Het wordt lastiger om nog anoniem mijn kopje cappuccino te drinken. De volgende keer zal ik geen krant meenemen, maar een tablet. Misschien dat het helpt. Ik zit nog maar net in het grandcafé of er komt een heer op mij af en hij zegt: ”Bent u niet die meneer die schreef over die negatieve ervaringen van anderen?”

Ik knik en zeg: “Nou ja, negatief…”, maar hij praat met dezelfde voortvarendheid onverdroten verder: “Wat dacht u van een positief verhaal? Luister. Ik zal u wat vertellen over mijn belevenissen”.

Het valt op dat hij goed verzorgd is en zijn gebruinde hoofd doet vermoeden dat hij de winter elders doorbrengt. Een vijfenzestigplusser van het type ‘man in bonus die het graag wil weten’. Ik besef dat hij iemand is die het woord ‘nee’ niet kent, dus zeg ik: “Ga uw gang”.

“Kijk, ik ben ooit begonnen hier in Maassluis met niet meer dan een LTS-diploma. Ik ben op mijn vijftiende gaan varen en heb toen veel ervaring op gedaan. Toen ik volwassen was, ben ik gaan werken op een sleepboot, Smit-Tak, weet u wel. Een paar jaar hard werken en het vak verder onder de knie krijgen. Ik wilde eerst loods worden, maar dat kon niet. Daarom besloot ik dat kapitein de volgende stap moest zijn, maar dat lukte niet zonder de vereiste papieren. Ik ben daarom gaan varen voor een rederij onder Liberiaanse vlag. Ik was binnen een jaar kapitein van een middelgrote tanker. Schitterend. Olietransport van Nigeria naar Rhodesië. Zo heette dat land toen nog.”

Hij geeft een knipoog en kijk mij aan alsof ik dat wel weet. Toevallig is dat ook zo.

“Affijn, alle ervaring die ik in de tien jaar daarna opdeed, zorgde ervoor dat ik aantrad als jongste kapitein ooit op een grote olietanker. Ik moest hem vanuit Koeiweit  naar Europa varen en zou er ruim voor worden beloond. Dus op naar de Kaap, althans dat dacht ik. Er moest een stop van twee dagen worden gemaakt ter hoogte van Durban. Zogenaamd voor tussentijdse reparatie, maar in werkelijkheid moesten we in die twee dagen al die olie overpompen in lokale kleinere tankers. Het was de tijd van de olieboycot. Midden in de nacht zijn we weer weggevaren. Schitterend.”

Er gaat mij vaag iets dagen en ik vraag: “Was er niet een olietanker verdwenen rond die tijd? Bij Senegal?”

Hij grinnikt en zegt: “Ik heb aan die trip een bom duiten overgehouden. En het mooiste is dat de hoge heren later door Scotland Yard zijn aangewezen als schuldigen. Schitterend. Ik was allang ondergedoken in Zuid-Amerika en heb mijn verdere fortuin gemaakt op Aruba. Schitterend”.

Met een triomfantelijke blik en brede grijns vraagt hij: “Nou? Wat zegt u ervan? Vindt u het een mooi verhaal? Schitterend toch!”

Ik knik en hij praat nog een tijdje verder over zijn handel op de Antillen. Al even louche, maar hij vindt het zelf ‘schitterend’.

Na een uurtje staat hij op, rekent af. In de deuropening draait hij zich even om en zegt: “Ik ga even mijn ouwe makkers groeten.” Hij tikt aan zijn denkbeeldige kapiteinspet als groet en stevent de Markt over richting de Wip.

Ik besef ineens dat ik vergeten ben te vragen hoe hij heet. Misschien maar goed ook.

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Columnist | Schrijver | Stadsdichter van Maassluis 9/2018- 9/2020 | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Aan de andere kant | Business Consultant | Boomredder | Spindoctor | Ethicus | Moralist | Zoeker | Mens