Vanwege de debatten in de gemeenteraad over de begroting 2018 ruilt Corine met Jan, die we vandaag kunnen lezen

column nr 12

Ik heb onlangs een grote erfenis gekregen, en eerlijk gezegd zit ik er een beetje mee in m’n maag. Ik weet zelfs niet eens of ik die erfenis wel zal aanvaarden.

Je kunt een erfenis namelijk aanvaarden, of verwerpen. Een tussenvorm is, dat je aangeeft dat je de erfenis alleen wilt hebben als er een positief saldo overblijft. Waarom zou ik immers de schulden van mijn voorgeslacht moeten betalen?

U kent het wel: oma is zonder testament heengegaan, en haar kinderen zitten ermee. Hebben wij zin om de achterstallige huur te betalen? Nee. Maar mocht er toch nog een leuk spaarbankboekje zijn, dan is het misschien toch interessant. Weet je wat? We gaan naar de rechtbank en zeggen met z’n allen, dat we de erfenis alleen willen hebben als er geen schulden zijn. Dan komen we niet in de problemen. Technisch gesproken heet dat: aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving of beneficiaire aanvaarding.

Hoe het met deze erfenis gaat lopen, valt niet te overzien. De erfenis zelf stamt uit de zeventiende en achttiende eeuw. Toen schijnen mijn verre voorouders geld verdiend te hebben met slavenhandel. Nou ja: ‘mijn voorouders’, dat is een beetje teveel gezegd. Ik bedoel de voorouders van al die Nederlanders die zich nu autochtoon noemen. Nou ja: ‘al die Nederlanders’, dat is ook een beetje teveel van het goede. Beter is het te spreken over sommige Nederlanders. En de Nederlanders die niet aan slavenhandel deden, wisten er niets van af, of deden alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Maar het is hoe dan ook een erfenis waar ik mee zit. Of nou ja: ‘erfenis’, dat is misschien niet eens het juiste woord. Het is vanuit ons huidige standpunt een zwarte bladzijde in de geschiedenis, een inktzwarte bladzijde; daar geen enkel misverstand over. Maar erfenis?

Er zijn globaal gezegd twee opvattingen. De ene leunt op het spreekwoord: ‘De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de kinderen krijgen stroeve tanden’. Oftewel: de kinderen betalen de prijs voor de fouten van pappa en mamma, en alle generaties voor hen.

De andere kant zegt: ‘Nee, iedereen heeft zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Slechte ouders brengen niet uitsluitend slechte kinderen voort, en je kunt kinderen niet aansprakelijk stellen voor alle fouten van hun voorgeslacht’.

Voor alle duidelijkheid: ik hoor bij het tweede kamp. Ieder mens verdient zijn of haar eigen kansen, en hoeft niet al het puin van zijn voorouders op te ruimen voor hij aan zijn eigen ontwikkeling toekomt.

Zoals de meeste lezers wel weten, ben ik, naast van alles en nog wat, ook theoloog. En vanuit dat vak kan ik met geen mogelijkheid zien hoe onze generaties de lasten zouden moeten dragen van de miskleunen van onze voorouders. Het meest vérgaande Bijbelwoord in dit opzicht komt uit de Tien Geboden, waarin staat dat de ongerechtigheid van de vaderen doorgerekend kan worden aan de kinderen tot in de derde en vierde generatie. Ergens houdt de schuld van pappa en mamma kennelijk op invloed te hebben op hun nageslacht; ergens houdt het op. De profeten uit het Oude Testament nemen al nadrukkelijk afstand van dat spreekwoord over de onrijpe druiven van de ouders en de stroeve tanden van de kinderen. En als Jezus met een blinde man te maken krijgt, vragen de omstanders wie er gezondigd heeft: hij of zijn ouders. Jezus wijst die vraag ten stelligste af: zo zit de wereld niet in elkaar.

Wij mogen in alle vrijheid leven, dat wil zeggen zonder de last van generaties ver voor ons.

Maar, maar, maar!

Als we het er over eens zijn, dat slavernij en alles wat daarbij hoort, een inktzwarte bladzijde in onze geschiedenis is, waarom zijn we er dan zo op gebrand om de uitlopers van die zwarte bladzijde tot cultureel erfgoed te verklaren? Waarom zouden we degenen die wél de last van het verleden meedragen en maar niet kunnen afwerpen, blijven dwarszitten met dat erfgoed?

Met andere woorden: als bijvoorbeeld Zwarte Piet voor zoveel Nederlanders die hun roots in die zwarte bladzijde van onze geschiedenis hebben, pijnlijk en confronterend is, waarom blijven wij die ergernis dan voeden?

Als we niet verantwoordelijk zijn voor die zwarte bladzijde, past het ons eenvoudigweg om er ook afstand van te nemen, de grootst mogelijke afstand.

Ik heb in mijn naïviteit een paar jaar geleden een artikel in de Volkskrant geschreven waarin ik beweerde dat Zwarte Piet geen teken is van discriminatie, maar van emancipatie en integratie. Omdat iedereen Zwarte Piet kan spelen, en omdat het fenomeen nooit als discriminatie bedoeld is, is Zwarte Piet eerder een symbool van een soort oer-Nederlanderschap dan van discriminatie, zo schreef ik.

Inmiddels kijk ik er anders naar.

Of je aanvaardt de erfenis zuiver, dat wil zeggen: met alles erop en eraan. Dan moet je het slavernijverleden tot je eigen identiteit rekenen. Dan draag je de lasten van je voorouders voluit.

Of je verwerpt de erfenis, en zegt: wat er ook voor saldo overblijft, ik wil het niet hebben. Dan bemoei je je met niets wat je voorouders gedaan hebben. Je neemt dan afstand, zonder je er ook maar een moment in verdiept te hebben.

Of je aanvaardt de erfenis onder de voorwaarde dat er alleen een positief saldo overblijft. Dan kun je wel voortbouwen op hetgeen je ouders bereikt hebben, maar je hoeft je niet meer druk te maken om de bouwfouten die zij gemaakt hebben. Maar dan moet je de gevolgen van die bouwfouten niet jaar in jaar uit weer uit de kast halen.

Weinig zaken in het leven zijn zo lastig als erfeniskwesties, dat blijkt maar weer.


Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten in je inbox te ontvangen.

Jan de Visser

Jan de Visser

STERK | Lijsttrekker | Lucardie & De Visser Advocaten te Den Haag |www.jdevisser.nl

3 Reacties

  1. Aad Rieken
    10 november 2017 at 06:55

    Als een erfenis……,
    wordt tot ergernis.
    Gaat er ergens iets,
    Heel Vrees’lijk Mis!

  2. Bert
    9 november 2017 at 15:27

    Een mooi filosofische verhaal! Alleen heeft het sinterklaasfeest niks met het Nederlandse slaverij verleden te maken. Het kinderfeest zoals wij het kennen is tussen 1200 en 1800 ontstaan. Dit heeft dan ook niks met de slavenhandel tussen afrika en Amerika te maken. Columbus moest immers Amerika nog ontdekken. Vanuit de schiedenis is er ook geen bewijs dat achter zwarte piet racistische bedoelingen zitten. Onze kinderen zijn ook nooit opgevoed dat zwarte piet racistisch is. Misschien kunt u zich beter afvragen waarom door toedoen van een handjevol mensen in een kort tijdsbestek van 10 tot 15 jaar zwarte piet ineens een symbool is geworden van tegenstellingen tussen autochtone nederlanders en nederlanders met een migratieachtergrond uit Amsterdam Zuid oost.

  3. bea scheurwater
    9 november 2017 at 12:25

    Eens