interview in meerdere delen
Deel 1 Het verschil met het reguliere onderwijs (zie dit bericht )
Deel 2 Aanbieden wat een kind nodig heeft

MAASSLUIS | Sander Fisser is sinds augustus directeur van de plaatselijke Montessorischool, gevestigd aan de Seringenstraat. Hij vindt het belangrijk dat er meer duidelijkheid komt over wat Montessori onderwijs is omdat er onder de mensen veel misverstand bestaat.

Deel 1 eindigde met “… Schoolinspecties komen steeds meer tot het inzicht dat onze werkwijze de methode is die zij in de toekomst denken nodig te kunnen hebben.”

Montessorischool2Daarmee bedoel ik niet dat iedereen persé met de Montessori materialen moet werken. Laat mij het nader uitleggen.

Traditioneel onderwijs bestaat al honderdvijftig jaar uit: er staat iemand voor de klas die vertelt hoe het leven in elkaar zit, hoe het rekenen werkt, wat de regels van spelling zijn en kennisoverdracht. Het is een vat vullen: ‘ik heb iets in mijn hoofd zitten en kiep het nu in jouw hoofd’. Het wordt tegenwoordig verpakt in allerlei systeempjes en opsmuk, maar het is in beginsel dezelfde manier: dit is de stapel boeken en aan het eind van groep acht moet je die af hebben.

Verantwoordelijk individu
Kijk nu eens naar de hedendaagse samenleving; waar worden we nog als een homogene groep beschouwd?

Een eigen telefoonabonnement en -provider, eigen energieleverancier, eigen ziektekostenpakket. In feite is dat het zogeheten cafétariamodel: zoekt u maar uit wat u wilt. Er ligt veel verantwoordelijkheid bij het individu maar er zijn ook zoveel mogelijkheden voor het individu. Je moet dus je eigen weg daarin leren vinden.

De tragedie is dat het regulier onderwijs een van de weinige spelers in de hedendaagse samenleving is die kinderen als een groep benadert.

Een groep krijgt een jaarprogramma dat aan het eind van het jaar af moet zijn. Als je na de zomervakantie boven Nederland zou gaan hangen met allemaal microfoons dan hoor je om kwart over negen uur alle kinderen massaal IK brullen.

Waardoor komt dat?

Er is een leermethode ‘Veilig leren lezen’ – niks mis mee – maar die begint met het woordje ik en elk kind dat instroomt, zit dan naar een spiegel te kijken. Op de vraag ‘wat zie je’ krijg je diverse antwoorden, maar de leerkrachten leren hen dat ze ‘dat ben ik’ moeten zeggen.

In no time brullen ze dus allemaal: Ik.

In feite beginnen kinderen binnen het reguliere onderwijs dus allemaal op hetzelfde moment aan dezelfde stof ongeacht of ze er al aan toe zijn. Dat geldt dus voor het hele schooljaar. Dan kun je net zo goed als ouder een werkstudent inhuren en deze de stapel boeken er in een jaar laten inpompen. Dan heb je de kerndoelen behaald.

Dan vergeet je gemakshalve maar de overige vaardigheden als groepsgedrag, interacties, de communicatieve vaardigheden.

De algemene schoolinspectie schrijft zelfs een groepsplan voor! Stel in groep vijf is aan het eind van de week een toets, dictee. De reguliere leerkracht gaat dan ‘duwen en trekken’ aan de hele groep want dat dictee komt eraan. Die kinderen krijgen dus allemaal op hetzelfde moment dat dictee …

Die leerkrachten kennen hun leerlingen echt wel, ze weten wie er als derde op de lijst staat. Vraag hen: “Waar staat dat kind met spelling.” Je krijgt dan als antwoord: de groep zit bij blok X. “Hoe denk je dat hij of zij het eerstvolgende dictee gaat doen?” Goed, gemiddeld enzovoort. Waarom moet je dan een kind onnodig remmen of pushen om bij datzelfde klassikale blok te blijven?

Montessori LogoMontessori pakt dat anders aan.

Natuurlijk moet er ook getoetst worden, maar het kind gaat er op zijn tempo en manier doorheen. De leerkrachten signaleren elke stap, elke vordering en dat wordt vastgelegd. Dat is lastig lezen voor een buitenstaander, maar wij kunnen goed uitleggen waar een kind staat en waarom dat zo is. De leerkracht bepaalt dan op basis van de signalering een besluit: wat zij met dit kind gaat doen. Ook het ‘nog een tijdje aanzien’ is bij ons een bewust besluit met een heldere deadline.

zittenblijven helpt niet

Zittenblijven heeft bij ons geen zin, dan heeft de leerkracht structureel niet opgelet of je hebt het kind niet aangeboden wat de behoefte was. Wat een kind uiteindelijk kan is altijd het resultaat van wat je hem hebt aangeboden. Uitzondering natuurlijk in geval van langdurig uitval door ziekte en zo. Er is geen onderzoek dat aantoont dat zittenblijven helpt en dat geldt in feite ook voor huiswerk! Wel is aangetoond dat een zittenblijver de eerste maanden voorligt, daarna terugvalt en dan wéér aan de onderkant van de lijn terechtkomt. En dat komt omdat je het kind weer niet aanbiedt wat het echt nodig heeft! Alleen groep twee is daarin anders omdat een kind dan anders wordt qua socialisatie, niet ieder kind bereikt dat op hetzelfde moment. Ook dat is net als met leren lopen.

In groep twee zijn ze nog heel speels. Belangrijk is dan: bewegen, creatief bezig zijn en de fantasie. Bij de een duurt dat een half jaar langer. Laat het kind dan, dwing het niet. Daarna willen ze in het ‘nu’ zijn, lineaire stapjes maken, ze willen leren. Als kleuter leerden ze holistisch: alles hangt met elkaar samen zonder een uitgestippelde route.

motivatie van binnenuit

Ieder mens heeft van binnenuit de motivatie te willen leren. Dat moet je niet kapot maken, want dan wordt het ‘moeten’ en dan ben je die winst kwijt. Dan gaat het op meerdere terreinen stroef en loopt het kind vast, want alles wordt dan vervelend. Net zoals straffen. Dat heeft geen zin. Je moet een kind voorhouden wat de gevolgen zijn van wat hij doet en dat hij daarin keuzes heeft. Daardoor leert het kind zelf bewust te handelen. Doe je dat niet en straf je alleen maar, dan is het kind in no time immuun voor straf. Wij zorgen dat ieder kind wél leert dat het zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen.

Wij leren ze dat zij zelf de regisseur zijn over het eigen leven. Zij snappen dat keuzes gevolgen hebben. Keuzes die zij zelf bewust hebben leren maken.

Binnenkort deel 3

Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu

1 Reactie

  1. Inge de Waard
    8 december 2015 at 18:47

    Wel jammer dat er met geen woord wordt gesproken over de enorme leegloop uit de middenbouw en bovenbouw omdat er heel veel kinderen blijken te zijn met een achterstand waar niets mee wordt gedaan.