MAASSLUIS | De raadsfractie van VSP blijft erbij dat de raadsopdracht om scenario 4 en 5 te onderzoeken in samenhang met scenario 3 leidend blijft. Hopelijk ligt er in april dan een echt onderbouwd voorstel betreffende de toekomst van de Koningshof.

Onderstaan de inbreng van de VSP in het  debat over de Koningshof op 21-02-2017


Voorzitter,
na de commissievergadering van vorige week blijft voor de fractie van de VSP de vraag overeind: Waar staan we nu eigenlijk echt?
Wat er nu ligt is volgens de VSP geen heldere, duidelijk omlijnde visie op de toekomst van Koningshof. Het is in feite niet meer dan een klein stapje verder dan waar we in september vorig jaar waren.
De raad heeft toen gevraagd de scenario’s 4 en 5 in samenhang te verkennen en te kijken of scenario 3 daar nog bij betrokken kan worden. En wat vraagt het college nu?
Of de raad het goed vindt de scenario’s 4 en 5 in samenhang verder uit te werken. Dat is net een stapje meer dan we in september hebben gevraagd. Maar het college heeft er wel vier maanden over gedaan om dat stapje te maken.

Voorzitter,
het is nu toch echt tijd voor een flinke sprong voorwaarts. Het college heeft nu toegezegd in april met een duidelijk voorstel te komen, met alles erop en eraan. Welnu, de VSP houdt het college hieraan en zonder uitstel.
In dat uiteindelijke voorstel wil onze fractie op een aantal punten meer duidelijkheid. Allereerst over de positie van de zogenoemde stakeholders. Stakeholders zijn partijen die bij een transactie of een plan een feitelijk en financieel belang hebben. Echter, daar wringt meteen al de schoen.

Deze organisaties, nu genoemd stakeholders, zijn ongetwijfeld met de beste bedoelingen aangeschoven om mee te denken over het invullen van de scenario’s.
Op zich waardeert de VSP het, dat organisaties zich willen inzetten voor de toekomst van Koningshof. Die ook willen meedenken over een eventuele invulling van scenario’s. Maar hoe ver en hoe hecht zal hun betrokkenheid in de praktijk gaan?

Immers, deze organisaties hebben een subsidierelatie met de gemeente en zullen dus aan het exploitatiebudget van het nieuwe Koningshof geen grote bijdrage kunnen leveren. In het werkdocument lezen we bij de randvoorwaarden, dat meedoen aan Koningshof niet automatisch tot hogere subsidies zal leiden. Trouwens anders zou er ook slechts sprake zijn van vestzak broekzak.
Hoe ziet de wethouder dit, en waar komt dan het benodigde geld vandaan?
En hoe wil de wethouder ervoor zorgen dat de betrokkenheid van die organisaties een duurzaam karakter heeft? Anders staan we hier volgend jaar weer omdat een aantal partijen zich heeft teruggetrokken. Daar wil de VSP in april volstrekte duidelijkheid over.

Zoals we vorige week al hebben vastgesteld, kiest het college in onze ogen voor de uitwerking van scenario 4 met een toefje scenario 5. We willen daarom nog eens wijzen op de risico’s die BMC aangeeft voor het scenario waarbij Koningshof zich doorontwikkelt naar een ‘breed sociaal cultureel centrum’. Ik citeer: “Onze ervaringen met vele vergelijkbare initiatieven laten zien dat de samenwerking tussen ‘ongelijkwaardige partijen’ binnen één gebouwcomplex (bijvoorbeeld theater, bibliotheek, centrum voor de kunsten, musea, welzijnsorganisaties etcetera) vrijwel nooit leidt tot extra opbrengsten. Integendeel: vaak stijgen de kosten door meer complexiteit in het gezamenlijk beheer”. Einde citaat.

Heeft de wethouder al een idee hoe hij dergelijke risico’s gaat vermijden?
BMC beschrijft ook het risico dat scenario 4 leidt tot een ‘bedrijfsverzamelgebouw’, of in onze eigen woorden: Koningshof wordt dan weer het Zalencentrum van weleer. Willen we dat?
Dat is volgens de VSP in elk geval niet wat de Culturele Raad Maassluis voor ogen staat. De CRM heeft haar oordeel over de richting waarin Koningshof zich zou moeten ontwikkelen, duidelijk gemaakt. Onze dank daarvoor. Ook de keuzes en de accenten die de CRM ons aanbeveelt, zullen van onderbouwing moeten worden voorzien. En wat betekenen die keuzes voor het professionele theateraanbod? Vorige week werd dat niet duidelijk. We horen graag vanavond wel van de wethouder hoe hij daar tegenaan kijkt.
De wethouder benadrukte vorige week in de commissie dat het uitwerken en onderzoeken van scenario 3 pas kan plaats vinden op het moment dat er een uitgewerkt plan ligt in de lijn zoals dat in deze raadsconsultatiebrief wordt uitgezet. Wij zijn een andere mening toegedaan. De VSP wil dat vanaf nu wordt onderzocht of er marktpartijen zijn die willen meedenken en meepraten over de toekomst op basis van de scenariokeuze.
Ook daarover wil de VSP in april duidelijkheid. We verwachten een helder voorstel, waarbij ook de financiële consequenties klip en klaar in beeld zijn gebracht. Daarbij denken we zowel aan de jaarlijkse exploitatiesubsidie, als aan de investeringen die volgens alle partijen, maar ook volgens BMC, nodig zijn. Kortom een complete business case in verschillende scenario’s.

Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu