Ze zit naast me te glimmen van trots. We zijn op weg naar het ziekenhuis naar haar moeder en kersverse broertje. Gisteren geboren en ze hoopt dat hij vandaag wel zijn ogen open doet. “Vandaag is rood” klinkt uit de radio en ze zingt mee. “Dat is Marco Borsato”, zegt ze, “die heb ik al een tijd niet meer gehoord.” Dat klinkt grappig uit de mond van een negenjarige. We zingen samen luidkeels mee. Haar twee jaar oudere broer is er niet bij. “Morgen zie ik ze wel weer”, was zijn argumentatie. Dan gaan ze als het goed is weer naar huis na een paar dagen bij ons te hebben gelogeerd.

Even hebben we er weer twee kinderen bij en zijn alle kamers weer vol bezet. Misschien is het vreemd maar wij hoefden er niet zolang over na te denken of wij een paar dagen twee kinderen konden opvangen omdat moeder moest bevallen. Vader is door de IND teruggestuurd. Na dertien jaar bleken de papieren niet te kloppen. Meer heb ik nog niet gehoord van dit ongetwijfeld behoorlijk ingewikkelde verhaal. Maar het is genoeg om weer eens bevestigd te krijgen dat wij het toch ergens niet goed doen als het gaat om mensen die hier een veilig heen komen zoeken.

En zo raakt onze tijd van vol=vol op een bepaalde manier aan het kerstverhaal waarin geen plaats was in de herberg.

kleur-kersttafereel

We zijn er en lopen naar de kraamafdeling. Ze begroet haar moeder en weet heel handig binnen een paar tellen haar broertje op schoot te hebben. Natuurlijk heeft ze eerst een paar foto’s gemaakt die direct met vriendinnen gedeeld worden. We leven tenslotte wel in 2016. Even later komt er een verpleegkundige binnen met een flesje. Ze geeft de kleine een schone luier en zijn grote zus staat er bovenop. Met inmiddels het flesje in haar hand. “Moet hij zo eten?”, vraagt ze quasi onschuldig. De verpleegkundige trapt er met huid en haar in. “Wil jij hem soms zijn fles geven?” Daar was het natuurlijk om te doen. Ze vraagt waarom er maar zo weinig in het flesje zit. Geduldig volgt de uitleg dat een pasgeborene nog niet zoveel aankan en dat je met kleine beetje moet beginnen. Ik denk aan het bord spaghetti dat zij net bij ons weg heeft zitten bunkeren. Voor je het weet zijn ze groot.

Ze geniet overduidelijk. Dit is beter dan school. Op mijn vraag hoe het was geweest, antwoordde ze dat het saai was. Rekenen en taal. Tja, natuurlijk geen sexy vakken, maar wel ongelooflijk nodig en nuttig. Als je de taal niet spreekt dan krijg je het moeilijk in dit land. Dat voel je op je klompen aan en wordt steeds door dikke rapporten bevestigt. Overigens maak ik me over die negenjarige jongedame niet zoveel zorgen. Die spreekt prima Nederlands.

En ze is ook verantwoordelijk, want na een half uur zegt ze zelf dat het tijd wordt om te gaan. Ziet ze dat haar moeder moe is? Ik heb bij ons thuis ook al gemerkt dat ze voor haar leeftijd best veel ziet en weet en dingen in huis op zich neemt. Toch hoop ik dat ze ook gewoon kind kan zijn in de komende jaren. Ze neemt afscheid van haar moeder en piepkleine broertje die even zijn grote ogen voor haar opent.

Hij heeft een prachtige naam meegekregen voor dit leven: Emmanuel, God-met-ons.

lichtjes-animatie

Gerrit van Dijk

Gerrit van Dijk

Columnist op woensdag (1x per maand)| Dominee @ PKN Maassluis | @gdijkdijk op Twitter

2 Reacties

  1. 21 december 2016 at 10:59

    ik hoor het Rita Verdonk nog zeggen. Er worden geen gezinnen uit elkaar gerukt!
    Inmiddels hebben we een regering waardoor dat nog veel erger is.

    Ook ik heb een baby, 10.000 kilometer verder, die niet hierheen mag komen met haar moeder.

  2. Aad Rieken
    21 december 2016 at 09:22

    ”Mijn broer heet Theodorus…….,
    wat geschenk van God Betekent.
    Maar is tot nu toe niet…..,
    met veel geluk berekent!”