Eeuwenlang was de gesproken taal de gouden standaard en de geschreven taal werd daarvan afgeleid. Door twitter, whatsapp en instagram is er een nieuwe afgeleide geschreven taal ontstaan, ik noem haar maar duimtaal. Duimtaal bevat veel minder informatie dan de normale geschreven taal, ondanks dat daarbij – ironisch genoeg – gebruik wordt gemaakt van een apparaat dat ooit bedoeld was om gesprekken mee te voeren.

Gesproken taal bevat naast de tekst zelf veel extra informatie zoals intonatie (toonhoogte, klemtoon), snelheid en pauzes. Als we de ander ook nog zien, komt daar de lichaamstaal bij zoals de gezichtsuitdrukking en gebaren. Niet onbelangrijk is ook de mogelijke interactie tussen de deelnemers aan een gesprek zoals reacties en onderbrekingen. Bij geschreven taal ontbreekt dit allemaal. Goed formuleren, een juiste spelling en komma’s op de juiste plaats moeten ervoor zorgen dat de geschreven tekst overeenkomt met wat we bedoelen én maar voor één uitleg vatbaar is. Maak je daarbij fouten, dan is de kans groot dat je boodschap niet of verkeerd wordt begrepen. Fouten kun je onderscheiden in taalfouten (de woorden zijn goed maar de combinatie ervan niet), spelfouten (onjuiste spelling) en typefuoten (per abuis verkeerde spelling).

Bij woorden zoals pannenkoek, ruggenprik en hoogtevrees worden vaak spelfouten gemaakt. De officiële spelling tot 1996 was pannekoek en ruggeprik terwijl ze nu met een tussen-n moeten! Maar hoogtevrees mag weer niet met zo’n tussen-n. Is dit allemaal logisch? Er is een regel voor bedacht, met de nadruk op bedacht: eindigt het meervoud van het eerste deel van het samengestelde woord op een n, dan schrijf je die ook in het samengestelde woord. Maar waarom is hoogtenvrees dan fout, het meervoud is toch hoogten? Het mag niet omdat hoogtes óók mag. Maar hoogtesvrees is ook niet goed! Hoe bedenk je het! Ik geloof niet dat Maassluise burgers van deze mierenneukerij (met dubbel-n want euken bestaat niet en er is meer dan één mier voor nodig), warm of koud worden.

Intonatie en komma’s kunnen essentieel zijn om de bedoeling duidelijk te maken. Lees de volgende twee zinnen maar eens hardop:
Zin 1: Geboren Sluizers, die niet kunnen zwemmen, krijgen een taart.
Zin 2: Geboren Sluizers die niet kunnen zwemmen, krijgen een taart.
Zin 1 betekent dat geen enkele geboren Sluizer kan zwemmen en dat ze allemaal een taart krijgen. In zin 2 staat dat alleen geboren Sluizers een taart krijgen als ze niet kunnen zwemmen. De komma vervangt de intonatie en bepaalt wie er taart krijgt! Van mij mogen trouwens alle Sluizers er eentje krijgen, al zal dat wel een taart uit eigen doos zijn.

Dat moet natuurlijk een sigaar uit eigen doos zijn. Onjuiste combinaties zijn aan de orde van de dag. Hoe vaak hoor je niet “dat kost duur” (i.p.v. “dat kost veel” of “dat is duur”) of “ik besef me dat” (i.p.v. “ik besef dat” of “realiseer me dat”). Maar het gekke is dat zo’n verhaspeling in “de laatste loodjes wegen het zwaarst” weer wèl mag (zou moeten zijn “wegen het meest” of “zijn het zwaarst”). Als veel mensen foute combinaties gebruiken worden ze op den duur goed. Foute combinaties die nu mogen zijn bv. “verzenden” (versturen en zenden) en “bekritiseren” (beoordelen en kritiseren). Zijn dit soort fouten erg? Vind ik niet, iedereen begrijpt wat er wordt bedoelt.

‘k Bedoel natuurlijk “bedoeld” met een d. Fouten met d en t bij werkwoorden kom je dagelijks tegen. Maar de uitspraak van bedoelt en bedoeld is echt hetzelfde, dus waarom zou je ze anders schrijven? Antwoord: dat moet van de regels. Ironisch genoeg zijn de regels weer wèl belangrijk om de betekenis van gemankeerde zinnen – die je in de spreektaal nooit zo formuleert – in bv. krantenkoppen duidelijk te maken. Neem nu “Rechter veroordeelt” en “Rechter veroordeeld”. De eerste rechter is met zijn werk bezig, de tweede heeft zelf een veroordeling aan zijn broek hangen. Gebruik van d en t volgens de regels is hier essentieel voor de betekenis.

“Hun vragen we niets meer” is … goed. Als je even twijfelde, je had ook kunnen zeggen “Aan hun vragen we niets meer”. Maar “Hun vragen wel erg veel” is weer fout, ook al is het zo klaar als een klontje wie “hun” zijn. Ik vrees dat “hun” i.p.v. “ze” of “zij” ooit goed Nederlands zal worden. Hun zal het niet aan liggen dat hun dan toch hun zin krijgen! Probeer dat maar eens in duimtaal te schrijven!

Joop P van de Merwe

Joop P van de Merwe

Columnist op donderdag 1x per maand 2014-2015| voormalig internist-immunoloog (Erasmus MC)

7 Reacties

  1. @3 de Raaf
    5 oktober 2015 at 18:18

    hallo Joop, het is inderdaad waar, dat dit verschil erg kunstmatig is. Dat las ik ook in mijn bronnen.
    En half Nederland ten noorden van de grote rivieren meent hun als onderwerp te kunnen gebruiken. Als wij er niet meer zijn , zal het wel algemeen aanvaard zijn.

  2. Joop P van de Merwe
    5 oktober 2015 at 17:27

    Volgens het Genootschap Onze Taal ( https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/hun-hen) mag je ïn dit voorbeeld “hun” vervangen door “aan hen”. Er wordt aan toegevoegd dat het verschil tussen “hun” en “hen” allang niet meer ‘leeft’ in het dagelijks taalgebruik. Zij vinden het een kunstmatig onderscheid; de 17-eeuwse wetenschapper Christiaen van Heule wordt beschouwd als de bedenker ervan.
    Tegenwoordig gaan veel taalgebruikers ervan uit dat alleen “hen” juist is in een zin als ‘Hen vraag ik niets meer!’, terwijl volgens de regels ‘Hun vraag ik niets meer!’ juist is, aldus het Genootschap Onze Taal.

  3. A3 de Raaf
    5 oktober 2015 at 16:04

    volgens mij moet het zijn :Aan hen vragen we niets meer; (want hun is hier derde naamval) en na het voorzetsel “aan” volgt de vierde naamval; verder een leuk stukje

  4. 1 oktober 2015 at 16:04

    Ik heb me reuze vermaakt met je column. Knap uitzoekwerk ook. Nu maar duimen dat je er niet tureluurs – of is het turenluurs 😉 – van geworden bent.

  5. 1 oktober 2015 at 12:14

    Je zette me minstens twee keer op het verkeerde bijna, waardoor ik nu op de grond lig. Van het lachen wel te verstaan. Deze column is een kolfje naar mijn hand

  6. Aad Rieken
    1 oktober 2015 at 10:56

    ”Beste Joop!”

    ”Je Zou Er ‘n (S)taart van/voor Kunnen Krijgen!”

  7. 1 oktober 2015 at 08:58

    Hunnen en hennen we moeten het allemaal kennen. Leuk stukje😊