column nr 197

Deze week was ik bij een informatie/scholingsdag over de vermeende kloof tussen de verschillende generaties. Dat die kloof er is, is denk ik wel duidelijk; jongeren en ouderen, digitaal vaardige en niet- digitaal vaardigen, en zelfs binnen deze groepen zijn weer verschillen en kloven. Wat ik zo interessant en goed vond aan deze dag was niet zozeer het benadrukken van deze kloof of deze kloven, de verschillen tussen de groepen maar juist het zoeken naar de verbinding. Waar kunnen jongeren en ouderen elkaar vinden, hoe kunnen ze wat voor elkaar betekenen, waar kunnen ze elkaar helpen.

Dat niet-digitaal-vaardigen (vaak zijn dat wat oudere mensen maar zeker niet alleen ouderen) geholpen kunnen worden door digitaal-vaardigen (vaak jongeren maar zeker niet alleen jongeren), waar ouderen levenservaring hebben, verhalen, herinneringen versus de nieuwsgierigheid, de behoefte aan nieuwe ervaringen en aan experimenteren van jongeren.

Daar ging het over.

In plaats van de verschillen te benadrukken of de verschillende groepen tegen elkaar af te zetten als twee werelden die niets met elkaar hebben of kunnen, juist de verbinding te zoeken, kijken waar deze twee werelden elkaar juist kunnen en weten te vinden.

In de bibliotheek zijn we daar al langere tijd mee bezig. In de doorlopende lijn basisvaardigheden worden niet digitaal vaardigen geholpen door digitaal vaardigen, bij de Coderdodjo worden kinderen en jongeren geholpen door volwassenen en helpen jongeren kinderen. In het Taalhuis worden door mensen van alle leeftijden minder taalvaardige geholpen van allerlei leeftijden.

Scheidslijnen in en tussen groepen mensen zijn er vooral om groepen te kunnen definiëren en te beschrijven. Als dat gebeurd is, moeten we ermee aan het werk en zo snel mogelijk los laten dat ze deel uit maken van een groep maar kijken naar de mens, de oudere, de jongere, het kind, de vaardige of niet-vaardige en daar de focus op leggen. Als we dat allemaal zouden doen zou die andere tweedeling – die in de maatschappij steeds zichtbaarder wordt – waarschijnlijk vanzelf verdwijnen.


 

Wouter vHeiningen

Wouter vHeiningen

Vrijdagcolumnist sedert juli 2013 | Directeur Bibliotheek Maassluis & Midden-Delfland| Bestuurslid van Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart en stichting Ongehoord!

2 Reacties

  1. Aad Rieken
    28 september 2018 at 10:06

    “We Moeten Het Doen (S)Amen!”

    • patricia
      29 september 2018 at 22:25

      yes