Vroeger (‘zo sprak opa’), ging je uit naar discotheken, jongerencentra, cafés of dansgelegenheden. Soms één keer per week maar in de jaren dat ik tussen adolescentie en volwassenheid zweefde ook wel drie of vier keer per week. En hoewel ik niet zo’n discotijger was zag ik menig discotheek van binnen.

Ik was meer van de jeugdcentra waar bandjes optraden of waar alleen maar muziek gedraaid werd terwijl er verder vooral werd gekletst (of geschreeuwd afhankelijk van de vrijwilliger van dienst die draaide, en de mate waarin hij of zij de volumeknop wist te vinden). Je dronk wat, deed wat aan tafelvoetballen en daar kon je avonden en nachten mee doorbrengen.

Anderen reisden stad en land af naar steeds groter wordende discotheken en andere danspaleizen.

Die tijd is voorbij. Tegenwoordig gaan jongeren niet meer naar discotheken en jongerencentra. Belangrijkste reden is dat die er steeds minder zijn. Degene die er nog zijn worden steeds commerciëler, waardoor ze er eigenlijk voornamelijk nog komen om optredens bij te wonen. Kon je vroeger een beginnend bandje bekijken voor een paar euro, tegenwoordig is elk zichzelf respecterend bandje al eigenlijk te duur voor de doelgroep zo hoor ik. Jongeren lijken ook steeds meer de kleine groep vrienden op te zoeken, thuis of bij een ander. En daar gaan ze dan chillen.

Feitelijk doen ze dus nog steeds hetzelfde als ik vroeger, beetje bij elkaar rondhangen, drankje erbij, beetje kletsen, muziekje op maar dan thuis of ergens buiten. Zelf kijk ik met erg veel plezier terug op de tijd van uitgaan. Je kwam op plaatsen waar louter vreemden waren, vaak uit andere subculturen dan jezelf kwam.

Dat missen de jongeren van nu. Mijn kinderen gaan vooral om met hun vrienden en daar weer de vrienden van en hoewel ze daarin een mix van culturen tegen komen blijft het hetzelfde kringetje. Daar staat tegenover dat ze ook vrienden hebben en onderhouden die op meer dan een uur reizen wonen. Het onderhouden van contacten is tegenwoordig zo eenvoudig, dat hadden wij vroeger niet. Ik hoop altijd maar dat ze in de kringen waarin ze zich begeven van alles meemaken. Dan kunnen ze daar, later als ze groot zijn tenminste leuk over vertellen. Of schrijven.

Wouter vHeiningen

Wouter vHeiningen

Vrijdagcolumnist sedert juli 2013 | Directeur Bibliotheek De Plataan voor Maassluis, Vlaardingen & Midden-Delfland| Bestuurslid van Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart en stichting Ongehoord!

2 Reacties

  1. Floris
    3 juni 2016 at 14:13

    Niet iedereen gaat naar een parenclub Aad

  2. Aad Rieken
    3 juni 2016 at 08:52

    ´´ONTVREEMD!´´

    Uitgaan is ook vreemdgaan,
    maar ga niet al te vreemd.
    want voor je het weet ben je,
    van huis en haard ontheemd!