Wat is cultuur voor jou? (2)

Deze vraag leggen we eens per vier weken voor aan een inwoner van Maassluis. Omdat er deze keer op het laatste moment een kink in de kabel kwam, geeft Jelle zijn beeld van cultuur Iedereen heeft tenslotte een eigen beeld bij ‘cultuur’. Er bestaat niet één waarheid en dat maakt het interessant om kennis te maken met het beeld dat individuele personen hebben. Vandaag dus Jelle Ravestein.  Hij is onder meer dichter maar ook columnist bij MaassluisNu.

De lezers kennen mij inmiddels een beetje, maar ze weten daarmee nog niet wat ik met cultuur heb.

Cultuur is een heel breed begrip en een veel gehanteerde uitleg is: de term cultuur wordt gebruikt voor ambacht, kunst, religie en wetenschap (zoals literatuur, architectuur). Voorbeelden van culturele uitingen zijn ook gewoonten en gebruiken in een land, kleding, feesten en voedselvoorziening en eetgewoonten. Je kunt dus vele kanten uit als je iets over cultuur wilt vertellen. Terugkijkend op wat ik sinds mijn pubertijd met taal doe naast mijn reguliere 40+ uur baan) is dat veel, maar dat besef ik pas achteraf.

Taal is mijn middel tot cultuur.

Songteksten

Van jongs af aan lees ik veel en op de middelbare school haalde ik met de vier talen altijd hoge cijfers.  Taal is voor mij echt hét hulpmiddel bij veel cultuur (toneel, zang, verhalen, gedichten, literatuur). Schrijven doe ik dan ook al een hele tijd. Toch zag dat er aanvankelijk niet naar uit. Tot mijn vijftiende worstelde ik op school met het fenomeen “opstel” en ‘spreekbeurt’. Met literatuur had ik aanvankelijk niets. Een schilderij kon ik nog enigszins waarderen. Toch schreef ik wel al Engelstalige songteksten vanaf mijn veertiende. Ergens sluimerde dus toch wel de taal als ‘voertuig van de geest’ bij mij.

Columns en redactiewerk

Na mij dertigste ben ik ook in het Nederlands gaan schrijven en dichten (niet de rijmelarij rond 5 december, wat ik ook beheers overigens). Ik schreef maandelijks een column voor ons personeelsblad en ik deed redactiewerk voor dat blad.

Tekstschrijver

Als bestuurslid van Rijnmond Theater Producties uit Maassluis schreef ik sketches en liedteksten voor de revue “De Franse Slag” die we produceerden onder toezien van Balletschool Marion Schouten. We hebben deze revue een aantal malen succesvol opgevoerd in het Zuidplein Theater te Rotterdam. Heerlijk om te doen. Voor de opvolger ‘Grease’ vertaalde en bewerkte ik de teksten samen met Piet van Winkel. Ik ben er echter mee gestopt omdat ik gedurende twee jaar een studie Bedrijfskunde in de avonduren deed naast mij drukke baan. Vervolgens moest ik voor mijn werk regelmatig naar het buitenland, daarmee was de schrijfregelmaat eruit.

Webmaster en redacteur

Ik speelde in die tijd volleybal en was de webmaster van de vereniging MVC. Daar kwam de taal dus toch weer om het hoekje. En in de drie jaar dat ik naast speler ook nog voorzitter was, moest er regelmatig wat op papier worden gezet. Daarnaast schreef ik het maandbulletin voor een alternatieve praktijk en was ik co-lezer voor een aantal uit te geven boeken.

Ultrakorte verhalen

Het echte schrijven bleef kriebelen en in 2013 schreef ik meer dan 200 ultrakorte verhalen op de website 120W.nl. Ondertussen kwamen de gedichten steeds meer naar de voorgrond en ik schrijf sindsdien steeds vaker gedichten. Ook treed ik op als dichter: voordragen op een open podium of op uitnodiging bij een poëziecafé of bij een stichting of een week(end) van de cultuur. Sinds die tijd schrijf ik wekelijks een column op Maassluis.Nu en ben ik hoofdredacteur.

Gedichtenbundel

In het voorjaar van 2016 verschenen een aantal van mijn gedichten in de bundel 1000Schonen. Ik laat mij raken door kleine en grote gebeurtenissen en die geven dan aanleiding tot een gedicht. Omdat dát vrijwel elke dag het geval is, doe ik nu een 365 dagen challenge: elke dag minstens één gedicht. Die vind je op deze facebook pagina

Poëziecafé

Ik weet dat er in Maassluis meerdere goede dichters zijn en onze stad verdient een eigen poëziecafé. Ik heb dan ook het initiatief genomen om dat structureel vorm te geven onder de titel “WoordKunst”. Ik kan daarover nog niet teveel details vrijgeven, maar het komt eraan. Volg deze facebook pagina.

Stadsdichter

Ik zit momenteel in een werkgroep die een dichterspodium bij Buurtcentrum De Hooftzaak organiseert en waar de verkiezing van de allereerste Stadsdichter van Maassluis zal plaatsvinden. Daarover binnenkort meer.

