Het wordt zomer. Een warme zondagochtend, de belofte van een hete dag. In het Zuid-Hollandse plaatsje Maassluis laat de klok weten dat de klok kwart voor tien heit. Overal stappen de mensen in korte broek op de fiets, of gaan erop uit.

Maar niet in Maassluis.

In Maassluis vullen de straten zich met zwijgende, op hun zondags geklede mensen die met gebogen hoofd ter kerke wandelen. Midden in het dorp splitst de stroom zich. De zwaargelovigen gaan naar de kerk van de klok. En de allerzwaarsten slaan linksaf naar hun eigen kerk, die de kerk van dominee Vermaat heet. Daar wordt God’s woord op z’n gruwzaamst verkondigd, zoals dit bij de zwaargelovigen uit wat voor religie dan ook wereldwijd nog plaatsvindt in pagode, tempel, synagoge, kerk & moskee.

Een aantal jaren terug is dominee Vermaat overleden. Bij leven vertelde hij dat zijn kerk zeshonderd leden kende en dat naar menselijke berekening zes daarvan, onder wie hijzelf, het Rijk der eeuwige Hemelen zouden betreden. De anderen waren ten eeuwigheid verdoemd. In de kerk van ds. Vermaat zingen de zaligen & onzaligen samen psalm 80. Ze zingen met lang gerekte tonen als trokken ze een vissers sleepnet over de Noordzee-bodem. Dan neemt de oudste ouderling het woord: “AAAACH!”, trilt de stem van de ouderling door het kerkgebouw, de handen ten hemelkoepel geheven.

“AAAACH! Hoe liiicht wordt een iegelijk in verschriiikelijk verzwaaaringen gebracht door verwoeeestende leeraars die met de wiiinde de kraaachte Saaatans die zulks de weeereld beweeerkt!”

Dit verwijt vertelde ds.Vermaat bij leven, treft 99.9% van de Nederlandse predikanten. De predikatie in de Maassluise kerk duurt anderhalf uur. Halverwege offreert men een pepermuntje. Als de preek uit is, vermaant de ouderling de gelovigen:

“Ach gij gemeenteleden, ongeraakt is uwe conscientie als gij straks buiten staat en zegt, ach, wat een warme dag, ach, wat een mooi weer! Want als gij de geestes des heren in uw hart laat werken, dan zult gij dezelfde in stilzwijgen verwelkomen en dan zult gij standvastig voortschrijden tegen elke valse bedrieginge van de dag!”

Met strakke gezichten & bitse monden verlaten de gelovigen het kerkgebouw. Zwijgend, het hoofd ter neder gebogen, begeven zij zich huiswaarts. Op de hoek van de Nieuwstraat ontmoeten zij de stroom die uit de kerk van de klok komt. Die praat wel over de zon die volop schijnt. De twee stromen groeten elkaar niet.

Voor de kerk van ds.Vermaat nemen de ouderlingen, zwart in het pak, hoed op het hoofd & hand op de knip, afscheid. Ze zeggen niks, ze geven elkaar geen hand, ze knikken slechts. Om half drie zal iedereen terug zijn in de kerk. Voor weer een preek van anderhalf uur.

Fijne zomer!

 

Volgende week zomercolumn door Marleen Opschoor

Marcel Thomassen

Marcel Thomassen

Marcel Thomassen | Criticus | Commissielid Hoekse Lijn | FNV Uitkeringsgerechtigden | Fonosoof | en meer

6 Reacties

  1. Marina
    4 juli 2017 at 17:56

    Ds Vermaat is nog in leven, dit vind ik heel erg om te lezen. En zwaar die kerk kom eens langs op zondagochtend. Dan pas mag je hier iets over zeggen. Treurig om te lezen allemaal leugens.

  2. bea scheurwater
    4 juli 2017 at 11:12

    tsja, alles is een kwestie van interpretatie en laten we God niet de schuld geven voor wat zijn grondpersoneel (dominee, priester, imam of monnik) naar hun eigen visie (verkeerd) interpreteert. Het ego van de mens is de veroorzaker van het meeste kwaad. Er is een mentaliteitsomslag nodig, maar ja…..mensen spelen graag voor God.

  3. Hans van der Burg
    4 juli 2017 at 10:41

    (Ds P Vermaat Dominee in Maassluis van 1986 – 1997) Mijn favoriete dominee is Ds Gremdaat , actueel en to-the-point 😉

  4. Aad Rieken
    4 juli 2017 at 09:42

    ”Wim’s Ver(sie (W)onder/Boven) Maat(s)’?!”

    ”MIJN DORP!”

    Thuis heb ik nog ’n ansichtkaart,
    waarop een kerk ’n kar met paard,
    een slagerij J,van der Ven.
    ’n Kroeg een juffrouw op de fiets,
    het zegt U hoogstwaarschijnlijk niets,
    maar het is waar ik geboren ben.

    Dit dorp ik weet nog hoe het was,
    de boerenkind’ren in de klas,
    een kar die ratelt op de keien.
    Het raadhuis met de pomp ervoor,
    een zandweg tussen koren door,
    het vee de boerderijen.

    En langs het tuinpad van mijn vader,
    zag ik de hoge bomen staan.
    Ik was een kind en wist niet beter,
    dan dat het nooit voorbij zou gaan.

    Wat leefden ze eenvoudig toen,
    in simpele huizen tussen ’t groen,
    met boeren-bloemen en een heg.
    Maar blijkbaar leefden ze verkeerd,
    het dorp is gemoderniseerd,
    en zijn nu op de goede weg.

    Want zie hoe rijk het leven is,
    ze zien de televisiequiz
    en wonen in betonnen dozen.
    Met flink veel glas,dan kun je zien,
    hoe of het bankstel staat bij Mien,
    en d’r dressoir met plastic rozen.

    De dorpsjeugd klit wat bij elkaar,
    in minirok en beatlehaar
    en joelt wat mee met beatmuziek.
    Ik weet wel het is hun goed recht,
    de nieuwe tijd netr wat U zegt,
    maar het maakt mij melancholiek.

    Ik heb hun vaders nog gekend,
    ze kochten zoethout voor ‘een’ cent,
    ik zag hun moeders touwtjespringen.
    Dat dorp van toen het is voorbij,
    dit is al wat er bleef voor mij,
    een ansicht en herinneringen.

    Toen ik langs het tuinpad van m’n vader,
    de hoge bomen nog zag staan,
    Ik was een kind,hoe kon ik weten,
    dat het voorgoed voorbij zou gaan!

  5. Louwrens
    4 juli 2017 at 08:15

    Hij is leuk! 😉 Ik heb de verhalen hierover eerder gehoord.