Starend in de verte, zoek ik de schoonheid der natuur.
Waar ik ook kijk, ik zie ze niet; wanhopig, uur na uur.

Totdat ik mij bedenk: de natuur lig aan mijn voeten.
Ik kijk benieuwd omlaag hoe zal zij mij begroeten?

Voor mijn deur drie meter ver, nu goed, vier meter misschien.
Ik ben zo waar volkomen stil; waaraan ik dit eerbetoon verdien?

Daar toont zich mij, bij het stille ochtendgloren.
Een kleurenpalet ongedacht dat een mens wel moet bekoren.

Een veelheid van kleuren, zo maar hier bijeen gebracht.
Amber geel en vurig rood. Het ligt hier na een duistere nacht.

Moeder natuur ontmoet mij in deze stille, wonderschone pracht.
Ik bedank haar zwijgend Wie had dit ooit verwacht?

© 2012 Jelle Ravestein

Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu