Iedere stad van een beetje omvang en leeftijd heeft een centrum wat de laatste jaren meestal het stadshart wordt genoemd. Een stadshart dat klopt is levendig en aantrekkelijk. De meeste winkelpanden en -pandjes die je er aantreft zijn honderd of meer jaren oud.  Zo een centrum straalt een gemoedelijk sfeer uit en wordt als gezellig ervaren. Het trekt publiek aan, zowel toeristen als winkelende mensen.

Ik liep een maandje geleden weer eens door het centrum bij een van onze buren, Schiedam. Man, man, wat een armoedige bedoening. Heen over het Broersveld en terug over de Hoogstraat. Aanvankelijk viel het nog niet op, maar op een bepaald moment besefte ik dat er wel heel veel winkels te huur stonden. Ik begon op de Hoogstraat te tellen. Over een afstand van ruwweg 350 meter (Van Koemarkt tot aan het Stedelijk Museum) telde ik al snel meer dan 50 lege panden.

Ik moest aan het oorlogsmonument van Zadkine denken in Rotterdam. Zonder kloppend hart is het een trieste bedoening. Ik vind dat zo jammer.

Nee, dan doet Maassluis het gelukkig stukken beter. Ik had er eind vorig jaar een hard hoofd in, toen er een centrummanager werd aangesteld, maar mijn scepsis is langzaam omgeslagen in bewondering. De panden die leegstonden op vliet, kade en markt raken weer bezet. Er zijn ongetwijfeld speciale constructies bedongen om de bedrijfsrisico’s zo klein mogelijk te houden. Het is nu eenmaal een economisch bezien lastige tijd. Banken werken vaak niet erg mee omdat ze zelf veel minder kapitaalkrachtig zijn en dan is het lastig investeren voor de kleine man. Het geheim van een kloppend hart is dat er geen gaten zijn!

Wie op een middag door het centrum loopt ziet veel nieuwe bedrijfjes en pandwisselingen. Er zijn samenwerkingsverbanden en men roept dat het stadshart, de binnenstad,  een zorgvuldig bewaarde schat van Maassluis is. Sinds de facelift van o.a. de Markt is dat wat mij betreft een terechte kwalificatie. Het is wel te hopen dat er op de koopzondagen wat meer animo komt, want gisterenmiddag was het akelig stil. Of lag dat aan het mooie weer in combinatie met het vroege tijdstip van de wedstrijd van Oranje tegen Mexico?

We mogen ons best gelukkig prijzen dat we grotendeels gespaard zijn gebleven van die afgrijselijke vestigingen van landelijke ketens in ons stadshart. Zeg maar categorie eenheidsworst. Ons stadshart, het winkelcentrum kent – op een uitzondering na – alleen lokale bedrijfjes en dat is vrij uniek voor Nederland. Laten we dát vooral koesteren. Een eigen, uniek stadshart als geen ander.

30-06-2014

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Maandagcolumnist | Schrijver | Stadsdichter van Maassluis per 9/2018 | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Gespreksleider Themacafé Bibliotheek MM | Aan de andere kant | Business Consultant | Boomridder | Spindoctor | Ethicus | Moralist | Zoeker

2 Reacties

  1. Kees Smits
    22 september 2014 at 13:04

    De schrijver van deze alleraardigste colum schreef:”Het is wel te hopen dat er op de koopzondagen wat meer animo komt, want gisterenmiddag was het akelig stil.” Hieruit blijkt dat velen het niet nodig vinden een koopzondag in te stellen. De 24 uurs economie drijft de mensen in de stress. Voor ieder, dus ook het winkelpersoneel en de ondernemers, is het van belang wekelijks een rustpunt in te bouwen

  2. Peter Smit
    30 juni 2014 at 09:58

    Prima om te weten dat etalage’s van lege panden benut worden om het aanzien te verbeteren.