Ze heeft iets aandoenlijks. Ik schat haar nog geen dertig, hoewel haar vermoeide gezicht dat niet waarmaakt. Het is het elfde uur. Ik zit nog maar net achter mijn kopje Cappuccino aan mijn stamtafel dicht bij de deur en wil net mijn krant opslaan.

“Goedemorgen, mag ik bij u aan tafel aanschuiven?”

Ze neemt plaats schuin tegenover mij en wenkt de ober met een routinegebaar. Deze knikt en hij komt even later aangelopen: “Kijk eens, een koffie met”. Ik kijk haar vragend aan. “Ja’,  zegt ze verontschuldigend, …met een versterkertje.”

Hoewel ik het best vroeg vind voor een alcoholische versnapering, waag ik het niet een afkeurend gezicht op te zetten. Ik ken haar omstandigheden tenslotte niet.

Zij is gekleed op een wijze waarvan ik het mijne denk. Een goedkope nep-leren broek, schoenen met stiletto hakken die mij bij voorbaat al op mijn hoede doen zijn, en een kort jack van – ja wat zou het zijn – een grijswit dier van onbekende herkomst. Het moet ongetwijfeld doorgaan voor bont. Ik houd het op konijn. Zo lang ik niet meer over haar weet, geef ik haar het voordeel van de twijfel.

Ik vraag haar waarom zij op dit ochtenduur in het grand-café aanwezig is: “Is dit ook voor u een vaste ontmoetingsplek … ik bedoel… stamkroeg?” Ze antwoordt bevestigend, maar voegt direct eraan toe dat ze normaal gesproken pas na tweeën hier verschijnt. Vandaar dat ik haar nog nooit gezien heb. Ik ruik haar parfum. Een goedkoop luchtje, maar ze kan het hebben. “Weet u, ik kom hier voor gezelschap, mannengezelschap, begrijpt u?”

Ik krijg het warm en trek eens aan het boordje van mijn trui. “Hoe bedoelt u?”

“U snapt toch wel? Ik heb een afspraak met een man en die gaat straks met mij mee naar huis. Dan ga ik hem verwennen. Donderdag, verwendag.” Ze geeft een schalkse knipoog. Er parelt een zweetdruppel van mijn voorhoofd en snel zeg ik: “Het is best warm in de zon achter het glas” en veeg haastig het zweet weg. “Bedoelt u dat u voor geld … met mannen..” Mijn stem sterft weg.

“Ik moet wel. Ik heb drie kleine kindjes, mijn vent heeft mij in de steek gelaten en het UWV wil dat ik als schoonmaakster ga werken op een fabriek waar ze pijpleidingen maken. Pijpleidingen, daar heb ik helemaal niks mee. Mij niet gezien. Ik woon ginder in die hoge flat, in het Sparrendal, weet u wel. Anoniem, dertien hoog. Dertien… Dat heb ik weer.”

Ik knik begrijpend: “Het zit je niet mee”. Ze slaat in één teug het versterkertje achterover, drinkt haastig haar koffie en zegt, terwijl ze met haar hoofd naar buiten hint: “Daar zal je hem hebben.” Er komt een gezette veertiger in blauwe blazer aan met een bloem in zijn knoopsgat. Hij posteert zich vlak naast de voordeur. Ik onderdruk met moeite een lach en wens haar een fijne dag toe.

Monter staat ze op,  zegt met een blik van verstandhouding tegen de ober: “Schrijf maar op rekening van de hoer” en begeeft zich naar buiten.

Ze zwaait naar mij door de ruit en werpt mij een handkus toe, terwijl zij de man een arm geeft en vastberaden met hem wegloopt richting de Wip.

Hoer.

In haar geval klinkt het nog stoer ook.

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

■dichters, schrijvers en columnisten corrigeren? U heeft nog veel te leren!■

Columnist | Schrijver | Dichter | Mensenslijper | Aan de andere kant | Business Consultant | Filosoof | Spindoctor | Ethicus | Moralist | Zoeker | Mens | Aan(dekaak)steller | Vrijdenker | Optimistische realist

3 Reacties

  1. Jan Buijsse
    10 februari 2015 at 23:44

    Ja triest blijft het.
    Maar het lijkt er een beetje op of je die ‘gezette veertiger in blauwe blazer’ kent. Nummers, namen!

  2. 9 februari 2015 at 22:29

    Jelle, ook ik ben shocked, in ons maassluis…het moet niet gekker worden.. Al ben ik minder verbaasd sinds de docu.s van Jojanneke op de EO. Volgens mij is je geldnood dan echt hoog, ik word er best een beetje verdrietig van!