Themacafé

Recentelijk ben ik gevraagd om als gespreksleider aan te treden in het Themacafé van de Bibliotheek. We discussiëren naar aanleiding van een non fictie boek dat de aanwezigen hebben gelezen.  Een leuk uitdaging die ik met veel plezier aan ga.

Carrière

Gedichten? Taal? Ik kan geen dag zonder. Misschien heb ik wel een carrière gemist of is het tijd voor een carrière move of … is taal altijd al mijn echte onbetaalde carrière.

Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu

8 Reacties

  1. ton
    22 mei 2016 at 17:43

    Je bent pas dichter als je open bent.

  2. ton
    22 mei 2016 at 17:09

    haha die Marcel, wat een verhaal, je bent Lou de Palingboer nog vergeten op te nemen in dit epistel van gemor, die had hier ook aanhangers. Maar ik herken me zelf niet in humorloos als Maassluizert, als ik smorgens in het spiegelwerk kijk…haha..nou pa, je hebt beter tijden gekend. En waar kunnen we al die kleren krijgen??
    Met je eens, al dat gezever van t,Hart , Kuijper en andere corriefeen, daar zitten we niet meer op te wachten in deze huidige tijd. Vooruitgang..mannen en vrouwen met een vuist…dat is wat we willen.
    Maarrrrr…dit is Maassluis…vlietje/hoofie/koffie thuis en snel achter de gebogen buis. Geborgen in wat ooit werd gezegd..kan niet zo zijn, God behoedde ons..dat is niet slecht.

  3. Marcel Thomassen
    13 mei 2016 at 15:01

    Lelijke vrouwen?

    Ze hebben het niet door
    Het gaat het ene oor in, en ‘t andere uit
    Omdat er niets tussenin zit

    Daarom het volgend :

    Het Romeinse Rijk, kende aan het begin van de 2e eeuw een relatief gelukkige en welvarende tijd. Een meer fatsoenlijk keizer was er de baas, de barbaarse stammen werden voorlopig nog door de Romeinse chohorten op veilige afstand gehouden. De oppergod Jupiter was al een beetje dood verklaart en het Christendom had in Rome – gelukkig – nog niet kunnen toeslaan.

    Zelfgenoegzaam was toen het Romeinse volk -evenals nu- nog maar in een ding geinteresseerd: namelijk consumeren. De Romeinse satire-dichter “Juvenalis” schamperde in die tijd:

    “Al zo lang, sinds wij als volk ons kiesrecht voor niets hebben verkocht, laat het ons koud om net als vroeger alle hoge posten in staat & leger te verdelen. Nee, men houdt zich koest en vraagt alleen nog maar twee dingen: brood & spelen”.

    Zo stort de dichter Juvenalis fiolen van gif over zijn toemalige burgers uit, groot kan zijn publiek in Rome ook toen al niet zijn geweest, het kunnen schrijven & lezen was immers zeldzaam. Wie wilde begrijpen waarom deze dichter het fundament van de samenleving als rot beschouwde, moest toen hoog opgeleid zijn, want Juvenalis satirische poezie vergde een behoorlijk eruditie en een verfijnd gevoel voor humor.

    De ingeteelde schurken tegen wie de dichter Juvenalis tiraden waren gericht, woonden liever een slachtpartij in de arena bij of slempten zich liever onder het genot van orgieen een delerium, dan dat ze zich de moeite getroostten een toonkunst te vernemen dat hun een akelig helder spiegel voorhield. Er is anno 21e eeuw ook nu kennelijk niets nieuws onder de zon.

    Discussie gesloten.

  4. Paulette Elens
    13 mei 2016 at 12:13

    Beste Marcel,

    Tussen de regels van je slaapverwekkend en onsamenhangend stukje, lees ik het relaas van een huilend jongetje dat op alle fronten in het leven mislukt is.

    Niemand ontkomt aan je agressie en hele bevolkingsgroepen worden geschoffeerd of afgeslacht. In je mateloze arrogantie het allemaal beter te weten duw je ons gelijktijdig ‘je pleidooi’ door de strot, dat volgens jou niemand mag missen.

    Het verwondert me niet dat B&W niets met je brief heeft gedaan. Ik denk dat ze bij de 2e zin al in slaap zijn gevallen. Toch schrijf ik je nog niet helemaal af. Als onzinverteller zou je het goed doen en die hebben we nog niet in de regio.

  5. Marcel Thomassen
    12 mei 2016 at 16:33

    In het verleden heb ik mij -als aanjager- bij het stadsbestuur sterk gemaakt om in Maassluis te willen komen tot een officieel stadsdichterschap. De toenmalig pvda-fractie heeft hierop dit in haar verkiezings – programma gezet, maar er is (zoals gebruikelijk bij de pvda) nooit verder wat mee gedaan. Persoonlijk heb ik geen enkel lust meer of enig ambitie tot zoeen stadsdichterschap. Ik vindt Maassluis te humorloos, oubollig en te conservatief. Trouwens bij de meeste dichters val ik subiet in slaap of raak ik aan de drank, wat een stellig droevigheid en melodramatisch ellende is dat dichterschap toch. Ja, ja- Christus aan het kruis heeft het veel gemakkelijker dan een dichter thuis.

