Met hartelijke felicitaties aan de beide beiaardiers met hun Culturele Prijs van Maassluis!

Onderstaande verhaal is eerder gepubliceerd in “Toen was Geluk” dd 19 juni 2009 door Gerry Hanneman de Jong


 

Een paar weken geleden, op een zonnige zaterdagmiddag, maakte ik deel uit van een vriendenverjaardagsfeest in de Kuiperij op het Schanseiland. Onderdeel van het feest was een historisch/maritieme wandeling naar onder andere het Sleepvaart Museum en de ‘Hudson’. Mij was gevraagd onderweg het een en ander te vertellen, te beginnen bij de Groote Kerk. Omdat we vanwege de repetitie van een orgelconcert de kerk niet in konden, had ik gezegd dat ook buiten de kerk genoeg interessants te vertellen was. Zo gezegd, zo gedaan.

Ik vertelde over de bouw van de kerk, het bombardement, de restauraties, het schitterende orgel. Maar over het carillon, de beiaard: geen woord. Gewoon niet aan gedacht.

Toen we op de Marnixkade, richting Hoofdstraat wandelden, ‘ving over heel de stad te horen, de beiaardier te spelen aan’ (* naar een fragment uit een gedicht van Ida M. Gerhardt).

Het klonk buitengewoon vrolijk en feestelijk, we werden er allemaal nog blijer van en ik nam me op dat moment voor de eerstvolgende ‘Toen was geluk’ aan de ‘Beiaard van Maassluis’ te wijden.

Ik zal het in deze aflevering niet hebben over chromatische octaven, dunne staaldraden en tuimelaars: dat en nog veel meer kunt u lezen in het al genoemde programma van de Open Toren Muziek Maassluis, dat door de stad heen op diverse plaatsen is te verkrijgen.En als u daaraan niet genoeg hebt, kunt u nog altijd terecht op het Internet. Toch eerst enkele wetenswaardigheden over de ontstaansgeschiedenis van het instrument zelf.


Voorgeschiedenis beiaard
Klokjes of bellen behoren ongetwijfeld tot de oudste muziekinstrumenten ter wereld. Lang voor onze jaartelling vinden we ze terug in het Midden-Oosten en later ook in China als halsbel bij dieren om ze te beschermen tegen boze geesten. In het oude Griekenland en Rome werden klokjes gebruikt om begin en einde van de werktijden voor de slaven aan te geven, of om de opening van thermen of de start van spelen aan te kondigen.

In de middeleeuwen kregen klokken ook een religieuze functie: de christenen riepen de gelovigen samen door een klok te luiden: ‘Het angelus klept in de verte …’

In de 12de eeuw waren er in de torens van de Zuidelijke Nederlanden ‘beyaerders’ actief die de aanwezige luiklokken ‘klepten’ door touwen die aan de klepels bevestigd waren. De snelle opeenvolging van klanken die hierdoor ontstond had een feestelijk effect. Daarom werd er driftig (en tegen betaling) gebeierd bij elke feestelijke gelegenheid. Door de touwen met elkaar te verbinden en ze te koppelen aan pedalen, kon één speler meerdere klokken bespelen.

In de 14e eeuw werden de eerste uurwerken in torens geplaatst. De eerste exemplaren konden alleen via een aantal slagen op een klok het uur meedelen.

Al snel werd de uurslag dan ook voorafgegaan door een aankondiging, ‘voorslag’ of ‘wekkering’ genoemd. Later kwam ook de naam ‘rammel’ in zwang.

De voorslag was bedoeld om in de toen nog ‘horlogeloze’ tijd de mensen in de stad of op het land erop attent te maken dat de kerktoren ging slaan, zodat ze meteen vanaf de eerste slag konden meetellen om te weten te komen hoe laat het was. Die aankondiging was aanvankelijk een ding-dong op twee klokken. Geleidelijk aan nam het aantal klokjes van de voorslag toe, zodat ook herkenbare melodieën gespeeld konden worden.

Omdat een ‘wekkering’ vanouds uit vier klokjes bestond, noemde men het ook wel een ‘quadrillon’, een woord dat later tot ‘carillon’ verbasterd zou worden.

De beroemdste ‘wekkering’ is die van de Big Ben. Dit melodietje, de zogenaamde Westminsterslag, is in veel uurwerken nagebootst.

