In de vrouwentiendaagse past geen column van een man, dus Wouter doet een stapje opzij

In alle stilte zak ik neer op mijn stoel. Voor de 33ste keer vandaag of zo. Ik loop vandaag een beetje doelloos in het rond. Manlief is werken en de kids zijn de hort op. Zonder moeders. Tja en daar zit je dan. Hele huis aan kant, zelfs het tapijt gereinigd. Tijd om een column te schrijven. Maar weet je, ik kan er helemaal niet zo goed tegen als er niemand in de buurt is. Ik vind het maar een saaie boel zonder mijn kleintjes die aan me trekken, friemelen, ruzie maken, schreeuwen, zeggen dat ze zo veel van me houden, troep maken. Dus zit ik hier helemaal rusteloos op mijn stoeltje heen en weer te wippen, niet wetend wat ik zal gaan doen, proberend iets fatsoenlijks op papier te krijgen.

Als de dag van gister herinner ik mij dat ik al lachend riep : Als ik ooit zo word, sluit me dan op in de kast totdat ik weer normaal kan doen.

Ik bedoelde dat ik niet zo’n vrouw wilde worden die alleen maar achter haar kids aan kon rennen, over niks anders kon praten dan de kids, haar eigen leven opgaf voor de kids. Nou kom maar op met die kast, want ik ben ondertussen erger dan de vrouwen die toen mijn “anti voorbeeld” waren.

En zeker nu mijn liefjes al vijf en halve week om mij heen dartelen, is het helemaal stil als ze er niet zijn. Heb zelfs al de zenuwen voor school. Zijn er nou meer van die gekken die hier zo erg last van hebben?

Het schrijven van mijn column wordt onderbroken door een giga herrie. Manlief komt thuis. Met zijn nieuwe motor. Voordat we kinderen hadden gingen we heel vaak, lekker samen, op de motor rijden. Althans Sander rijdt, ik mag achterop. Zou m’n dood worden ook als ik zelf zou moeten rijden. Ik heb al problemen met een fiets. Als ik de hoek om moet, stap ik af, draai mijn fiets stap weer op. Dus niet zo’ n goed plan. Maar omdat we nu toch even samen zijn vraagt manlief of ik een stukje mee wil rijden. Tuurlijk, dat zeg je niet tegen dovemansoren 😉. Zo gezegd, zo gedaan. Even een rondje Maassluis, Vlaardingen. Zo heerlijk vrij als dat ik me vroeger achterop voelde, denk ik er nu aan hoe het met de kinderen verder moet als we een ongeluk krijgen.

Tjonge zeg, dat is nou ook echt een opbeurende gedachte als je samen wat leuks gaat doen. Helaas, ik heb dat nou eenmaal. Zo ook als ik tegenwoordig op de kermis in een attractie stap.

Onder andere.

Haha, ik ben geloof ik niet helemaal goed bij mijn hoofd. Maar ooit…..ooit zal ik misschien weer makkelijker gaan denken.

Esther Franken

Esther Franken

Esther Franken | Persoonlijk Begeleider van Lichamelijk gehandicapten | Columnist op zondag 1x per 2 weken

2 Reacties

  1. tamara
    19 augustus 2016 at 10:37

    ik begrijp je helemaal meid .. nadenken en malen. maar zet je zelf ook eens voorop.. top geschreven en zo herkenbaar!!

  2. Aad Rieken
    19 augustus 2016 at 08:16

    Een Goede Raad,
    Stap Uit Die Kast.
    En Vul Hiaat……,
    Op Zonder Last!