Wat is het nou dat Maassluis tot Maassluis maakt? Waarom voel ik me er thuis? Ik vroeg het me laatst zomaar af. En voor de duidelijkheid, ik heb het dan over het oude Maassluis en de oudere Maassluizers.

Met het nieuwe Maassluis heb ik niet zoveel. Het winkelcentrum Koningshoek? Overal in Nederland te vinden. De Westwijk? Had zo ook in Almelo gebouwd kunnen zijn. Niets bijzonders. Maar de Markt? De vlieten, de sluizen? Nieuwstraat? Goudsteen? ‘t Hoofd? ‘t Stort? Dat is het echte Maassluis! Ik kom er graag. Heb een thuis-gevoel als ik er rondloop.

Want ik voel een hechte band met Maassluis. Het is een gevoel dat ik totaal niet heb in welke andere plaats ook.
Er is iets raars met Maassluis. Ik voel me senang in de stad, maar het is ook een stad met een geschiedenis van mensen die elkaar negeerden. In de jaren vijftig en zestig bracht de gereformeerde bakker alleen brood bij de mede-kerkganger. Zo deden de hervormden en de roomskatholieken het ook. Lees het boek ‘Hoofd van mijn dromen’ van Maarten van Buuren.
Maassluis was toen een stad van ‘stammen’ die langs elkaar heen leefden. En dat heeft nog heel lang geduurd. Wie daar de besluitvorming in de gemeenteraad over terug leest, vindt er talloze bevestigingen.

Zou het zoiets zijn als met Feyenoord? Als je daar als jochie eenmaal bent geweest, laat die club je niet meer los. Ook in Maassluis liep ik rond als jochie. Maar was het allemaal botertje tot de boom? Had ik een onschuldige jeugd? Nee, eigenlijk. Jawel, lol met de maten, maar ook mensen die achter ruggen konkelefoesden. Mensen die buitensloten. Niet prettig. Want in het Maassluis van kort na de oorlog kende nagenoeg iedereen iedereen. En wist over iedereen wel wat te vertellen over die ander. En dat gebeurde ook rijkelijk. Misschien nog wel het ergst binnen die zwaar op de hand levende christelijke medeburgers.

Zou het, om die reden, een soort vertedering zijn die je bij Maassluis voelt? Al die mensen die het zichzelf – en anderen – zo moeilijk maakten. Recht in de leer. Stijf als een plank. Misschien is Maassluis wel zo leuk omdat het een dorp was met zoveel verhalen. Maarten ‘t Hart kan er nog steeds uitgebreid uit putten. Genoeg basisstof voor veel romans. Maarten van Buuren idem dito. Zou dat het zijn?

Ik weet in ieder geval: als het mijn tijd is, wil ik hier op de Algemene Begraafplaats worden achter gelaten op een strooiveldje. Toch een soort thuis.

M.A. Sluizer

M.A. Sluizer Jr.

M.A. Sluizer Jr.

Gastcolumnist | Levensgenieter | Stadscriticus | Woensdagcolumnist in de periode 2011-2013 | Incidentele gastcolumnist vanaf 2015

1 Reactie

  1. 10 juli 2013 at 11:12

    Heel herkenbaar.
    Al ben ik voor de rechtgeaarde Sluizer een “allochtoon”, ik voel mij wel degelijk al vele decennia sterk verbonden met onze stad. Ondanks de groei naar 30.000+ inwoners in de jaren 70, blijft Maassluis in mijn beleving een klein stadje met een oud authentiek hart dat niet verloren mag gaan. Teloorgang zou de doodsteek zijn.

    Ongemerkt toont zich die genegenheid : “even winkelen in het oude centrum” wordt in ons gezin steevast aangeduid als “even boodschappen doen in het dorp”.

    Diverse winkeliers aldaar maken dat gemoedelijke karakter van een dorp zeker waar. Dit staat in schril contrast tot de grotendeels afstandelijke en onverschillige houding die ik ervaar in De Koningshoek.
    Ik ben benieuwd of anderen dat ook zo ervaren.