Geschiedenis beiaard Maassluis
De aanleiding om in Maassluis een beiaard te installeren dateert van 1963. Een jaar later zal de stad haar 350-jarig bestaan als zelfstandige gemeente vieren en dat vind men wel een passend cadeau. Op initiatief van de toenmalige Stichting Maassluise Gemeenschap wordt als eerste aanzet een ‘beiaardfonds’ gesticht. Het eerste bedrag dat de Maassluise bevolking bijeenbrengt – hfl 19.000 – blijkt te weinig om er een behoorlijk klokkenspel van aan te schaffen. Daarna schenkt Smit Internationale Zeesleep- en Bergingsbedrijf, die haar activiteiten inmiddels van Maassluis naar Rotterdam had verlegd, ter ‘compensatie’ een financiële bijdrage van hfl. 40.000. Met het totale bedrag blijkt het mogelijk een niet al te grote beiaard aan te schaffen. Dat plan gaat echter om een of andere reden niet door en het duurt tot februari 1972 als een ambtelijke werkgroep ‘voorbereiding plaatsing klokkenspel’ concludeert, dat de tijd rijp is en de financiën toereikend zijn om een beiaard aan te schaffen. En wie mocht denken, dat voor de opstelling van een beiaard geen betere plek te vinden is dan de toren van de Groote Kerk, heeft het mis.

De werkgroep, die als voorbeeld de Campustoren van de Twentse Universiteit op het landgoed Drienerlo voor ogen heeft, vindt het nieuwe winkelcentrum Koningshoek de meest geschikte locatie. Gelukkig komt men tot inkeer.

Niet alleen wordt voor de opstelling van een klokkenspel de toren van de Groote Kerk het meest geschikt bevonden, bovendien ‘staat die in het centrum van de oude stad en daarmee dus in het centrum van de gemeenschap’. Het Kerkbestuur en Monumentenzorg geven hun toestemming, de Maassluise bevolking brengt voor het beiaardfonds in korte tijd nog eens hfl. 12.700 bijeen en met een extra gemeentelijke subsidie van hfl. 13.000 wordt aan Petit & Fritsen opdracht gegeven bij de al aanwezige (drie) luidklokken 45 nieuwe klokken te gieten en daarna de beiaard in te richten.
De montage van de klokken begint in september 1974, waarna op zaterdag 5 oktober 1974 de beiaard feestelijk in gebruik wordt genomen.

De beiaard bestaat dus uit 45 klokken en twee al aanwezige luidklokken. Deze twee klokken werden in 1948 toegevoegd aan de oudste en grootste klok uit 1655. De drie klokken hangen in de luidklokkenruimte achter de galmgaten en vormen – zoals dat heet – een fraai driegelui. De 45 klokken hangen in de torenlantaarn, ook al zo’n mooie naam.

De beiaard wordt het gehele jaar door beurtelings bespeeld door Jan van der Zwart uit Gouda en Gerard de Waardt uit Maassluis.Van deze twee stadsbeiaardiers, die in juli 1975 werden aangesteld, ken ik Gerard de Waardt het beste. Hij bespeelde ook toen al vele (ook rijdende) carillons in het buitenland en kwam bij mij in het stadhuis voor Maassluis’ promotiemateriaal.

Zo zijn er vele linnen tasjes ‘met de blauwe meerpaal’ met inhoud in de Verenigde Staten terecht gekomen en in Canada, Nieuw-Zeeland, Brazilië en – wat dichterbij – in België, Frankrijk en Duitsland.
Tijdens een van onze ontmoetingen vertelde hij van zijn leermeester Leen ’t Hart, directeur van de Nederlandse Beiaard School in Amersfoort. Ik kende Leen ’t Hart goed; ik leerde hem kennen als schoonzoon van mijn hospita in Delft en ik ben meerdere keren met hem de toren op geweest van de Nieuwe Kerk, waarvan hij ook de beiaardier was. Ik vond het altijd erg leuk, als er een trouwerij plaats vond in het tegenover de kerk gelegen stadhuis van Delft. Ik moest Leen waarschuwen: bij aankomst van het bruidspaar voor het stadhuis, speelde hij op het carillon de bruidsmars uit Lohengrin van Wagner of een andere toepasselijke melodie.

Een idee voor Maassluise bruidsparen ….?

Ik besluit met een anekdote over Leen ’t Hart. Als directeur van de beiaardschool bespeelde hij (zijn leerlingen trouwens ook) een van de twee beiaards van de O.L. Vrouwetoren in Amersfoort. Toen hij na het wekelijks concert weer op de begane grond was aangekomen, merkte hij dat de koster de deur van de toren op slot had gedaan. Mobiele telefoons waren er toen nog niet (of nauwelijks?) en bonzen op de deur hielp niet. Leen heeft toen al die trappen weer beklommen, ging achter de speeltafel zitten en speelde: ‘… in naam van Oranje doe open de poort …’, en nog eens, en nog eens … Hij vertelde, dat hij ongeveer een kwartier bezig is geweest, tot het een mevrouw uit de buurt opviel, dat het carillon steeds maar weer één en hetzelfde melodietje liet horen. Zij ging naar de koster, die zich voor de kop sloeg: ‘helemaal vergeten dat de beiaardier nog in de kerk is’ en ontsloot de deur.

Waar een beiaard al niet goed voor is ….

 

Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu