Op deze vredige en zonnige ‘Dag des Heren’ vraagt vrouwlief of we de lunch – nu ja twee bammetjes met koffie – in de tuin tot ons zullen nemen. Een goed idee. Dan kunnen we dat zonnetje toch mooi nog meenemen.

Katrien Ulrike Theodora Konijn – roepnaam Flap – zit ondertussen te doezelen in haar hok. Vrouwlief kijkt ernaar en zegt: “Omdat we toch even het ervan nemen, laat ik Flap gelijk even rondhuppelen.”

Dat ‘even’ zint mij niet, en mijn gezicht geeft gelijk ‘onweer’ aan, maar onweer trekt op dat moment oostelijker door ons land.

Gisteren heb ik weer eens diverse kuilen in onze verhoogde border met sierplanten mogen dichtgooien, dankzij de escapades van het beest.

Ik heb net een halve boterham op als er een plons klinkt. Vrouwlief trekt snel de conclusie dat het konijn in het kleine bassin van ons watervalletje is gevallen. Flap zit drijfnat en diep geschrokken tussen de planten bij te komen van de schok. En een schok blijkt het te zijn geweest.

We kijken naar het watervalletje dat niet meer loopt. Vrouwlief bagatelliseert de situatie tot ‘ze heeft zeker de pomp stuk gemaakt of het snoer eruit gesprongen’. Ik weet dat dát zeer onwaarschijnlijk is, maar goed ik inspecteer eerst het geheel alvorens een conclusie te trekken.

Ik moet u erbij vertellen dat het snoer van ca 7 meter op tactische wijze direct omhoog loopt bij de waterpartij via de takken van de hortensia en dan weer bij de schutting afzakt naar tuinniveau alwaar het doorloopt achter opsluitbanden. Al met al een meter niet helemaal afgeschermd snoer.

Omdat ik geen probleem ontdek, veronderstel ik dat mogelijk de bedrading in het minipompje ontregeld is. Ik pak de bedrading beet en raak! Er knettert direct iets en een hartgrondige gvd ontsnapt aan mijn mond. Er is nu eenmaal geen adequaat alternatief voor dit woord, dus ik moet het ermee doen. Ik sta onder 220 volt. Mijn reflex is nog steeds snel, dus afgezien van een pijnlijke vinger, valt de schade mee. Ik scheld het konijn drie keer uit met haar initialen. Dat gaat sneller dan haar naam voluit te spreken; “K(atrien) U(lrike) T(heodora)”.

Vrouwlief kijkt stomverwonderd over mijn taalgebruik en zegt: “Moet dat nu?”

“Ja”, is mijn droge, oprechte antwoord.

Zij vergeet gemakshalve dat ik mijn ongenoegen al meerdere malen (zie mijn column bij de konijnen af) heb uitgesproken.

Vrouwlief roept altijd Ik zit niet om werk verlegen als ik met vuile schoenen vanuit de tuin de woonkamer instap. Ik veronderstel dus een wederkerig begrip, maar haar ogen ontkennen elk medeleven.

Ik vervolg: “Die asielzoeker mag niet meer los. Laat ik het niet merken, want dan gaat ze de deur uit”. Ik verzamel reparatiematerialen en mijn wederhelft gaat de keuken in.

Tot zover de zonnige lunch.

Na een halfuurtje zijn de herstelwerkzaamheden achter de rug. Mijn boosheid is weer gezakt, maar Flap staat op de exit-lijst. Nog één keer en zij gaat eruit.

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Columnist | Schrijver | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Aan de andere kant | Business Consultant | Boomredder | Spindoctor | Ethicus | Moralist | Zoeker | Mens | voormalig Stadsdichter van Maassluis |
■ Wie dichters, schrijvers en columnisten wil corrigeren, heeft nog veel te leren ■

1 Reactie

  1. Aad Rieken
    31 augustus 2015 at 09:01

    Geeft Zij Nog Een Keer Het Venijn…
    Is Zij Met Kerst Het Proefkonijn..