Woon jij in die stinkstad? Verbijsterd luister ik naar mijn gesprekspartner. Ik weet dat hij in een ander deel van het land woont, maar hij heeft echt geen benul van onze woonomgeving. Zo veel is wel duidelijk. Ik zal de eerste zijn die toegeeft, dat er dagen in het jaar zijn waarop er sprake is van stankoverlast. Natuurlijk – ik weet het – als ik na een vakantie in het noordoosten van ons land terugkeer is de lucht niet zo zuiver als daar. Dat merk ik zodra ik de auto uitstap. Toch ben ik van mening dat er, zeker in vergelijking met de tachtigerjaren, sprake is van een goede situatie. Ik zie veel groen, maar hoe maak ik hem dat nou duidelijk? Het kost mij een flinke speurtocht voor ik hem de feiten kan tonen.

De chemisch industrie is latent een gevaar voor de gezondheid. We weten dat uit de discussie rond DCMR en Odfjell. Toch lijkt onze stad tot die tijd voorzien van goede longen en is er een ruime groenvoorziening. Laten we het nu niet hebben over de mate van onkruidbestrijding en groenonderhoud. Wat ligt er eigenlijk aan groen binnen de gemeentegrenzen?

Gemeentelijke informatie

Op de gemeentesite stelt men dat “de gemeente verantwoordelijk is voor de aanleg en het onderhoud van het openbaar groen in de gemeente. U kunt hierbij denken aan plantsoenen, openbare groenstroken, groen- en bloembakken, bermen en parken, maar ook aan vijvers en waterpartijen. De gemeente onderhoudt deze groenvoorzieningen via een planning.”

Typisch ambtelijke taal. Ik stel: de gemeente onderhoudt via zijn medewerkers van de groenvoorziening; deze werken volgens een planning. Dit even terzijde. Uit die mededeling wordt een eenvoudig burger in ieder geval niet veel wijzer. Dan kijken we verder naar de ruimtelijke plannen.

Door het maken van ruimtelijke plannen legt de overheid vast hoe wordt omgegaan met de ruimte in Nederland. De gemeente legt het ruimtelijke beleid voor de stad vooral vast in structuurvisies, beleidsvisies en bestemmingsplannen.

De structuurvisie ligt vast in een fraai document van 55 pagina’s. In hoofdstuk 3.6 geeft men de visie op de Groenstructuur die in samenwerking met alle gemeenten rond het Midden Delfland is geformuleerd. Die visie geeft hoop voor de toekomst, hoewel de bewoording “streven naar” voor mij aangeeft dat het geen wet van Meden en Perzen is.

Concreet maken

Al met al blijft het te vaag. Het komt er op neer dat ik mijn eigen beeld moet vormen. Ik oordeel daarbij mede vanuit mijn jarenlange ervaringen als hondenwandelaar en het beeld dat ik kan vormen op grond van de kaart van Maassluis op Google maps©, waarop gearceerd staat wat ons grondgebied is.

Eigen grondgebied

Geheel in het westen grenzend aan Maasdijk ligt een strook met sportvoorzieningen en een drietal buurtparkjes langs de Albert Schweitzerdreef. Het is het gebied waar ik woon. Ik kan met een gerust hart stellen dat ik dik tevreden ben, maar hoe zit dat met de rest van Maassluis. Dat beeld wordt best zorgwekkend …

Over de spoorlijn ligt het Sterrenbos waarlangs Het Scheur stroomt. Er is reeds veel groen daar ingeleverd en het eind is nog niet in zicht. Ten noordoosten gaat het weidegebied van Lely volledig worden bebouwd. In Zuid Oost wordt het industriepark De Dijk ontwikkeld. Dan blijft er aan eigen groen: Lepelaarplantsoen, Volksbos, Het Wipperspark, Oleanderpark, Vondelpark, Sparrendal, De plas in Oost, Wat maar half telt zijn de sportvelden in de Sluispolder-Oost, aan de Rozenlaan en de Einsteindreef. We moeten het dus hebben van het openbaar groen en het groen in de privétuintjes.

Gelukkig vinden we binnen een redelijke actieradius het meest nabije deel van Midden-Delfland met Foppenplas, Bommeer, Broekpolder. Daarnasst nog enkele andere groene gebieden: de Oranjeplassen, de hele oeverstrook van de Nieuwe Waterweg, Oeverbos, de Vlaardingse Surfplas en de plas bij Het Kraaienest (De Lier) met een mooi strand.

Vogelvlucht

Wie verder kijkt vanaf een hogere positie ziet dat we gezegend zijn met een groen gebied Midden-Delfand, wat omklemd ligt door N468, N470, N471, N209 A13, A20 en de Nieuwe Waterweg. Ruwweg zijn dat de bebouwde kommen van Maasdijk, De Lier, Delft, Berkel en Rodenrijs, Schiebroek, Overschie, Schiedam Noord en Vlaardingen.

Midden-Delfland: groen zo ver het oog reikt. Helaas worden ook deze longen weer aangetast door de verlenging van de A4 en het tracé van de Blankenburgtunnel. Rook, uitlaatgas en de uitstoot door de industrie zijn slecht voor de gezondheid. Ik pleit dan ook in het belang voor komende generaties:

Maassluis denk aan uw longen.

 

Hoe gek kan het lopen

Ik schreef deze column op 17 juli en pal daarop bleek uit berichtgeving op die dag dat er financiële perikelen zijn rondom het recreatieschap Midden-Delfland. Dit is best een merkwaardig verschijnsel, want de afgelopen weken schreef ik vanuit mijn eigen fantasie elders over 4 onderwerpen die vervolgens ook binnen een paar uur in het nieuws kwamen.

 

nr 4, week 30, 2013

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Maandagcolumnist | Schrijver | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Gespreksleider Themacafé Bibliotheek MM | Aan de andere kant | Business Consultant | Blogger |