De columnist van dienst is plots voor langere tijd niet beschikbaar en waar haal je zo snel een vervanger vandaan? En dan biedt de werkelijkheid ineens een gedenkwaardige ontmoeting die de moeite waard is om te delen.

Jelle

column nr 247

Ik heb al járen weinig meer met het spelletje. Ik ben ongeveer gestopt met kijken naar clubvoetbal toen door het Bosman-arrest de competitie hier te lande devalueerde naar Mickey Mouse niveau. Europees stopte ik na de door Ajax verloren EC finale en het EK en WK kijk ik alleen naar potjes waarin voor ons land kansen zijn … pardon waren.

Het zijn gedachten die mij op deze zaterdag door het hoofd spelen. En dan stapt hij het grandcafé binnen. Ik zet mijn koffiekopje neer en kijk hem aan. Hij ziet er geagiteerd uit. Hij ontwaart mij en vraagt of hij met mij mag praten. Ik nodig hem uit en hij steekt meteen van wal.

“Zag je al die heisa in de media? Je kan er niet omheen. Allemaal schijnheiligen… fan van Marokko met als reden omdat er zoveel zogenaamde Nederlanders in dat team zitten. Tot en met de oppergladiool Louis!”

Ik bevestig dat ik het deels ook heb gezien en spreek er mijn verwondering uit.

Hij reageert:

“Weet je waar ik nu zo benieuwd naar ben? Hoeveel van die zogenaamde fans in hun dagelijkse leven met Marokkanen omgaan! En behandelen zij hen dan gelijkwaardige als iedere andere Nederlander? Hoeveel van hen stemmen er bij de verkiezingen? Hoeveel van hen stemden op de PVV bij de laatste landelijke verkiezingen? Dus tegen diezelfde mensen. Nou?”

Voordat ik kan antwoorden, raast hij voort:

“Los van het antwoord op die laatste vraag. Besef jij dat dit hét principiële probleem is waarmee ons land en ons stadje al twintig jaar worstelt? En de politiek doet er geen flikker aan. Pappen en nathouden is het enige wat ze kunnen. Het zijn zachte heelmeesters. Wat krijg je dan: stinkende wonden!”

Ik hap naar adem, maar hij gaat meteen door:

“We horen de traditionele zogenaamd sociale partijen als PvdA en de confessionelen steeds over ‘iedereen telt mee’, ‘Nederland, dat zijn wij samen’ en “Wij sluiten niemand uit’. ”

Hij zucht eens flink. Hij plukt wat aan zijn baard. Dat is mijn kans en ik zeg:

“Je vindt dus dat er in de praktijk veel te weinig effectieve inspanningen worden gedaan om dat inhoud te geven. Interessant. Maar komt dat niet doordat Marokkanen en andere groepen zoals Turken nog steeds beschouwd worden als vreemdelingen? Of hoe men deze medelanders tegenwoordig in policor termen ook noemt. Ik denk dat het voor een groot deel komt, omdat ze twee paspoorten hebben.”

Nu gaat de deksel van de put en hij zegt:

“Degene die dat ooit heeft bedacht, verdient een standbeeld. En dat zullen we dan ritueel meteen van zijn sokkel trekken. Achterlijke gladiool! Ik heb dat fenomeen nooit begrepen! Ben je dan een Moccrolander of een Nederturk? Ik snap dat echt niet. Echt!”

Ik weet dat hij is opgevoed in de Joods-christelijk traditie, maar een kerkganger is hij niet voor zover ik weet. Kennelijk kent hij wel een aantal bijbelteksten en zoals een traditionele politicus zo vaak doet, gebruikt hij deze in zijn voordeel in zijn eigen context:

“Er was ooit iemand die zei Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal de ene haten en de andere liefhebben, of hij zal de ene aanhangen en de andere verachten; gij kunt niet God dienen en de Mammon.

Ik moet een glimlach onderdrukken als hij vervolgt met:

“Jezus nogantoe, dat was onlangs … een jaartje of tweeduizend geleden”.

Pfffff. Nu zucht ik even voordat ik reageer:

“Oké, je hebt je punt gemaakt, maar wat is je boodschap? Wie beseft dat? En belangrijker: wat ga jij dan wél eraan doen? Heb je daarover ook al nagedacht?”

Hij denkt even na en zegt dan:

“Ze gaan nog spijt krijgen. De Oost-Indisch doven. De blinde zienden, de pluchezitters. De achterlijke gladiolen! Het gaat nu om ons. Wie niet voor ons is, is tegen ons… Je doet mee ten volle of je vertrekt… Je kunt niet een beetje zwanger zijn. Je bent Nederlander of niet. En in dat laatste geval kun je vertrekken! … Het moet maar eens afgelopen zijn met dat schijnheilige gedoe. Landelijk krijgen we het niet snel voor elkaar. Het moet daarom van onderaf. Het is tijd voor politieke vernieuwing door een partij die echt ervoor gaat. Een partij die óns niet vergeet. Want de meest gediscrimineerde mensen zijn onderhand de Nederlanders.”

Hij slaat zo hard op tafel dat de cappuccino uit mijn kopje vliegt. Die was inmiddels toch al koud, gelukkig.

Hij zegt: “Let maar op. Het gaat gebeuren. Wees erbij. Blijf bij de les en volg wat er allemaal gebeurt in het komende jaar. Hier. In Maassluis … en wie niet voor ons is, is tegen ons! Knoop dat in je oren!”

Hij kijkt ogenschijnlijk dreigend, maar als ik mijn wenkbrauwen frons, schiet hij in de lach: “Geintje, dat laatste. Ik weet dat jij naast of zelfs boven de partijen staat, maar je kunt er straks niet meer omheen.”

Hij staat op, groet en vertrekt.

In mijn hoofd maalt het Wie niet voor ons is, is tegen ons. Wie niet voor ons is, is tegen ons. Wie niet voor ons is, is tegen ons.

Waar ken ik dat toch van?

Ik moet ineens grijnzen als het mij te binnen schiet: “De Tegenpartij, de partij voor alle Nederlanders die niet meer tegen Nederland kenne”

Koot en Bie met de Tegenpartij. Wat waren dat een achterlijke gladiolen. Althans de typetjes die zij speelden, maar dit is heden en het klinkt verdraaid serieus.

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Maandagcolumnist | Schrijver | Stadsdichter van Maassluis per 9/2018 | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Gespreksleider Themacafé Bibliotheek MM | Aan de andere kant | Business Consultant | Blogger | Spindoctor | Ethicus | Moralist | Zoeker

2 Reacties

  1. Andy C.
    17 juni 2018 at 13:10
  2. Aad Rieken
    17 juni 2018 at 11:27

    “Per Hema Expres-se?!

    Er reden gisteren in de Koningshoek twee treintjes
    waarvan een met drie borden waarop stond;
    HEMA Suikerfeest HEMA

    Het had ook leuk geweest als op het tweede treintje
    borden hadden gestaan met de volgend tekst;
    He Ma. Vaderdag. He Pa!