Doeg Martine, Hoi Joop. Nu het erop aan komt, zegt Martine af; d.w.z. ze ligt 
deze week frequent in het water om trainingsbaantjes te zwemmen.
Zij heeft even geen tijd voor een column. 
We wensen haar zaterdag een succesvolle finish na 2 ronden(1500m) om de Kerk.

Schreef je vroeger een brief, dan waren de regels duidelijk. Voor degenen die niet weten wat een brief is: het is een soort e-mail, tweet of whatsapp maar dan op papier. Was je uitgeschreven, dan stopte je het papier in een envelop, likte aan de gomrand van de flap en plakte hem dicht. De gom smaakte vies maar erger was dat je een lelijke snee in je tong of lippen eraan kon overhouden. Daarna pakte je een postzegel, likte daar ook aan, en plakte deze in de rechterbovenhoek van de envelop.

Het likwerk kon je vermijden door een briefkaart te schrijven. Deze hoefde niet in een envelop en de postzegel was er al op gedrukt. Nadeel was wel dat iedereen hem kon lezen. Vervolgens liep je met brief of briefkaart naar de brievenbus, opende de klep met het woord BRIEVEN en schoof de brief(kaart) door de gleuf. De volgende dag bezorgde een heer in donkergrijs pak en platte pet met goudkleurige letters PTT erop, de postbode, jouw brief(kaart) op het adres dat je er op had geschreven.

Laten we aannemen dat je een brief aan Kim schreef. Als je haar ook met Kim aansprak, begon je met “Beste Kim”, “Lieve Kim” of als de relatie erg close was met “Liefste Kim”. In andere gevallen schreef je als Kim getrouwd was “Geachte mevrouw” of als ze een, al-dan-niet oude, vrijster was “Geachte mejuffrouw”. Een mejuffrouw moest een man trouwen om mevrouw te worden. Bij een brief aan een vrouw moest je dus precies weten wat voor vlees je in de kuip had.

Twitteren doe ik niet en whatsappen alleen bij onraad in de wijk. E-mail gebruik ik dagelijks en dan valt op hoe regels veranderen. Mijn mevrouw heeft me nooit brieven geschreven. Ik heb het dus altijd zonder “Liefste Joop” moeten doen. “Beste Joop” overkomt me soms, veel vaker is het “Hoi”, “Hallo Joop”, “Joop”, “Hi”, “Hi Joop” of helemaal niets. Zelf zet ik er ook liever niets boven, eronder ook niet, overbodig en inefficiënt.

Veranderingen zie je ook bij het gebruik van voornamen en “jij-en” en “jou-en” onder wildvreemden. De Amerikanen gebruikten al jaren geleden voornamen en de Engelse taal heeft maar één woord voor U en jij. Ook al spraken ze hun baas bij zijn voornaam aan, ze hadden er geen snars méér door in de melk te brokkelen.

Ooit hadden agenda’s – je weet wel die kleine boekjes waarin we onze afspraken en adressen noteerden – naast bladzijden met tijden van hoog- en laagwater (altijd handig), internationale feestdagen, eeuwigdurende kalender en een omzettingstabel voor maten en gewichten ook een bladzijde “Titulatuur”.

Daar stond hoe je mensen moest aanspreken, van koningin tot “burgers die geen bijzondere functie vervullen” en alles wat er tussenin zit. Zo was een gemeenteraadslid “Weledelgestreng” en een jonkvrouw “Hoogweledelgeboren”. En dat in een land dat voor tweederde onder de zeespiegel ligt. Zie je het al voor je? Kwam je iemand tegen met een “bijzondere functie”, dan moest je eerst in je agenda kijken hoe je die aansprak!

Ik kom nog even terug op de brieven, want ik heb het nog niet gehad over de ondertekening. Wat dacht je van “Met de meeste hoogachting verblijf ik, (en dan je naam)….”. Alleen “Hoogachtend” kwam ook veel voor, zelfs al vond je de geadresseerde een minkukel die je tot op het bot minachtte.

Afscheid nemen in het echte 3D-leven is ook niet meer wat het geweest is. “Goedemiddag”, “Tot ziens” en “Dag” zijn verruild voor “Doeg”, “Doei”, “Doei, doei” of “Hoi”. Mooi is anders, maar Doeg en Doei voelen nog wel natuurlijk aan. Maar om nou “hoi” te zeggen als je weggaat, ik probeer het soms maar het went niet. Hoi!

Joop P van de Merwe

Joop P van de Merwe

Columnist op donderdag 1x per maand 2014-2015| voormalig internist-immunoloog (Erasmus MC)

5 Reacties

  1. Joop van de Merwe
    27 juni 2014 at 12:11

    Beste Wouter, bedankt voor je leuke reactie. Het huidige digitale tijdperk heeft inderdaad enorme voordelen. De snelheid waarmee je in je beroep of privé informatie kunt opzoeken is ongekend.

    Filmen, fotograferen en geluidsopnamen, het wordt allemaal digitaal opgeslagen, ook met vele voordelen t.o.v. smalfilm, negatieven of tape. Ik ben bang dat de keerzijde is dat veel van de informatie verloren zal gaan omdat de “houdbaarheid” van informatie op hardeschijf of DVD vaak niet meer dan 5 of 10 jaar is.

