Denkend aan Maassluis zie ik traag draaiende molens. Met molenstenen waartussen alles vermalen kan worden. Molens die alleen draaien in de richting waarin de molenaar wil, ongeacht wat de molenaarsknechten er tegenin brengen. De molenaar bepaalt de stand van de wieken zoals een kapitein op een schip bepaalt wat de koers is. En een kapitein verlaat pas het schip als allen veilig zijn. Het zit pas echt fout als de ratten het zinkende schip verlaten…

Ik zit te mijmeren met een blik op oneindig, als deze prozaïsche zin zich in mijn hoofd aandient. Het lijkt mij wel een mooie opening voor een column over ambtelijke molens.

Op mijn gemak op het terras van het grandcafé geniet ik van een cappuccino. Dan wordt deze vredige vrijdagmiddag wreed verstoord. Daar komt hij aangelopen. Ik wend mijn hoofd nog opzij, maar het is te laat. Hij ziet mij zitten in de zon. Hij komt naar mijn tafel, groet, schuift aan en zegt op samenzweerderige toon: “Ik heb een Logikwis voor u. Kent u die puzzlesoort?”

Ik ben op mijn hoede, want hij heeft altijd vreemde raadsels en soms halve waarheden, waardoor ik mij niet wil laten beïnvloeden, dus zeg ik voorzichtig: “Leg eens uit …”

Hij vervolgt: “Je moet op basis van een reeks verschillende kenmerken uiteindelijk een compleet beeld kunnen vormen van de situatie die je beschouwt en het raadsel oplossen. Luister goed … het is een raadsraadsel, een wie is de mol, man …”

Hij pakt een briefje, begint het voor te lezen en met stijgende nieuwsgierigheid hoor ik de stellingen aan. De uiteindelijk op te lossen vraag bevreemdt mij bovenmatig, maar goed.

Hij staat op en zegt raadselachtig: “Doe je best, succes ermee. Als je het oplost weet je heel veel meer.”

Ik ben even uit het veld geslagen, herlees het briefje en besluit dan mijn hoofd erover te breken. Zo gezegd, zo gedaan, maar na anderhalf uur ben ik er nog niet uit. Ik denk dat het op dit moment onoplosbaar is. Teleurgesteld in mijzelf stop ik het papier weg. Ik vergeet het en geniet verder van mijn omgeving, waarin veel mensen richting de Wip lopen.

Als het weekend bijna ten einde is, schiet mij het raadsel weer te binnen, ik herlees het en besluit na een uur weer dat ik er niet uit kom. Zijn het dan toch halve waarheden en probeert hij mij erin te luizen? Ik weet het niet. Daarom hangt het briefje nu boven mijn bureau in de hoop op een “Eureka!” moment.

 

 

 

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Maandagcolumnist | Schrijver | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Gespreksleider Themacafé Bibliotheek MM | Aan de andere kant | Business Consultant | Blogger | Spindoctor |

2 Reacties

  1. André van Santvliet
    5 september 2016 at 09:38

    Stiefzoon En Been

  2. Aad Rieken
    5 september 2016 at 08:45

    ”Is Dat Nu Wel De Juiste Raad?”

    In Een Fractie Van ’n Seconde.,
    Spreken Zij Uit Andere Monde!