column nr 39

Ik was vast van plan om een briljant stuk te schrijven over hoe het krakeel rond de kleur van een knecht te beslechten. Mijn vingers zweefden boven de toetsen voor de perfecte openingszin toen de telefoon ging.

Werk aan de winkel. Een vraag om aandacht. Kunnen we als kerk wat betekenen voor mensen die af en toe hun verhaal kwijt willen? Gelukkig wel. En dus was in een paar berichten heen en de koppeling gemaakt. Zo makkelijk kan het zijn. Vol goede moed richtte ik mijn gedachten weer op het oplossen van het pietenprobleem. Maar met het verzenden van mijn mail waren er ook een paar binnen gekomen. En viel mijn oog op een stekelige zin over iemand die ontstemd was. Reageren via hetzelfde medium zou alleen maar meer miscommunicatie oproepen. Dus dan die goeie oude telefoon maar gepakt. Dertig minuten later leek de ergste kou uit de lucht, maar moest ik wel een paar documenten opduikelen die helderheid konden scheppen.

Inmiddels vroeg een stapel ouderwetse brieven op mijn bureau om aandacht. Deze moesten echt nu worden rondgebracht. Want in de rij berichten die waren binnengekomen zaten ook wat ongeruste vragen waar ze bleven. Het miezeren was even over en dus op de fiets een ronde door het doolhof van de Dreven en Molens.

Geklaard zette ik mij weer aan het toetsenbord, maar ik zag hoe laat het was. Wist ik al waar ik straks met een geweldige groep ouderen over zou gaan praten? Op mijn beeldscherm schoof een foto voorbij uit 1985 toen de DrieMaasHave nog gebouwd moest worden. Inmiddels is er al weer een ingrijpende verbouwing en aanbouw achter de rug. Ik plukte een stuk uit de Bijbel. Over de dood en dat je niet verdrietig hoeft te zijn als iemand sterft. Een oproep die haaks staat op ons gevoel. Maar dat is wel een beetje de rode draad van dat oude boek.

Weer thuis moest de column weer wachten, wacht kinderen gaan voor. Zeker als ze hopeloos verstrikt raakt in een web van wachten en wirwar van niet werkende programma’s. Dan steekt de vader-die-het-wel-even-vlot-zal-trekken in mij de kop op. Maar helaas bleken ook mijn pogingen vruchteloos. Wat weer een deuk in mijn imago opleverde natuurlijk. Of was dat mijn ego?

In elk geval was de klok opnieuw onverbiddelijk. De rest van de middag en avond zou ik niet meer thuis zijn en van een constructief overleg over hoe een club mannen een klas leerlingen kan helpen, in een gesprek rollen over de schoolprestaties van een eigen kind om daarna aan te schuiven bij een gezelschap dat groots denkt over film op het water, om mij vandaar te haasten naar die club mannen om het verhaal achter de schermen te horen van een uitzonderlijk politieoptreden, plus een heleboel regeldingen en nieuwe afspraken die geboren werden. Een welbestede dag….

Thuis staarde echter een leeg scherm mij aan. Nog geen letter zwart op wit van die briljante column. Ik zuchtte diep en dacht dat ik die volgend jaar dan maar ging schrijven. Of zouden voor- en tegenstanders van Piet het samen hebben opgelost? Dat zou pas echt briljant zijn.

Gerrit van Dijk

Gerrit van Dijk

2014-2019 | Columnist op woensdag (1x per maand) | Dominee PKN | @gdijkdijk op Twitter

1 Reactie

  1. Aad Rieken
    23 november 2017 at 06:42

    Gerrit poept zijn erwt,
    en Ad Hoc(t) met Mien.
    Dat is met social media,
    nu overal te zien!