    Vele unieke familiefoto’s zullen hetzelfde lot ondergaan. Mijn vader fotografeerde als hobby vanaf ongeveer 1920 en zijn negatieven zijn bewaard gebleven. Dankzij scanner en Photoshop heb ik oude familiefoto’s kunnen “terughalen”, ook van zwaar onder- en overbelichte negatieven. Bijna alle familiefoto’s staan nu in mijn (digitale) stamboomboekje. Dit boekje bevat ook vele kopieën uit kerkelijke en gemeentelijke registers van doop, geboorte, huwelijk en overlijden vanaf de 17e eeuw. Unieke inkijkjes in die perioden en dan zijn er ook nog de oudere notariële akten!

    Mijn eigen foto’s en video’s sla ik nu op op M-discs. Deze zouden ongevoelig zijn voor vocht, temperatuur of corrosie en 1000 jaar goed blijven, een redelijke termijn vind ik.

    Persoonlijke brieven worden vrijwel niet meer geschreven en ik ben het met je eens dat dat een verarming is. Het is een uitdaging hoe we informatie van nu voor de toekomstige generaties veilig kunnen stellen.

    met vriendelijke groet,

    Joop

  2. 27 juni 2014 at 10:17

    Beste Joop,

    ik wilde eigenlijk met Lieve Joop beginnen omdat je dit al je hele leven heb moeten missen, maar aangezien we elkaar niet op zo’n manier kennen hou ik het bij beste. Zelf heb ik vele brieven geschreven en gekregen en ik kan je zeggen dat ik deze brieven ook altijd bewaard heb. Een enkele keer kijk ik er nog weleens in en herlees ik ze. Dat zijn bijzondere momenten. Je leest iets terug uit een verleden en dat brengt die tijd even terug. Mijn kinderen kijken me dan meewarig aan maar zijn wel heel nieuwsgierig. Dit is geen dagelijkse kost en ik hoop dat later, wanneer ik er niet meer ben, ze deze brieven zullen lezen en weer iets meer over mij en mijn vrouw te weten zullen komen. In een tijd van e-mail en digitale communicatie (waar ik me overigens ook met graagte aan over geef) zal dit fenomeen uitsterven. En wat een gemis is dat dan eigenlijk.
    Ik probeer nog weleens een lans te breken voor het schrijven van een brief, wie weet gaan lezers van je column het eens proberen. Uit ervaring zeg ik: Doen!
    Bedankt voor een inspirerende column,

    met hoogachting en hartelijke groet,

    Wouter (mede columnist)

  3. 26 juni 2014 at 19:05

    Ik vindt de verbastering van de taal juist een mooi iets. Mijn vrouw wees mij vroeger veel op taal of grammaticale fouten die ik maakte, nu valt het mij op hoe veel vaker dat om mij heen gebeurt. Zij vindt dat een slecht iets, een teken dat we de Nederlandse taal minder sterk beheersen kan niet anders betekenen dat we dommer worden, zegt ze.

    Maar de mensen die dit vaak uitten hoor ik nooit stil staan bij het volgende:
    Toen men nog Latijn sprak werd er geklaagd en gemopperd dat de taal van de jeugd verbasterd en dat we allemaal dom en simpel worden.

    Die taal die die jongeren spraken? Dat heet nu Frans.

  4. Mieke Dekker
    26 juni 2014 at 09:35

    Ik ben ook nog van de “brief-generatie”; sterker nog – als secretaresse nam ik de brief eerst op in steno, typte deze met één of twee carbonnetjes er tussen en stopte de brief, ter ondertekening, in een postboek.

    In een email maak ik nog steeds gebruik van aanhef (beste, of formeler geachte) en ondertekening (met vriendelijke groet) zodat het – in mijn ogen – nog steeds lijkt op een brief. Titels, zeker als deze verkregen zijn door geboorte, heb ik helemaal niets mee. Ligt ook een beetje aan de inhoud van de email. Zo zou ik schrijven Geachte Dr. J. van de Merwe als ik een email zou sturen als ik iets wil melden aan de internist Joop van de Merwe, maar als ik dezelfde persoon uit zou willen nodigen voor de opening van mijn nieuwe restaurant, dan zou ik openen met Geachte heer van de Merwe, beste Joop.

    Waar ik me meer aan erger is dat spreektaal schrijftaal aan het worden is. Zo lees ik regelmatig: Ik moet naar me werk of ik ga naar me moeder. Ook effe i.p.v. even (of nog erger ff) kom ik steeds vaker tegen. Sowieso wordt heel vaak gebruikt, maar slechts weinig mensen weten hoe je het hoort te schrijven en is zowiezo nog de minst erge verbastering.

    Eigenlijk ben ik heel blij met het digitale tijdperk, maar laten we niet vergeten onze kinderen en kleinkinderen nog goed Nederlands te leren.

    • Joop van de Merwe
      27 juni 2014 at 12:50

      De gesproken taal is m.i. de “gouden standaard” van de taal, de geschreven taal is daarvan een afgeleide. Bij gesproken taal krijgt de “ontvanger” veel extra informatie zoals toonhoogte, klemtoon, pauzes en de bijbehorende lichaamstaal. De ontvanger kan bovendien direct reageren als iets onduidelijk is. De bedoeling is daardoor altijd wel duidelijk. Deze extra informatie ontbreekt bij geschreven taal. Goed formulieren en gebruikt van o.a. komma’s is daarom essentieel om geen misverstanden te krijgen.
      De gesproken taal is altijd sterk aan verandering onderhevig, kijk bv. maar eens naar oude bioscoopjournaals of televisieprogramma’s van 30 of meer jaar geleden. Ongelooflijk dat we dat toen normaal taalgebruik vonden. Veel uitdrukkingen die destijds fout waren zijn nu goed. “Groter als” mag nu van de meeste taaldeskundigen, maar mooi is anders. Ik ben bang dat “Hun hebben …..” ooit ook goed Nederlands zal zijn.