Het is elke week een eenvoudige rekensom; tien tabletjes methotrexaat, vier tabletjes foliumzuur, dagelijks een maagbeschermer en om de week een injectie met biologicals.

Dat is de droevige stand van zaken van mijn leven als reumapatiënt. Een leven dat zich tekent door pijn, medicatie en ziekenhuisbezoek. Een leven dat zich ook tekent door allerlei emoties. Weken dat het lijf meewerkt, alles lukt en dat ik zelfs mijn sociaal leven weer een “boost” kan geven. Genoeg energie over hebben om s `avonds uit eten te gaan of om eens een stukje te gaan fietsen.

Maar dat kan ook opeens omslaan en dan slaat de reuma genadeloos toe. Mijn vingers worden stijf en zwellen op en willen nauwelijks gehoorzamen aan de opdrachten die mijn hersenen ze geven. Mijn knieën willen niet buigen en de trap aflopen wordt een soort van Mount Everest beklimming, maar dan andersom. Dan ontstaat de strijd! In de ring staan reuma en ik lijnrecht tegenover elkaar. We dagen elkaar uit zodat uiteindelijk de overwinnaar kan zegevieren. Moedig hou ik vol. Alleen kent deze strijd geen winnaar. Een strijd tegen jezelf kent alleen maar verliezers.

Vanaf de dag dat ik gediagnosticeerd werd met een chronische ziekte kreeg ik levenslang. Jaren gingen voorbij waarin ik doorging en deed alsof er niets aan de hand was. Ik pushte mezelf in mijn werk, met mijn gezin en als mantelzorger. Alleen op de dagen dat ik afspraken had in het ziekenhuis was ik reumapatiënt. Voor mij hield het leven in die jaren op na vijf uur, vermoeidheid zorgde ervoor dat ik niets meer kon en rond acht uur op de bank in slaap viel. Tot het moment aanbrak dat ik wederom een prednisonkuur kreeg om de reuma beter te onderdrukken. Ik was boos op de reumatoloog omdat zij het maar niet voor elkaar kreeg om die reuma bij me weg te houden.

Na een goed gesprek in het ziekenhuis realiseerde ik me opeens dat ik, net als mijn reuma, constant mezelf aanviel en ik me op die manier nooit beter zou gaan voelen. Ik heb weliswaar “levenslang” maar zat niet achter tralies en met wat aanpassingen is mijn leven eigenlijk nog niet eens zo slecht.

Toen ik me dat realiseerde kon ik eindelijk de strijdbijl begraven en eens gaan luisteren naar wat mijn lichaam me nu eigenlijk allemaal wilde vertellen. We spreken nog niet altijd dezelfde taal maar met rust, aanvaarding, geduld en soms met de hulp van een “tolk” kom ik al een stuk verder. Mijn ziekte is een stukje van mezelf, het hoort bij mij. Ik weet nu beter wie ik ben en ben mezelf meer gaan accepteren. Ik heb geleerd dat niet altijd alles “moet” maar ik soms ook dingen laten mag. Dat is een heel proces geweest waarin rouw, acceptatie en liefde voor jezelf, belangrijke woorden zijn geweest.

Deuren gaan dicht maar andere deuren gaan weer open. Zo ben ik onlangs mijn eigen praktijk gestart als Rouw & Verlies coach en sta ik nu zomaar opeens met een column op Maassluis.Nu.

Trudie Pasterkamp

Trudie Pasterkamp

Trudie Pasterkamp | Coach Rouwverwerking & Verlies | Praktijk ELBE

4 Reacties

  1. 22 juni 2017 at 09:55 — Beantwoorden

    Goed zo Truitje!!!!!! Trots op jou!

  2. bert
    21 juni 2017 at 20:04 — Beantwoorden

    mooi geschreven trudie….

  3. Je ome dick.
    21 juni 2017 at 11:09 — Beantwoorden

    Lieve Trudie ik denk dat dit op het denken van jou goed bij jou past:

    Tegenslagen overwinnen en door gaan is jouw motto.

  4. Aad Rieken
    21 juni 2017 at 07:08 — Beantwoorden

    ”Lieve Trudie”

    Jij Laat Je Niet Ring-E(h)-Loren!

Praat mee! Vul hier uw reactie in