    Niet voor niets zitten hele ziekenhuizen, de gevangenissen of de huizen van bewaring maar vooral de psychiatrisch instellingen, vol met hele cohorten echte dichters. En dan de liefde! Sodemieter op! Die verrotte liefde zet pas echt aan tot het uitkramen van allerlei dichterlijk onzin en rijmelarij, waar men heilig doch hoopvol in gelooft. Bovendien moet een stadsdichter volledig in zijn samenleving staan, hij of zij, moet met vrijwel iedereen tot bloedens toe hebben gevochten of lekker hebben gedronken danwel de liefde hebben bedreven met alle vrouwen (behalve de lelijke).

    Om te komen tot een waardig Maassluis stadsdichterschap heb ik toentijds (ongeveer 12 jaar geleden) wel een nu bezien te veelbevlogen pleit geschreven aan het college van B&W Maassluis. Dit pleidooi wil ik u niet onthouden, want ik ben, nog steeds een warm voorstander van het Maassluis stadsdichterschap (voor een ander).

    No nonsence, Engels voor geen onzin!

    ‘No nonsence’ is binnen het Rotterdamse omgeven door haar orthodox ommelanden al decennia lang het adagium. Dichter “Jules Deelder” schreef danook over de regio Waterweg : ‘Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, hoekie om, trappie af, gekkenhuis’! Immers genever Schiedam (Rooms Zwart Nazareth) gelooft nog steeds in onbevlekt ontvangenis, in weerwil van haar virtuoos dichters als “Piet Paaltjes” en “Willem Elschot”. In de bakermat van het Hollands haringkaken: Vlaardingen, de plaats waar zelfs oer-oud artefacten van milennia voor Christus worden opgegraven (Klokbekercultuur), zouden ze beter moeten weten. Maar ook in Vlaardingen geloven ze nog van alles. In Vlaardingen huist niet voor niets met een opgewekt protestants zwaarmoedigheid, de regionale RIAGG van de Waterwegsteden Schiedam, Vlaardingen en Maassluis. Dit in respijt van Vlaardings rode SP-Jehova’s als “Remi Poppe” of bevlogen stadsdichters als “Levi Weemoed” en de illuster “Kees Alderliesten”.

    “Philip van Marnix”, Heer van Sint-Aldegonden, dichtte ons volkslied “Wilhelmus van Nassauwe” tijdens de 80-jarige oorlog. Hij deed dat vrij en ook onverveerd te Maassluys waar hij vocht, bad, neukte en zoop op het Maassluise Schanseiland tegen de lage-lande bezettend dictator Spanje. Maar sluimer-Sluis is haar opstandig, vrijheidslievend poezie, rijm, satire, toon, voordracht en dichtkunst goed vergeten. Maassluis werd sucsessievelijk ge-reformeerd tot een ultra orthodox equivalent van Katwijk, Scheveningen, Goedereede, s’Gravenzooie, Urk, Ouddorp en Zelootisch Jeruzalem tesaam. Maassluis leeft thans weer in een schijn van heiligheid, gevoedt door de geest van oude mannebroeders als een “Abraham Kuijper” en een hierop door mastruberend “Maartje ‘t Hart” (of Koos Karssen). Maassluis de plaats waar dominee, voorbijganger of Westlands stuk onbenul -gebannen in onbuigzaam Romeinen 13- het nog steeds tot een wethouder, raadslid of erger kan trappen. Ondanks deze waan, tijdgeest of echt levenssprook, heeft de eerste stad aan de Waterweg (wat ook een leugen is) thans en opponerende behoefte aan een stadsdichter. Een “Wie-helm-us” danwel “Wilhelmina van Nassauwe”,- naar waerheidt- getrouwe tot in den doodt.

    Krijg toch allemaal de klere !

    (Wijslijk besloot het toenmalig Maassluis college van B&W olv Koos Karssen, hierop het voornemen om te komen tot een officieel stadsdichter, maar gelijk af te schaffen tot in den eeuwigheid)

  6. Aad Rieken
    12 mei 2016 at 11:08

    ”Maken Mag Ook Hebben Zijn!”

  7. Aad Rieken
    12 mei 2016 at 11:06

    \\Maken Mag Ook Hebben Zijn!”

  8. Aad Rieken
    12 mei 2016 at 09:22

    ”INSTRUMEN-TAAL!”
    De Mooiste Taal,
    Kan Ik Uren Naar Luisteren.

    ”MENSELIJK KABAAL!”
    Ze Moeten Leren Fluisteren.

    Dichter Of Rijmer,
    Zij Maken Het Fijner!
    He Dit Rijmt Niet,
    Ben Ik Dan Ook Dichter?