Hij is ‘Collectioneur Perzische tapijten’. Althans, zo staat het op het visitekaartje dat ik in mijn handen krijg gedrukt. Ik zit samen met hem op een vlot en we dobberen ergens op een rivier in de Thaise jungle. Het is geen vrije keuze. We zijn beiden single terwijl alle andere reisgenoten van de groep gebonden zijn. We werden elkaar, door de reisleiding en het Lot, toebedeeld. Deze Collectioneur komt helaas niet uit Duizend-en-een nacht. Perzische tapijten ten spijt. Sterker nog, ik vermoed dat ik in een heel verkeerd sprookjesboek zit.

Hij legt uit wat hij in het dagelijks leven doet. Ik knik beleefd maar kan mijn ogen niet afhouden van de Gibbons die rondom ons in de lianen hangen. Ik rijk hem mijn verrekijker aan in de hoop dat hij dan even zijn snavel houdt. Tevergeefs. Zonder mij om te draaien strek ik, even later, mijn arm weer uit en probeer hem met een grijpgebaar duidelijk te maken dat ik mijn verrekijker terug wil. Het is even stil.

Hij heeft een onooglijk linnen hoedje op. Zo’n dopje met een randje dat altijd naar beneden hangt, alsof het gemaakt is om treurig door het leven te gaan. Dat past eigenlijk helemaal niet bij deze man die constant het woord éviverend gebruikt en blaakt van de energie. Ik zeg het hem. Wanneer hij plotseling het randje omhoog zet en spierballen maakt, geef ik hem een doos sympathiepunten voor zijn Popeye act en bedenk dat het -toch nog- een leuke dag kan worden. “Moet je het wel een kans geven.” hoor ik Oma in gedachten zeggen.

We hebben ongeveer twee uur op het water doorgebracht wanneer onze ‘Kapitein’ het vlot naar de kant stuurt en we komen op een plek waar alles klaarstaat voor een ouderwetse picknick. Ik heb er net zoveel zin in als tien mensen die dat niet hebben. Toch dwingt mijn innerlijke beschaving mij ertoe er het beste van te maken. Ik heb mijn reisgenoot tot nu toe immers grotendeels verwaarloosd.
Hij doet de champagne. Ik smeer de broodjes. Ondertussen hoop ik dat ‘Hierboven‘ er van alles aan doet om insecten en reptielen op veilige afstand van ons te houden.

Hij vraagt me wat voor werk ik doe en ik lieg dat ik Juf ben op een basisschool. “Heel éviverend Paulette.” zegt hij met een knipoog en wijst gelijk naar een groep bont gekleurde vogels aan de overkant van de rivier.
Terwijl we de picknickmand plunderen gaan mijn ogen op zoek naar de ‘Kapitein’ van ons vlot die zich ergens beschaafd heeft teruggetrokken. Tussen een hapje en een slurpje door, word ik namelijk grondig bestudeerd en van een afstand besnuffeld door mijn reisgenoot. De bodem is in zicht en ik hoop dat ik geen toetje word.

Wanneer de Collectioneur echter zijn levensverhaal begint te vertellen, raak ik steeds meer onder de indruk van deze kleine grote man.
Hoe zijn vader als lompenboer begon. Het drankmisbruik. Het lichamelijk geweld tegen het gezin. Hoe hij al jong wegliep van huis en, hard knokkend, het tot hier heeft gebracht. Ik bewonder zijn dromen. Hij wil nóg een weeshuis neerzetten. Er staan er al twee. Heel éviverend.

Als hij alles heeft verteld en hij zijn gekke hoedje inmiddels -als een wrap- al menig keer nerveus heeft opgerold, rest mij nog één belangrijke vraag voordat het picknickkleed wordt opgerold.
“Wat betekent in hemelsnaam het woord éviverend?” Hij lacht hard. Het geeft zelfs een echo in de wildernis en jaagt de groep vogels aan de overkant krijsend de lucht in.

“Je bent een van de weinigen die het me vraagt”, bekent hij.
“Hier in Thailand hangt alles af van de juiste connecties. Ik was dus bloednerveus toen ik bij mijn eerste presentatie de toekomstige sponsors in driedelig pak zag verschijnen met dikke pakken papier onder de arm, terwijl ik zelf in een korte broek kwam. Met slechts een notitieblok. Ik versprak me. Het woord bestaat helemaal niet. Althans, niet in de Dikke van Dale. Toch gebruik ik het sindsdien altijd, omdat ik geloof dat het me geluk heeft gebracht.”

We zijn nog steeds goede vrienden natuurlijk.
Ik hou van mensen die met Perzische tapijten de wereld overvliegen en zo hun dromen waarmaken.

Heel éviverend.

Paulette Elens

Paulette Elens

Paulette Elens | Zondagcolumnist [ sept 2015 - sept 2016]

9 Reacties

  1. Leo
    20 juni 2016 at 08:41

    Tis weer een mooi verhaal, “lelijke” buitenkant, van binnen heel wat anders!!

  2. 20 juni 2016 at 00:50

    Je had mij het verhaal al eens verteld, extra leuk om het nog eens na te lezen. Eviverend blijft ook een beetje ons drie tenoren woord 😋. Erg genoten weer van je column. Zeer eviverend!

  3. 19 juni 2016 at 20:43

    Weer super genoten van de column zoals altijd…keep up the good work

  4. 19 juni 2016 at 20:35

    Weer een eviverend verhaal Paulette. Het is stiekem genieten van zo’n man

  5. ton
    19 juni 2016 at 17:48

    Soms in een andere wereld, soms in de werkelijkheid.. die is te hard. Terug naar….

  6. Marga Pieters
    19 juni 2016 at 12:09

    Ik werd weer helemaal meegenomen in je verhaal Paulette. Even 5 minuten in een andere wereld en een wijze les rijker! 😊

  7. Aad Rieken
    19 juni 2016 at 11:22

    ”ENERVEREND!”

  8. Wil Driesen
    19 juni 2016 at 10:04

    Weer een super verhaal echt genoten en wat een verrassend eind ….als jij een boek gaat schrijven ben ik de eerste die het koopt 😀

  9. Miranda
    19 juni 2016 at 09:10

    Weer genoten van je column!