Als je wilt weten hoe het leven verloopt, is ons huis ideaal gelegen. Aan de overkant van ons huis ligt een speelterrein voor de jeugd. Dat terrein bestaat uit een zandbak met klimtoestellen en schommels. Daarnaast een strook waarop een autoband schommel, een 1,5 meter hoog klimnetwerk en een tafeltennis. Daar weer naast een pleintje om te basketballen of te voetballen.

Wij wonen er ongeveer twintig jaar. Vanuit de keuken werpen wij meerdere malen per dag een blik naar die plek. Dat doen we onbewust als we iets in de keuken doen. Koffiezetten kan ik erg goed, voor de overige keukenactiviteiten ben ik in de loop der jaren zwaar overvleugeld door mijn vrouw, die daarom de titel keukenprinses met verve draagt. Mijn vrouw kijkt daardoor vaker. Soms kijken we ook bewust naar buiten. Dan is er veel levendigheid en het is altijd boeiend om te aanschouwen hoe de jeugd zich overdag gedraagt… of bij avond misdraagt. Zolang er geen sprake is van ellende die wordt aangericht moet je de jeugd vooral de ruimte laten om te ontdekken.

We hebben inmiddels een duidelijk patroon herkend.

Bankier

De eerst jaren is de zandbak hun terrein. De schuchtere eerste stappen van peuters die onder het toeziend oog van (groot)ouders het zand ontdekken, de vervaarlijk heen en weer bewegende schommel onschuldig tegemoet lopend. Het vallen, huilen en opstaan. Het van elkaar afpakken van emmer of schep. Wie is er de baas? De grootste schreeuwer of degene die het afpakt? Die laatste wordt waarschijnlijk politicus of bankier.

Mikpunt

Vanaf een jaar of vier gaan ze de grotere kinderen nadoen. Vol overmoed storten ze zich van glijbaan of slingeren als apen van de ene naar de andere kant, af en toe een noodlanding makend in het zand. Vanaf een jaar of acht beginnen ze onderling te klieren. Ze spelen tikkertje maar het ontaardt veelal in ruzie en er is er altijd een slachtoffer, die huilend, scheldend of klagend afdruipt. Kandidaat voor een tv-programma over “Pesten”.

Pyromaan

Rond hun elfde jaar verschuift het terrein. De hormonen zorgen ervoor dat de meiden het andere terrein opzoeken. De zandbak is te min geworden en ze zitten op het touwen klimnetwerk en loeren giechelend naar oudere jongens die even verderop voetballen. Eenmaal twaalf jaar en leerling van een middelbare school komen ze met een fiets het voetpad op gefietst en gaan zitten op het bankje bij de stenen tafeltennistafel. De eerste sigaretten worden weg gepaft. Af en toe nog wel stoeiend met jongens van eigen leeftijd terug in de zandbak of op de schommels schreeuwend als viswijven. Die jongens gaan echter veel liever voetballen. Het is de fase waarin veel meisjes asociale trekjes vertonen, maar al snel thuisblijven vanwege het vele huiswerk van school. Een enkele knul van hun leeftijd steekt ’s avonds de vuilnisbak in brand of een stuk van het openbare groen. Waarschijnlijk wordt hij later brandweerman. Gelukkig letten veel buurtbewoners goed op en de pyromanen worden bekend gemaakt aan de politie, die hen uit de anonimiteit haalt door hen aan te spreken.

Dellen

Vanaf vijftien tot achttien jaar worden het hangjongeren, die in het weekend ’s avonds bij de tennistafel samenscholen. Het zijn zelden gemengde groepjes, een enkele keer voegen zich een of twee “straatdellen” bij de groep, maar het zijn vooral de heren die dan in het donker gaan blowen, drinken en klieren. Niet zelden tot ver na middernacht. Soms wordt uit de buurt iets uit een voortuin ontvreemd en op destructieve wijze aan een duurzaamheidtest onderworpen. Altijd met negatief eindresultaat. Deze gasten worden wellicht uitsmijter of ambtenaar in de milieustraat..

Politie

Het is mooi om al die generaties simultaan – en per individu voortschrijdend in de tijd – te zien opgroeien voor je eigen huis. Het ging goed, het is goed en het zal altijd goed blijven. Dat komt mede doordat de buurtbewoners een oogje in het zeil houden en bij uitwassen samenwerken met de politie en brandweer.

Columnist

Groeien zij daardoor op voor galg en rad? Ik heb het niet kunnen constateren. De jeugd verdwijnt rond hun twintigste helemaal uit het straatbeeld en duikt soms enige jaren later weer op met eigen kroost in diezelfde zandbak. De cirkel is rond en heb begint weer van vooraf aan. Mochten ze dan helemaal nergens aan de slag kunnen, dan kunnen ze altijd nog columnist worden.

Nr.14, week 39, 2013

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Maandagcolumnist | Schrijver | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Gespreksleider Themacafé Bibliotheek MM | Aan de andere kant | Business Consultant | Blogger | Spindoctor |