijl hij wegloopt in de richting waar hij vandaan kwam, staar ik nadenkend voor mij uit. Ik ben inderdaad nog niet klaar met hem. Ik heb echter geen idee of ik hem weer zal zien.

Voor mijn ogen drijft een grote groep zwanen. Statig, majestueus. Zij weten zich in het leven altijd goed te handhaven. Ineens besef ik dat zij niet tegen de stroom inzwemmen. Zij gaan mee met de stroom. Zij geven zich over aan wat groter en machtiger is dan zijzelf.

 

 

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Maandagcolumnist | Schrijver | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Gespreksleider Themacafé Bibliotheek MM | Aan de andere kant | Business Consultant | Blogger | Spindoctor |

2 Reacties

  1. Aad Rieken
    14 november 2017 at 09:50 — Beantwoorden

    “Filosofisch en/of Filosofie?!”

  2. Marcel Thomassen
    13 november 2017 at 08:51 — Beantwoorden

    was dit ’n fraai relaas over de werknemers plus cliënten van Stroomopwaarts MSV, die zich in het leven niet altijd zo goed weten te handhaven?
    Immers, ook zij drijven mee op een sterke (bureaucratisch) stroom. Ook zij moeten zich telkens weer overgeven aan iets wat groter en machtiger is dan zichzelf.

    WATERWEG (Het Scheur).

    Dit lage land van zand en slijk,
    het houdt zich vast aan duin en dijk,
    omdat het diep gezonken is.
    Je voelt het ‘s-ochtens aan het gras:
    het sopt en zuigt, het veld is dras;
    Je ziet dat het nog dronken is.

    Dit land drinkt stiekem in de nacht,
    omdat het te ontsnappen tracht
    aan pijn, verdriet en eenzaamheid.
    Het is gescheurd door grens en zee
    van Hoogland, Alp en Pyrenee,
    haar bergen en haar hoogte kwijt.

    Dit land zo hopeloos verslaafd
    omdat het zich zo gulzig laaft,
    is toch nog redelijk gezond.
    Het drinkt geen bocht uit glas of fles
    van druif of van jeneverbes,
    maar water uit haar eigen grond.

    Dit land dat nooit een druppel morst,
    zal nog ten ondergaan aan dorst,
    Toch weet je dat het dapper vecht.
    Het heeft voor ’t oog van iedereen,
    zichzelf vergeefs door eeuwen heen.,
    al 1000-keren droog-nat gelegd.

    Dit land drinkt uit haar eigen kroes,
    en ziet als in een roze roes,
    die Waterweg 2-maal als de troost.
    Al is dit water vuil en goor,
    van cadmium en lood en chloor:

    Santé! Gezondheid! Proost!

Praat mee! Vul hier uw reactie in