Ik had hem al een paar keer zien staan. Bij het station en in het centrum. Een man in een net pak dat weliswaar wat gedateerd was maar zonder vlekken of gaten. Hij verkocht de straatkrant. Nu heb je straatkrantverkopers die heel luidruchtig hun waren aanprijzen, overigens zonder direct mensen aan te spreken, dat schijnt niet te mogen en je hebt er die heel stilletjes met de krant voor de buik geduldig afwachten of er iemand zo vriendelijk is om een krantje af te nemen.

Deze man was anders.

Hoewel het duidelijk was dat hij straatkranten verkocht – hij had een stapeltje op een rolkoffertje liggen die naast hem stond – had hij geen krant in de hand en ook maakt hij geen reclame voor zijn handeltje. Nee, hij stond vrijwel bewegingsloos te kijken naar het publiek dat langs hem liep.  Wat me wel was opgevallen was dat hij zo af en toe naar oudere mensen lachte. Alleen naar oudere mensen, nooit naar kinderen of jongeren. Blijkbaar was dat zijn strategie. Ouderen hebben misschien meer oog en of tijd om stil te staan bij iemand die de straatkrant verkoopt. Zeker als ze zo onberispelijk gekleed gaan als deze man.

Wat me ook was opgevallen was dat hij, als ik hem later op de middag zag, door zijn kranten heen was. Dit ondanks dat ik hem nog nooit één krant had zien verkopen. Ik heb zelfs wel eens van een gepaste afstand een tijdje naar hem staan kijken maar niks. Geen enkele krant veranderde van eigenaar.

Toen ik pas weer door de stad liep waar ik hem vaak tegenkwam dacht ik bij mezelf; ik moet een krant van hem kopen en een praatje met hem aanknopen. Die dag kwam ik hem echter niet tegen. De volgende keren dat ik bij het station of in het centrum kwam ook niet. Het leek of hij van de aardbodem was verdwenen.

Tot een paar weken geleden.

Ik reed met mijn auto door een andere stad langs het station en daar zag ik hem weer. Nog altijd in het zelfde onberispelijke pak met naast hem de rolkoffer met kranten. Blijkbaar was hij verhuisd of had hij zijn afzetgebied verlegd.  Als ik weer eens met de trein dat station aan doe, zal ik hem opzoeken, een krant bij hem kopen en een praatje maken.

Wouter vHeiningen

Wouter vHeiningen

Vrijdagcolumnist sedert juli 2013 | Directeur Bibliotheek De Plataan voor Maassluis, Vlaardingen & Midden-Delfland| Bestuurslid van Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart en stichting Ongehoord!

5 Reacties

  1. Martijn van Leerdam
    20 maart 2016 at 20:52

    Wij hebben altijd een vrolijk praatje met onze vaste straatkrantmevrouw. Dat er mensen zijn die dat geld nodig hebben, het is onbegrijpelijk in dit land. Want ik kan me niet voorstellen dat het meer oplevert dan een paar euro per dag. Ik heb er bewondering voor, hoe ze daar altijd in weer en wind staat, buiten voor de supermarkt.

  2. Aad Rieken
    18 maart 2016 at 09:58

    ”Deed Alcohol Hem De Das Om?”

    Vis En Alcohol een Paar Apart !!!

    Maar Na Een Lekker Visje,
    Is Het Alcohol Verfris(t)je !!

  3. 18 maart 2016 at 09:53

    tsja.. zolang ze mensen niet agressief aanspreken heb ik er verder geen enkel probleem mee….

  4. Ronald van Santvliet
    18 maart 2016 at 09:14

    Vaak georganiseerd van Bulgaarse afkomst en zonder vergunning….schijnt getolereerd te worden…in Rotterdam idem. .. ik vind ze zwaar irritant ! Ze spreken me vriendelijk aan, niet vanuit vriendelijkheid….maar verkapt omzet te willen genereren van je….en mn hardwerkende belastingbetalende winkeliers buurman krijgt een bekeuring wanneer zijn verkoopwaarde alcoholische drank niet in maar buiten voor de winkel wordt aangeprijsd…..vreemd !

  5. Aad Rieken
    18 maart 2016 at 08:41

    ”De Eerste Trein Ge(pak)t!”

    Hij Gaat Van Stad Naar Stad,
    Voor Weer Een Groter Schat.

    Dus Wouter Kan Het Wezen,
    Dat Je Geen Krant Zal Lezen.

    Zeeman Had Ook In Ieder Stadje,
    Telkens Weer Een Ander Schatje!