Het is een avond met een lach en een traan. We openen een flesje wijn en drinken op een positieve toekomst, met elkaar. Het voelt soms onwerkelijk maar dat zal de wijn wel zijn. Het gaat vast niet over mij.

Je vindt hier de voorgaande delen: De Draak

column nr 4 –  Het samenzijn, het praten over de draak

= Na het bezoek aan het ziekenhuis =

Nog dezelfde avond komen we samen. Het samenzijn met de kinderen is fijn. Ze omarmen mij en ik voel ze slikken als ik huil, ze huilen zachtjes in zichzelf mee maar willen sterk zijn voor mij. Het is een avond met een lach en een traan. We openen een flesje wijn en drinken op een positieve toekomst, met elkaar. Het voelt soms onwerkelijk maar dat zal de wijn wel zijn. Het gaat vast niet over mij.

Hoe rijk is mijn leven met deze kinderen, mijn broer en schoonzus, mijn maatje om mij heen. Zij zullen de komende tijd mijn rotsen zijn, die gaan zorgen dat ik er niet vanaf donder. Die mij gaan afremmen in mijn constante zoektocht naar antwoorden die er nog niet zijn. Die zullen trachten het positieve van het negatieve in te zien. Ben ik altijd de sterke pilaar geweest voor mijn broer, nu is het andersom. Nu kan en mag ik op hem leunen. Dat voelt zo fijn……

Ieder kind is anders, ieder kind gaat anders om met het feit dat er kanker is geconstateerd bij een van zijn of haar ouders, maar heeft ook verdriet. Ik kan er nu nog niet zijn om hen te troosten, om na te denken over hun verdriet, hun gedachten over hoelang ze nog van mij mogen genieten. Alleen al bij die gedachte voel ik de tranen over mijn wangen lopen. Het wordt niet benoemd, maar ik weet dat ze zich dubbel zorgen maken. Hoe gaat ze hiermee om, stevenen we af op een flinke depressie naast het feit dat de draak is gearriveerd? Of weten ze al dat die depressie er is… We zwijgen er allemaal over. Misschien mag dat stukje wel van mijzelf zijn, of misschien is dat stukje altijd al van mijzelf geweest.

Mijn maatje waakt iedere morgen over mij door te zorgen dat ik een doel heb zodra hij gaat werken. Ik moet eruit, ik moet iets doen, ik moet bezig blijven. Ik beloof het maar kan het niet altijd nakomen. Soms ben ik zo vertwijfeld, zo eenzaam aan het huilen. Dan lig ik in foetus houding op de bank, verdrietig te zijn om mijzelf. Waarom komt die draak bij mij?

De wereld draait door.

“Het komt nu wel dichtbij”, hoor ik een van mijn kinderen zeggen. Hoe confronterend is het als je te horen krijg dat een van je ouders kanker heeft. We willen delen, ik wil open en eerlijk er over praten. Geen geheimen, niet wegkijken, er voor mij zijn als het nodig is. Praten over de voor en na’s van het verwijderen van de borst waar de draak zit. We praten over de feiten en de nog vele onzekerheden. Zij zijn optimistischer dan ik ben. Ik kan het niet zijn. Teveel onzekerheden, te veel vragen, te veel ja maar als … Haal die borst maar weg!

Voordat de kinderen kwamen heb ik al aan een selecte groep verteld dat ik borstkanker heb. De reacties zijn divers en mijn nuchtere reactie is dan ook “maar ik ga nog niet dood”. De andere Fannie aan het woord… Kon ik die maar vasthouden, die sterke Fannie. Verrijkend is het als vrienden bij ons langskomen, hun armen om je heen, samen huilen is net zo mooi als de vele malen dat we samen hebben gelachen in onze korte of lange vriendschap.

De zorgen om mij zijn oprecht, warm. Maar er is nog iemand.  Ik maak mij zorgen om mijn maatje. Als ik huil. Zijn sterke armen om mij heen, zijn manier om mij weer op het rechte spoor te zetten. Als ik huil, huilt hij ook. Wie kijkt er naar hem om? Ik moet ook hem troosten, maar kan het niet altijd. Wat als ik er niet meer zou zijn?

De wereld draait door, ook zonder jou, zegt mijn maatje. Maar jij blijft nog heel lang bij mij. Had ik maar de helft van zijn positieve instelling.

“Je weet het… één berg tegelijk”, zegt mijn maatje, “ ‘t Komt allemaal goed”.

Is dat zo?

De schouders eronder Fannie!

Fannie Bicher

Fannie Bicher

Fannie Bicher | Een van de velen | Vechter voor meer begrip | Opgeven is geen optie

1 Reactie

  1. Aad Rieken
    17 april 2018 at 09:44

    “‘t Komt Allemaal Goed..,
    Is Dat Zo?, JA Dat Is Zo!”
    Dat Zeggen Aad en Maatje.

    Het Gezin, Houdt Moed Er-in.,
    En Gaan Door Tot Het Gaatje!

    “Sterkte Fannie!”