Een pinda van Duyvis is altijd oké. Deze kreet stamt uit 1988 en werd uitgedragen via een reclamespot. Een simpele boodschap die stelt dat er niets buiten de kwaliteitsnormen wordt doorgegeven aan de consument. We zien een fanatieke medewerker elke pinda met een loep bestuderen. Hij is onverbiddelijk. De pinda die niet voldoet, ligt er uit. We vonden het een geniale en hilarische spot.

Zero tolerance

Maassluis voert een zero tolerance beleid als het gaat over overlast door (hang)jongeren. Dat wil zeggen in principe, dat wil zeggen ongeveer, dat wil zeggen er is geen juridische rechtsgeldigheid… Gelukkig wordt de bovenstaande zero tolerance van Duyvis – want dat is het in feite – in de maatschappij slechts als beleid gehanteerd, niet als 100% te handhaven regel. Stel je eens voor wat een werk dat zou veroorzaken. Allereerst moet men dan alle elementen van het beleid eenduidig formuleren met heldere criteria, die dan ook nog eens controleerbaar moeten zijn in de praktijk voor en door heel veel ambtenaren en agenten.

Alleen al dat formuleren duurt een eeuwigheid. Waar moet men beginnen, wat komt in aanmerking voor normering en kan men in de maatschappij draagvlak vinden voor dat normenstelsel? Bovendien is er in de tijd bekeken sprake van een glijdende schaal. Wat gisteren verboden was, wordt vandaag geaccepteerd en mogelijk morgen weer verboden. Dan hebben we het nog niet eens over hoe we dat beleid moeten handhaven. Het is in de praktijk ondoenlijk om 7×24 uur voldoende controleurs te hebben vanuit de overheid. Zoek maar eens naar Boa’s en agenten in de avonduren of het weekend. We moeten als bevolking zelf een steentje bijdragen in die handhaving en opvoeding. Dat kunnen we niet afwentelen op de overheid. Het zou te veel geld kosten.

Wie zwijgt stemt toe

Wat nu als we iets aan dat beleid willen veranderen? Een van de uitgangspunten bij democratie is dat het bestaande beleid en stelsel geldt zolang dat niet is gewijzigd op grond van een meerderheidsbesluit. Strikt genomen gaat het in dit kikkerlandje – en onze gemeente vormt daarop geen uitzondering – altijd om het zoeken naar een meerderheid die ergens voor of tegen is en een genomen besluit wordt dan vertaald naar beleid en regelgeving.

Nu even tussen u en mij: we vinden lekker anoniem dat ‘de politiek’ het slecht doet en een beleid voert dat niet onder de bevolking leeft. Ik durf de stelling aan dat het gezegde ‘Wie zwijgt stemt toe’ een zeer ondemocratisch uitgangspunt is. Toch wordt dit toegepast bij de verkiezingen. Als jij niet opdaagt, telt jouw stem niet mee.

Wie komen er dan wel opdagen? We zien dat hoe sterker een partij of beweging tegenwerking ervaart, des te fanatieker zij zich tracht te manifesteren. Dat geldt voor orthodoxe christenen, orthodoxe moslims, maar ook voor liberale reactionairen. Het vervelende is dat de zwijgende grijze massa zich comfortabel op de vlakte denkt te kunnen houden. Ze gaan er nog spijt van krijgen. Wat dat betreft verlang ik terug naar het oude kiesstelsel, waarbij iedereen verplicht was om te stemmen. Heb ik als individu dan invloed? Ik breng bij verkiezingen mijn stem uit. Veel bewoners doen dat niet en zijn daarmee in feite monddood, hoewel ze dat niet beseffen.

Poten zagen

De veronderstelling bestaat dat de gemeenteraad een betrouwbare afspiegeling is van de bevolking en daarmee draagt wat er in de gemeente leeft. Als we kijken naar de opkomstpercentages bij verkiezingen van afgelopen jaren, dan wringt wat mij betreft daar de schoen: de opkomst komt maar net boven de 70% uit. Nou en? We gaan daar achteloos mee om, maar vertaal dat eens naar een klein groepje; laten we zeggen een voetbalelftal. Drie van de tien veldspelers doen dan niet mee. Ik moet er niet aandenken dat dit de situatie zou zijn bij Feijenoord. Het team van Feijenoord zou onderaan de ranglijst komen te staan, er zou gerommel en gemor komen. Je kunt grote onvrede voorspellen en er zou worden gezaagd aan de stoelpoten van de trainer en het bestuur.

Ik hoop dat de lezer bij de verkiezingen zich bovenstaande weet te herinneren, en dan ook alleen zal klagen en zagen op voorwaarde dat hij zelf ‘in de wedstrijd zit’.

nr. 9 week 34, 2013

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Maandagcolumnist | Schrijver | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Gespreksleider Themacafé Bibliotheek MM | Aan de andere kant | Business Consultant | Blogger | Spindoctor |