Op de een of andere manier is het de laatste weken veel in het nieuws; de wegwerpmaatschappij. Wat is die ‘weggooi’maatschappij? Dat is een samenleving waarin steeds meer producten worden geproduceerd die zijn bedoeld om tijdelijk te worden gebruikt en vervolgens te worden weggegooid. Zij worden dus niet onderhouden, gerepareerd of bewaard voor later gebruik.

Tegenwoordig leven we in een tijd waarin de levensduur van allerlei artikelen zoals kleding, schoenen, aankleding voor huis en haard maar ook voedsel steeds korter wordt. In vergelijking met 20, 30 jaar geleden is de omloopsnelheid (van productie tot het moment dat een artikel wordt afgeschreven dan wel wordt weggegooid) enorm terug gelopen.

Neem kleding.

In de oertijd (jaren zeventig van de vorige eeuw en daarvoor) was kleding een schaars goed in de zin dat kleding niet goedkoop was, dat er langere tijd mee gedaan werd en dat, wanneer er slijtage optrad, de kleding werd hersteld of vermaakt. Ik ben nog van de tijd dat je de kleren van je oudere broer of neef kreeg om ‘af te dragen’. Je had zelfs je ‘zondagse goed’, mooie kleding die je niet vaak droeg en die soms jarenlang meeging.

Met schoenen was het eigenlijk net zo.

Waren je schoenen toe aan een opknapbeurt, nieuwe zolen of hakken, gaatjes of scheurtjes, dan gingen ze naar de schoenenwinkel en een week later kreeg je bijna nieuwe schoenen terug want helemaal hersteld. En zo ging het met zaken in je huis ter aankleding of versiering. Als je het heel goed had, dan beschikte je over zomer en winter accessoires maar meestal stonden er in je huis, jaar in jaar uit, dezelfde spullen. Met uitzondering van misschien vazen of potten.

Met voedsel was het eigenlijk niet veel anders.

Je was wel gek om eten dat nog goed was weg te gooien. Dat at je soms tegen heug en meug op (als je de oorlog nog had meegemaakt) of dat at je als kliekje de volgende dag.

Tegenwoordig is dat helemaal anders. De binnensteden zijn bezaaid met kiloknallers, kleine prijzenwinkels, spotgoedkope kleding- en schoenenzaken, budgetwinkels en in de supermarkten liggen de kant en klaar maaltijden hoog opgestapeld. Daarbij is de welvaart enorm toegenomen. Dus waar we vroeger zuinig op waren of wat jarenlang mee moest, dat gebruiken we tegenwoordig heel kort (bij kleding soms maar een seizoen) of gooien we na een dag al weg (voedsel).

Bij de discussie over waar we naar toe gaan met de wereld (vervuiling, verruwing, angst en onverdraagzaamheid) lijkt me dit een onderwerp dat minstens zo belangrijk is om te adresseren.

Ik ben niet van het type dat vindt dat vroeger alles beter was, integendeel, vandaag de dag hebben we veel om dankbaar voor te zijn en zijn de mogelijkheden soms zelfs te uitgebreid maar waar het op kwaliteit van leven, gebruik van de natuurlijke bronnen en duurzaamheid gaat kunnen we veel leren van de geschiedenis.

 

 

Wouter vHeiningen

Wouter vHeiningen

Vrijdagcolumnist sedert juli 2013 | Directeur Bibliotheek De Plataan voor Maassluis, Vlaardingen & Midden-Delfland| Bestuurslid van Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart en stichting Ongehoord!

2 Reacties

  1. Aad Rieken
    20 januari 2017 at 09:30

    ”Al Met Al Blijft Het Een Vraagteken?!”

  2. Aad Rieken
    20 januari 2017 at 09:01

    ”VOEDZAAM?!”

    “Vroeger werd kleding versteld en sokken gestopt..,
    we staan er nu van versteld en zijn er mee gestopt!”