Ik stap richting de bar van de sportlokaliteit en neem plaats op een kruk Even later neemt naast mij een vrouw plaats die aanvankelijk stil voor zich uitkijkt, totdat ik de opmerking maak, dat wij – en met ons diverse anderen in dezelfde ruimte – moeten afwachten zonder enig idee wat zich elders in de sportruimte afspeelt.

Ze reageert aanvankelijk schuchter en terloops, maar door nog wat opmerkingen mijnerzijds, ontdooit ze en voordat ik het door heb, word ik mee gesleept in haar verhaal.

Ze heeft zo’n drie jaar geleden met haar drie kinderen het echtelijk huis verlaten wegens huiselijk geweld.

Dat noemen ze dan de sociale dienst.
“Uit zelfbescherming en ook voor mijn kinderen trok ik per direct bij mijn ouders in. Een veilig onderkomen, maar al snel werkte dat totaal tegen mij. Ik wilde een uitkering aanvragen, want ik had sinds de komst van mijn eerste kind geen inkomen meer, maar omdat ik tijdelijk bij mijn ouders inwoonde, moesten mijn ouders maar opdraaien voor alle kosten. Ziet u het voor u? Vier extra monden en (ziekte)kosten voor vier personen in je mik geschoven door het UWV. Dat noemen ze dan de sociale dienst. Sociaal? Mijn hoela!”

Ik vraag haar: “Ben je toen ergens anders gaan wonen?”

Ze vervolgt: ”Ik heb dat eerst laten uitzoeken, want ik zou dan een vorm van financiële regeling nodig hebben, want ik moest ook nog eens een schuldsaneringstraject gaan volgen, door de ellende die de scheiding meebracht. Ik had al wel een WAO uitkering, maar ik heb nooit een aanvullende bijstandsuitkering gekregen mogen ontvangen om mijn WAO aan te vullen tot sociaal minimum.“ Ik dacht erover om dan maar weer terug te gaan naar mijn voormalige huis, want mijn ex was ook eruit getrokken. Hij wilde niet dat ik erin ging, maar daar had ik maling aan. Afijn, de heren die over de regeling gaan, rekenden uit dat ik op week basis vijf euro teveel overhoud om in aanmerking te komen. Vijf euro! Kunnen die lui alleen maar naar regeltjes en cijfertjes kijken of beseffen ze dat zij met een mens te maken hebben? Een mens in nood.

Ik onderbreek haar: “is er intussen veel veranderd?”

Ze begint te stralen: “Jazeker, ik heb een nieuwe partner en wij hebben samen een kind. Wij zijn heel gelukkig samen, maar ik zit inmiddels wel in dat schuldsaneringstraject. Om eruit te komen heb ik SchuldhulpMaatje ingeschakeld.

SchuldhulpMaatje helpt goed
Die lui hebben wel flink zitten doorrekenen, maar er ligt nu een goed, haalbaar plan. Ik kon aankloppen bij de instanties die daar expert in zijn, maar helaas daar gaat het dus weer mis. Aanvankelijk leek het erop dat ik goed geholpen zou worden door een vaste persoon hier ter plaatse maar die vertrok en ik heb nu te maken met een anoniem kantoor. Los van de afstandelijkheid, merk ik dat ook zij weer zich achter allerlei regeltjes verschuilen. Ze tellen voor huursubsidie het inkomen van mijn nieuwe partner mee, maar omdat ik waarschijnlijk de schuldsanering in moet, worden onze dossiers bij instantie Westerbeek apart behandeld en kom ik weer nergens voor in aanmerking. En dus zit ik weer krap met weekgeld. Ik moet met amper 90 euro twee volwassenen en inmiddels vier kindermonden voeden. U snapt dat ik daarom bij de Voedselbank loop. Ik schaam mij er niet voor. Maar daar lopen ook merkwaardige lui rond die mijn privacy niet respecteren.“

Mijn nieuwsgierigheid is gewekt: “Hoe bedoel je dat?”

Ze vertelt: “Kijk, toen die opvang voor de vluchtelingen hier was in september en de oproep voor extra kleding verscheen op facebook, vroeg ik in mijn onschuld of die mensen ook een klein bedragje moeten betalen voor de aanschaf van een kledingstuk. Dat leek mij redelijk, want alle klanten moeten dat. Daar krijg ik toch een lelijke reactie!

En dat dan door iemand die bij de Voedselbank werkt!
“Als ik dat wilde weten ‘dan kom je dat lekker zelf maar vragen als je bij de Voedselbank in de rij staat’. Meneer, en dat dan door iemand die bij de Voedselbank werkt. Ik was helemaal uit het veld geslagen. Ik snap toch al niet waarom die vluchtelingen per dag per persoon zoveel geld krijgen. Ik en met mij veel Nederlanders zitten aan de grond en die vluchtelingen krijgen een ruim handgeld per dag. Echt ik kan er met mijn pet niet bij”.

Ik zeg haar dat ik ook niet veel snap van het systeem in Nederland, het sociale is in ieder geval ver te zoeken.

Dan is de sportactiviteit voorbij, komt de jeugd de ruimte in en nemen we afscheid van elkaar. Ze zucht even, maar ik zie dat ze toch een beetje blij is dat ze haar hart heeft kunnen luchten.

Weer moet ik mijzelf erkennen dat het leven in Nederland er niet vrolijker op wordt. Ondertussen zitten de diverse heren achter hun bureaus bij de instanties natuurlijk comfortabel te glunderen over hoe goed ze bezig zijn. In gedachten al bij de Kerst.

Mistroostig vraag ik mij of deze vrouw wel toekomt aan een fijne kerst. Ik denk dat ik maar eens een beschermengel ga aanspreken op diens taak.

 

 

 

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Maandagcolumnist | Schrijver | Stadsdichter van Maassluis per 9/2018 | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Aan de andere kant | Business Consultant | Boomredder | Spindoctor | Ethicus | Moralist | Zoeker

6 Reacties

  1. 7 december 2015 at 21:16

    Prachtig verwoord en zo in en in triest !

  2. Paulette
    7 december 2015 at 16:30

    Zo krom als een banaan! Mooi weergegeven Jelle.

  3. Aad Rieken
    7 december 2015 at 11:11

    ”TROM-ROFFEL!”

  4. Aad Rieken
    7 december 2015 at 08:42

    ”SPO(R)T-(T)END!”

  5. ton
    7 december 2015 at 08:10

    Jammer genoeg zijn er zoveel mensen die in deze omstandigheden verkeren. Bij de een denk je weleens; het was een keuze maar heel veel mensen hebben geen keuze en moeten maar zien hoe ze rond komen. Als je dan het schrille contrast ziet op Social Media mbt luxe en eten….Toch wens ik iedereen iets van fijne dagen toe, ook al heb je het niet breed.