De dinsdag is vanouds gereserveerd voor de politieke partijen. Deze keer ontvingen wij geen kopij. Daarom een column met een verrassende invalshoek.

Redactie

column nr 262

Oktober bracht mij een bijzondere herontdekkingsreis die verleden met heden verbindt. In de aanloop naar Allerzielen ben ik tot driemaal gestuit op de liederenbundel “Kun je nog zingen, zing dan mee”. Dat is best bijzonder. Want dat is een boek met liederen uit mijn vroegste jeugd wat toen populair was en waaruit door mijn familieleden in die tijd nog wel eens een lied werd gezongen. Ik had er geen herinnering meer aan tot de maand oktober 2018…

(1) Het begon een dikke maand geleden toen ik voor de Kerk Special van de PKN een artikel over “gedenken” schreef. Ik vertel daarin onder meer over historische liederen die geschreven zijn in de tijd van Willem van Oranje ter nagedachtenis aan de gebeurtenissen in de Tachtigjarige Oorlog. Deze liederen waren toentertijd opgenomen in de bundel van Adriaen Valerius getiteld: “Nederlandtsche-Gedenck-clanck” (uit 1626).

Dat boek wordt uitgebreid besproken op de site DBNL.nl en dan lees ik daar ineens een vergelijking van dit boek met werken van zijn tijdgenoten: Roemer Visscher, G.A. Bredero, Jacob Cats, PC Hooft, Constantijn Huygens en Jan Luyken.

De wijk Sluispolder West trekt ineens aan mijn oog voorbij.

DBNL site

Een aantal van die liederen belandt begin 20e eeuw in de bundel “Kun je nog zingen, zing dan mee”.

(2) Ik was uitgenodigd door een Haags gezelschap om met 16 andere dichters aan te treden voor de derde editie van ‘Dichter bij de Dood’ ter gelegenheid van Allerzielen op de begraafplaats Oud Eik en Duinen. Aldaar liggen veel bekende mensen begraven: Menno ter Braak, Mieke Verstraete. F. Bordewijk, de broer van Prins Bernhard. Peter van Anrooij, Abraham Kuyper, Willem Drees. Afijn een hele rij. Diversen van hen waren schrijver, dichter.

Oud Eik en Duinen

Ik mocht uit de lijst met beschikbare namen er een uitkiezen die nog vrij was. Ik koos voor Pieter Louwerse. Dat bleek een lastige keus. Ik kende zijn naam niet maar met wat speurwerk vond ik hem terug: hij heeft naast zijn journalistieke werk ook verhalenbundels en liederen geschreven. Twee liederen van zijn hand zijn: (1) De paden op, de lanen in, vooruit met flinken pas (2) Waar de blanke top der duinen schittert in den zonnegloed. De muziek blijkt van de hand van componist Richard Hol.

Die naam kennen wij uiteraard van de Richard Hollaan (bij het Albeda College en De Vloot)

En waar vinden we die liederen? Juist! Weer in die bundel “Kun je nog zingen, zing dan mee”

Ik koos voor mijn optreden met Allerzielen een mooi gedicht van zijn hand over medemenselijkheid wat bij de gelegenheid past. Ook koos ik een gedicht van eigen hand dat met het thema te maken heeft.

(3) Half oktober kijk ik naar het tv programma “Vrouwen op Mars”, waarin Fidan Ekiz spreekt met Hedy d’Ancona. Er kwamen heel veel zaken en feiten voorbij. Zo ook dat haar vorige partner Guus de wettelijke vader van haar dochter Hadassah is. Omdat ik daarover nog wat meer wilde weten zocht ik informatie op en daaruit blijkt dat haar vader-voor-de-wet Guus de Boer psychiater is én dat hij de kleinzoon is van Klaas de Boer (1865-1943), een onderwijzer en hoofd der openbare school in Vroomshoop (Overijssel). Tijdens de kweekschool leerde hij Jan Veldkamp kennen.

Die twee onderwijzers stelden rond 1910 een liedbundel samen: “Kun je nog zingen, zing dan mee” ….

De Bundel

Nawoord
Met Allerzielen mocht ik dan mijn plaats innemen langs de route op de begraafplaats. Kleine gezelschappen trokken voorbij over de met fakkels verlichte paden. Ik denk dat ik zeker 150 mensen met de gedichten heb mogen ontroeren. Een eervolle gebeurtenis die ik niet snel vergeet.

En zo zorgde oktober voor een mooie verbinding. Het verleden stelde ineens veel vergeten mensen en liederen present.

PS

Mijn gedicht Schaakmat

Op het schaakbord van mijn leven,
schuif ik de stukken heen, soms weer.
Bij felle tegenstand rokeer ik,
maar nu helpt ook dát niet meer.
Ik heb mijzelf in acht genomen,
speelde zijwaarts en naar voren.
Nu is mijn spel bijna gespeeld,
sta ik voorgoed op elk vak verloren
Mijn dame is al uit het spel,
vroegtijdig terzijde, aan de kant.
Mijn eindspel wordt lastig,
eeuwig schaakmat, schepen verbrand.
De klok tikt ongenadig voort,
mijn speeltijd is verstreken.
Ik zal moeten capituleren,
ten leste ook mijn koning bezweken.

© 29-6-2015 Jelle Ravestein


 

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Maandagcolumnist | Schrijver | Stadsdichter van Maassluis per 9/2018 | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Gespreksleider Themacafé Bibliotheek MM | Aan de andere kant | Business Consultant | Blogger | Spindoctor | Ethicus | Moralist | Zoeker

1 Reactie

  1. Carla
    6 november 2018 at 12:00 — Beantwoorden

    goed stuk!

Praat mee! Vul hier uw reactie in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.