column nr 30

3 januari 2017, 20:28 uur was het tijdstip waarop ik een mail kreeg van ene Jelle uit Maassluis die mij vroeg of ik een column wilde schrijven en wellicht een vaste plek zou willen innemen. Mijn antwoord was vanzelfsprekend. Inmiddels is het mijn 30e column en zijn we exact een jaar verder.

Het begon met een stevig en serieus verhaal. Eentje die tot op de dag van vandaag nog heel erg waar is. Mijn eerste column ‘ Besef’ werd goed ontvangen en de reacties waren overweldigend. Het geeft je een gevoel van adrenaline wanneer je compliment na compliment ontvangt. Twee weken later dacht ik dat de volgende column misschien niet zo sterk zou zijn, maar het gevoel van stress en druk schudde ik snel van mijn schouders, dat was immers het hele punt van mijn eerste schrijven.

De columns die kwamen verschilden behoorlijk van thema, sommige hadden humor zoals Sint Valentijn over de naakte mannen die door de straten van Rome renden en met riemen uithaalden naar de vrouwen om ze zwanger te maken, ‘Help, we gaan er allemaal aan’ over de Jodiumpillen, die inmiddels binnen zijn, en de bijbehorende complotten en ‘Lekker kontje’ over die verschrikkelijke wegmisbruikers. Deze column werd bestempeld als meest gelezen column in de maand april, en oh wat was ik blij met mijn eerste plaats! Alhoewel, ik een sterk vermoeden heb dat dit iets te maken had met de titel.

Andere stukken hadden een iets serieuzere noot zoals ‘Er was eens’ over mijn leven als bonusmama sinds 3 jaar en een beetje, ‘Thuisblijvers’ waarin ik mijn mening schets over de stakingen rond de basisschoolleraren (hier was blijkbaar niet iedereen van gecharmeerd, maar ach you can’t please them all) en de column ‘Een brief van de recherche’, welke waarschijnlijk de moeilijkste column was om te schrijven. Waarom? Omdat het zo ongelofelijk persoonlijk is en een onderwerp aanhaalde waar ik eigenlijk niet vaak over praat.

Ik ben erachter gekomen dat het schrijven van columns een krachtig en mooi medium is, waarmee je mensen kunt ontroeren, frustreren, beledigen en steun kunt bieden. Toen mijn column ‘Stroomafwaarts’ werd gepubliceerd werd ik overstroomd met reacties waarin hulp werd aangeboden. Mailtjes door onbekenden met soortgelijke situaties en steunbetuigingen door naaste die zich niet realiseerde hoe belachelijk de situatie eigenlijk was. Mijn moeder was zich niet bewust van de impact die het zou hebben en ondanks dat er veel pogingen zijn gedaan, heeft het helaas niet geholpen. Toch heeft ze haar vrijwilligerswerk moeten opgeven en is ze de fabriek ingegaan. Het ‘positieve’ hieraan is dat het tijdelijk was en ze haar tijd al heeft volgemaakt. Nu is het wachten wat de volgende stap is, moet ze de fabriek weer in of mag ze doorgaan met het vrijwilligerswerk waar ze zoveel voldoening uithaalt.

Mijn columns zijn zich voor mij als een soort dagboek gaan vormen. Ik kijk terug naar het jaar 2017 middels 4 pagina’s op Maassluis.nu, 29 columns en gemiddeld 23.200 woorden (!) gevuld met verdriet, blijdschap, stress, tijdsdruk, moeheid, plezier en nog 1000 emoties waar ik een hele column mee kan vullen. En daarom wil ik zeggen: Bedankt Jelle voor deze mooie kans, bedankt Thijs voor de nodige inspiratie wanneer het ver te zoeken was, bedankt vrienden, familie en kennissen voor de steun, het delen van de columns en alle lof die ik van jullie kreeg, bedankt mensen op straat/ in supermarkten/ in de media voor de nodige frustraties als uitgangspunt voor mijn verhalen en bedankt aan mijzelf dat ik, ondanks de dagen waarop het laatste waar ik aan dacht een column schrijven was, het toch heb gedaan en een heel jaar heb volgehouden.

Zo, nu hebben we dat sentimentele geleuter ook weer gehad en kunnen we over twee weken beginnen met een echt onderwerp. Ik heb er zin in!

Kimberly Ruppert

Kimberly Ruppert

Kimberly Ruppert | Vrijdagcolumist | PR & Marketing | Kiru-Projects | Theater Stadsgehoorzaal Vlaardingen

1 Reactie

  1. Aad Rieken
    12 januari 2018 at 09:03

    ” GEFRUSTREERD!”

    Ik roep het al heel lang,
    sinds ik niet meer behang,
    “Het Is Ieders Belang”,
    plak ze met/zonder dwang,
    “ACHTER HET BEHANG!”