Mijn vrouw is afgelopen week voor derde maal in een ziekenhuis opgenomen. Ze heeft meerdere keren gezegd dat ze het niet meer ziet zitten, omdat de pijnen haar te veel zijn. Als het zo maar voorbij zou zijn, heeft ze er vrede mee. Ze zei de laatste tijd wel vaker: “Ik wil niet oud worden”. Ik ga de discussie niet meer aan. Als zij iets in haar hoofd heeft, brengt niemand haar er vanaf.

Het is zondagmorgen, de eerste paasdag. Gisteravond nog meldde ik aan diverse vrienden dat mijn vrouw aanstaande dinsdag uit het ziekenhuis zou worden ontslagen.

Ze weten niet beter en ik laat hen in die waan.

Klinkhamer
Zojuist heb ik de restanten verdeeld over diverse plastic zakken. Ik heb chirurgische handschoenen aan dus er kleven geen bloedsporen aan mijn handen. Uit voorzorg heb ik ook mijn bovenkleding uitgedaan voor je weet maar nooit. Er spookt ineens door mijn achterhoofd: De Zaak Klinkhamer, woensdag gehaktdag.

Nee, nee… dit is anders.

Ik duw die gedachte weg en wijdt mij aan mijn minutieuze taak. Af en toe moet ik een gevoel van walging onderdrukken. Ik probeer niet te denken, niet te voelen.

Ik stop de oren die van de schedel zijn gescheiden in een plastic zak. Even later ook de gestripte huid in een andere zak. Dan gaat de luchtpijp in de volgende zak. Ik moet doorwerken anders is de stank straks niet te harden.

Zij was het zat
Ik moet denken aan haar laatste woorden van gisteren: ”Ik ben het zat. Haal mij hier weg!”.

Ze was niet in een beste stemming en het kostte mij moeite om mijn kalmte te bewaren. Ik wijt het aan het gedoe met het personeel dat zo weinig begrip voor haar situatie toonde.

Vandaag is alles anders

Op haar uitdrukkelijk verzoek gaan alle lichaamsdelen in de vrieskist. Daar is het aan ieders oog onttrokken en kan het weken ongezien blijven liggen. Ze had gezegd dat ik alle sporen grondig moest verwijderen. Ik geef gehoor aan haar wens. Ik volg al haar aanwijzingen op. Ik ruim daarna de materialen op en zorg dat ik niet knoei met het bloed en de lichaamssappen die eraan kleven. Dan rest mij nog alle bloedsporen te verwijderen uit de badkuip, die hoeft niemand aan te treffen. Ik reinig de kuip grondig.

Niemand die het nu meer kan zien en het duurt tot dinsdag tot iemand van buiten het huis betreden zal.

Voldaan ga ik even zitten. Wacht, mijn handen, die moet ik toch maar even goed boenen.

Mooi weggewerkt, denk ik. Nu nog werkmaterialen afvoeren. Een openbare container verderop lijkt mij wel een geschikte plaats om ongezien van die rommel af te komen.

Terwijl ik op adem kom , bedenk ik dat een mens er toch wat voor over moet hebben als hij slachtafval van konijnenoren, zalmhuiden en koeienluchtpijpen zelf wil verwerken in een droogmachine. Tja, je houdt van je honden of niet. Ik moet voortmaken, want vrouwlief kan elk moment bellen dat ik haar kan komen ophalen. En zo geschiedt: op zondagavond rond half zeven is zij thuis.

Reeds.

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Columnist | Schrijver | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Aan de andere kant | Business Consultant | Filosoof | Boomredder | Spindoctor | Ethicus | Moralist | Zoeker | Mens | voormalig Stadsdichter van Maassluis |
■ Wie dichters, schrijvers en columnisten wil corrigeren, heeft nog veel te leren ■

2 Reacties

  1. Ronald van Santvliet
    9 april 2016 at 23:27

    Haha…..geniaal verhaal ! Schrok even en dacht, het zal toch niet waar zijn….maar het is waar !…je houd echt zielsveel van je vrouw en de honden. Lol

  2. Aad Rieken
    28 maart 2016 at 09:50

    ”Van Pijnlijk Naar Pijnloos!”
    (dat hoop ik voor haar)

    Het Klinkt Als een Hamer,
    Voor Haar Aangenamer!

    Heel Veel Sterkte Jelle!