column nr 186

Op maandagavond keek ik met een half oog naar ‘onze jongens’ op televisie. Het Nederlands voetbal elftal speelde een vriendschappelijke wedstrijd tegen Portugal, de huidige Europese kampioen. Terwijl ik nog wat aan het werken was op mijn laptop, luisterde ik naar het commentaar en keek zo nu en dan met een schuin oog naar de televisie.

Mijn verwachtingen waren niet erg hoog gespannen. Na de , weliswaar kleine, nederlaag tegen Engeland van de vrijdag daarvoor (die ik overigens niet had gekeken, ik las erover in de zaterdagkrant) dacht ik, net als de rest van Nederland volgens mij, dat Portugal toch echt een maatje te groot zou zijn in dit stadium van opbouw van een nieuw elftal.

Ik had wel vertrouwen in Ronald Koeman, als trainer en als voetballer had hij altijd goede resultaten behaald, als mens is hij rustig en kundig, dus ik zag er wel heil in maar dat het tijd zou gaan kosten was duidelijk.

En dan is het ineens 0-1 voor Nederland, ik schrok op, wat krijgen we nu? Even later was het 0-2 en ik legde mijn werk opzij. Met meer belangstelling ging ik er nu voor zitten. Het elftal speelde goed, fris, vanuit een solide basis (de verdediging) en met spel vreugde, iets wat ik al zolang had gemist bij het Nederlands elftal. Allemaal (of bijna allemaal) jonge jongens die goed naar de trainer en technische staf hadden geluisterd en die precies deden waar ze voor waren uitverkozen; goed en attractief voetbal spelen.

Uiteindelijk werd het 0-3, de Portugezen gefrustreerd achterlatend (ik hoorde een reporter op de radio zeggen: Portugezen houden niet van verliezen. In het voetbal lijkt me dat een goed uitgangspunt). Ik heb ervan genoten en het beloofd iets moois te worden, de samenwerking met Koeman als trainer.

Later bedacht ik dat wat voor het voetbal geldt eigenlijk ook voor bedrijven en organisaties geldt; je moet aan je opdracht voldoen (maatschappelijke opbrengst of winst maken) vanuit een solide basis, met mensen die weten wat ervan ze verwacht wordt, die plezier hebben in het uitvoeren van die opdracht en die samen willen werken aan een eindproduct.

Gelukkig begrijpen ze dit bij het Nederlands elftal nu ook. Het kan een mooie sportzomer en najaar worden.

Wouter vHeiningen

Wouter vHeiningen

Vrijdagcolumnist sedert juli 2013 | Directeur Bibliotheek Maassluis & Midden-Delfland| Bestuurslid van Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart en stichting Ongehoord!

2 Reacties

  1. Aad Rieken
    30 maart 2018 at 08:47

    “De Basis Is!”;
    dat veel van onze bonds en clubtrainers nog met te veel ontslagen te maken hebben gehad, zij zijn net zo goed als/wanneer hun spelers er zin in hebben.

    De Spelers Van Portugal Dachten Er Heel Iets Anders Over/Van!

  2. Aad Rieken
    30 maart 2018 at 08:20

    “(G)Een Eendagsvlieg, Maar/Of Een Meerdaagse?!”