Vorige week zomerde het heerlijk warm in Nederland. Een middelbare school in Maassluis die nog maar net weer een soort van begonnen was, regelde een heus tropenrooster in. Niet vroeger beginnen, wel veel eerder uit. En dus stonden er aan het eind van de ochtend al weer twee gasten breed grijnzend op de stoep met de mededeling dat ze naar het strand gingen. Dat wilde ik ook wel, maar het werk wachtte ook op mij. Vrijdag had ik wel gelegenheid en het mooie weer zou nog dagen aanhouden.

Op vrijdag ging in vroeg de supermarkt in voor de boodschappen met de zon al volop in het blauw. Maar toen ik met een kar vol naar buiten stapte was de lucht ineens bewolkt. Ik slikte een krachtterm en teleurstelling weg en we gingen toch gewoon lopen op de scheidslijn tussen zee en zand. Precies op het moment dat de bui die achter ons aan kwam zijn druppels losliet konden we binnen in een strandtent even schuilen. Mijn humeur versomberde ietwat, maar klaarde weer helemaal op toen de zonnestralen het weer van de regen over namen.

Voor deze keer hadden we zuinig zelf brood meegenomen dat we zittend in het zachte zand braken en deelden. Een prima middagmaal. Daarna even de ogen dicht om de warmte nog beter te kunnen voelen. Toen we ze weer openden, merkten we dat we teveel kleding aan hadden. Althans in vergelijking met de mensen om ons heen. Hadden we het bordje ‘naaktstrand’ gemist, of staat dat er gewoon niet? We dubden even over alles uit of verder lopen. Het laatste won. Ons wit dat onder het textiel schuilging zou wel erg afsteken tegen die egaal gebruinde lichamen.

We waren net weer op gang toen we iets wonderlijks zagen. Naast die naakte Nederlanders zaten zwart bedekte medelanders. Geen strakke boerkini’s maar wijdse gewaden die ruimte lieten voor de ronde gezichten. “Les extremes se touchent” dacht ik direct hoewel mijn Frans niet heel geweldig is. Maar wel geweldig dat er geen politieagent in de buurt was om de één te manen tot het aantrekken van meer en de ander van minder kleren.

Ik geloof dat het een zegen is dat we hier zelf mogen bepalen wat we aantrekken. Binnen natuurlijke grenzen uiteraard. Ik ga niet in mijn zwembroek op de kansel staan (hoewel ik wel een verhaal ken van een collega die wel eens zo weinig onder zijn toga aan had). Kleren of het gebrek daaraan maken de man of de vrouw. Een waarheid als een koe en wat mij betreft blijven we vrij in onze keuze.

Terug in Maassluis maakten we nog even een ijsstop op de Markt. En terwijl wij het lekkers naar binnen lepelden, dansten kinderen tussen de opspringende stralen van de fontein. De één in zijn onderbroek, een ander met nog alle kleren aan. Als er een hemel is, mag die er van mij zo uitzien.

Gerrit van Dijk

Gerrit van Dijk

Columnist op woensdag (1x per maand)| Dominee @ PKN Maassluis | @gdijkdijk op Twitter

9 Reacties

  1. Aad Rieken
    31 augustus 2016 at 17:35

    ”KNOOP!” (’t In Je Oren) Aad!”

  2. Aad Rieken
    31 augustus 2016 at 13:05

    ”Dat Is Het Geloof, Ma-Ri(n)a!”

  3. Ria
    31 augustus 2016 at 12:16

    Eens met Marina als we daaraan gaan twijfelen waar blijft dan ons geloof.

  4. 31 augustus 2016 at 11:56

    Ik vraag me toch af waar je aan moeten denken als een dominee een krachtterm inslikt

  5. Marina
    31 augustus 2016 at 11:38

    Toch raar dat je als dominee zegt “als er een hemel is”. Want die is er!! We kunnen ons er alleen geen voorstelling bij maken misschien.

  6. Aad Rieken
    31 augustus 2016 at 11:21

    ”Samen Onder De Hemel”
    Naakt Of Is Er (N)iets Aan!

    ”Warm en/of Koud Laten!

    Moslima en Christin op strand Cannes,
    de een had (n)iets ander teveel an.
    Ondanks boerkini,
    zonder bikini,
    werden ze er niet warm of koud van!

  7. 31 augustus 2016 at 08:49

    De naakte waarheid. 😉

  8. jan
    31 augustus 2016 at 08:35

    Like

  9. 31 augustus 2016 at 08:15

    Ik mis de Like-button.