Ik kon er natuurlijk op wachten: Na de commissievergadering over geluidsoverlast een reactie van Bert de Reuver.

Al een jaar of vijf probeerde ik Bert zover te krijgen dat hij de DCMR van binnenuit op haar verantwoordelijkheden wijst. In augustus 2010 ben ik begonnen om vragen te stellen over de kwaliteit van de lucht in Maassluis. Als paralleltraject bestookte ik Bert, liefhebber van groene daken, groene stroom en groen (de Engelse term schiet me zo gauw niet te binnen) waarin een gat zit om een balletje in te poneren. Bestoken zodat Bert de DCMR cultuur van pappen en nathouden zou doorbreken. Het heeft even geduurd, maar of de veranderingen binnen de DCMR aan Bert te danken zijn of dat de verandering bij de DCMR alleen nog maar een papieren tijger is, zal de tijd moeten leren. Wat wel helder is, is dat Bert weg is bij de DCMR. Het zou teveel eer zijn omdat een cultuuromslag te noemen. Bert, als woordvoerder en fotomodel voor zijn achterban, heeft nu tijd over en richt zijn pijlen op de Rijkswaterstaat en ondergetekende als blijkbaar de vleesgeworden Rijkswaterstaat. Deze weken ligt vooral de Rijkswaterstaat in Maassluis onder vuur en waarom:  woonwijken en een enkel huis staan te dicht bij de A20 en hebben mede daardoor last van geluid.

Ooit had ik een klasgenoot in Maassluis, z’n voornaam ben ik vergeten maar de familienaam was Mastrigt. Deze familie woonde in een wit spoorhuisje langs de lijn naar Hoek van Holland. Nooit heb ik hem gehoord over lawaai geproduceerd door langsrijdende treinen. Hij zei weleens:

Waarom ook we zijn toch zelf op twee meter van het spoor gaan wonen.

Maassluis bouwde diverse woonwijken te dicht bij de rijksweg. Woonwijken die de PvdA fractie in Maassluis een (wege)doorn in het oog moeten zijn; geen woning in de categorie sociaal. Was dat verstandig van Maassluis om daar zelf of via een deal met een projectontwikkelaar zo vlak naast de rijksweg huizen te bouwen?

Toen misschien wel? Nu blijkt van niet.

Het gejeremieer is niet van de lucht. Alles wordt op het bordje van de RWS neergelegd. Er worden dan zaken door elkaar gehaald: van 110 naar 130 km en de Blankenburgtunnel is een katalysator gebleken, want sinds die plannen er zijn, lijkt het alsof wij in Maassluis moeten vrezen voor een soort armageddon. We zullen overspoeld worden met auto’s en decibellen.

Ik vraag het mij af.

De Rijkswaterstaat hield het formele been stijf en toonde met berekeningen aan dat Bert c.s. “niets te klagen hadden”. Nu lijkt er zicht op een opening nadat de RWS op miraculeuze wijze in vier dagen van mening is veranderd. Nu hoop ik wel dat de Maassluizer – met Bert voorop – genoeg geduld heeft. De wetgeving mag dan vereenvoudigd zijn, de financiering is dat niet. De Rijkswaterstaat is met handen en voeten gebonden aan een begrotingscyclus en bijbehorende beheer- en onderhoudsplannen. Het moet allemaal erin passen en gepland worden. Het lijkt wellicht beter als Maassluis de verzakte aarden wal eigenhandig op hoogte brengt. Misschien ligt er hier of daar nog wel wat zand om dit klusje te klaren. Het zou zomaar kunnen dat de Rijkswaterstaat zoveel pro-activiteit beloond met een uitgestoken hand. Een brief aan de RWS kan geen kwaad (wel even op het adres van de goede afdeling letten).

Maar we zijn er nog niet!

We willen ook nog een derde afslag in Maassluis. Drie afslagen op een afstand van 5 kilometer lijkt me iets te veel van het goede. Een parallelweg langs de A20 die aansluit op de Rozenlaan, lijkt mij een optie. Maar goed ik ben de Rijkswaterstaat niet, alhoewel Bert mij regelmatig inwrijft dat ik wel opvallend op de stoel van de RWS zit.

Aad Solleveld

Aad Solleveld

Columnist op donderdag 1x per maand t/m 5-2016| Gemeenteraadslid voor Maassluis Belang | Speaker bij Excelsior Maassluis