Toen ik lichtjaren geleden in Maassluis kwam wonen, stond het bekend als slaapstad. Dat etiket werd geplakt op meerdere steden rond Den Haag en Rotterdam. Men gaf daarmee aan dat ‘het’ niet gebeurde in onze stad. Daarvoor moest je in de grote steden zijn.

Als je toentertijd langs de diverse grote wooncomplexen reed – Sparrendal, Van Beethovenlaan, Burgemeester Zaneveldtstraat en omgeving – dan zag je er geen kip op straat. De parkeerplaatsen waren leeg en de huisvrouwen hadden het druk met de eigen kinderschare. De liefhebbende echtgenoten sappelden deels in de lokale industrie en verder vooral op Rozenburg, in de Rotterdamse haven of als ambtenaar in Den Haag.

Over dat laatste heb ik mijn twijfels. Ambtenaar en sappelen is volgens mij een contradictie.

Het etiket had evengoed ‘spookstad’ kunnen zijn: ‘uitgestorven bij gebrek aan nering’. In de afgelopen 35 jaar is er een behoorlijk leegloop geweest in de lokale industrie. De meeste grote industriële bedrijven zijn gestopt (Elementum, Verto, etc.). De lokale werkgelegenheid en bedrijvigheid is daarmee verder teruggelopen.

Andere tijden brengen andere mogelijkheden mee. Ook voor de werkgelegenheid. Het massale karakter is definitief verdwenen. Er zijn weinig plaatsen aan te wijzen waar het ‘gonst van de bedrijvigheid’.

Wie industriële bedrijvigheid zoekt, komt uit bij Lely of bij het gebied tussen Troelstraweg en Industrieweg, maar die laatste doet zijn naam geen eer aan. Het enige wat daar gonst is de Hoekse Lijn die een paar keer per uur voorbijkomt. Op het Balkon zijn wel veel bedrijven, maar deze zijn klein qua aantal werknemers.

Toch stelt de ondernemersclub MOVe dat er veel ondernemingen zijn op ons grondgebied. Getalsmatig klopt dat: er zijn meer dan 1200 ZZP ondernemers hier gevestigd. Deze verdienen hun brood deels binnen de stadsgrenzen doch veelal elders in of buiten de regio. Dat zijn dus ‘slapers’ volgens de oude begrippen. Dan moeten we verder zoeken in de hoek van het MKB, lokale winkeliers die niet gevestigd zijn in het winkelcentrum Koningshoek. Die zijn er inderdaad: een bakker, kaasboer, slager, boetiekjes, een naaiwinkel, een horecaonderneming of een drankhandel. Het zijn harde werkers maar het is sappelen op bescheiden schaal.

In het Winkelcentrum Koningshoek hebben (hadden?) diverse landelijke winkelketens een vestiging. Op dit moment is het er echter ook wachten op betere tijden. Er vindt een restyling plaats van alle winkelpuien en het wordt mooi. Dat betekent echter wel dat er op dit moment heel veel loze façades zijn.

Het heeft daarmee veel weg van een spookstad uit het Wilde Westen.

Afgelopen zondag was wat dat betreft voor mij het absolute dieptepunt. Ik moest door omstandigheden gedwongen een boodschap doen rond half zes en stapte de supermarkt binnen. Twintig mensen kwam ik tegen, waarvan de helft personeel. Er is voor mij in al die jaren weinig veranderd.

Terwijl ik naar huis reed, neuriede ik  zacht de hit van The Specials uit 1981 “Ghosttown”….

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Maandagcolumnist | Schrijver | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Gespreksleider Themacafé Bibliotheek MM | Aan de andere kant | Business Consultant | Blogger | Spindoctor |

1 Reactie

  1. Jan Buijsse
    3 maart 2014 at 09:42

    Als dit maar goedgaat: ‘Over dat laatste heb ik mijn twijfels. Ambtenaar en sappelen is volgens mij een contradictie.’