Laatst moest ik een adres opzoeken in Haarlem. Het bedrijf bleek gevestigd aan de Richard Holkade. Dat klonk bekend en toen besefte ik dat in mijn eigen stadje de Richard Hollaan ligt. Ik heb er nooit bij stilgestaan. Wie was hij? Hij moet iets met cultuur te maken hebben gezien de andere namen in de wijk.

Toen ben ik het gaan opzoeken en las het volgende

Hol, zoon van Cornelis Hol en Bregje Nagel, kreeg een piano-opleiding aan de Amsterdamse muziekschool en werd in 1857 dirigent van het Amsterdamse Toonkunstkoor. In 1862 vertrok Hol naar Utrecht, waar hij al snel de spil van het muziekleven werd. Hij leidde de Stadsconcerten (tot zijn dood in 1904), de studentenconcerten en het Toonkunstkoor. Hol werd tevens benoemd tot organist (1869-1888) van de Dom en was vanaf 1875 directeur van de pas opgerichte Stedelijke Muziekschool, waar hij ook als docent zang, muziektheorie en muziekgeschiedenis werkzaam was en waar Johan Wagenaar en Catharina van Rennes tot zijn leerlingen behoorden.

In 1878 kreeg hij de mannenzangvereniging Caecilia in Den Haag erbij. Sindsdien bekleedde Hol een zeer vooraanstaande positie in het Nederlandse muziekleven. De doorbraak in Nederland van een componist als Brahms was deels aan hem te danken. Van 1891 tot 1893 dirigeerde hij de donderdagse “klassieke concerten” in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam.

Richard Hol werd in zijn tijd als componist gevierd. Zijn talrijke werken – nog geheel in de sfeer van de Leipziger school van Mendelssohn en Schumann – verraden geen spoor van de moderne muziek van Wagner, Liszt en Berlioz die hij als dirigent verdedigde.

Verschillende door hem gecomponeerde kinderliederen werden opgenomen in de populaire liedbundel ‘Kun je nog zingen, zing dan mee’:

  • In een blauwgeruiten kiel
  • Waar de blanke top der duinen
  • En over de weide daar blonk de zon
  • Vaarwel, vaarwel mijn dierbaar vaderland
  • De paden op, de lanen in, vooruit met flinken pas
  • Kling-klang! Kling-klang! Over het woud

Daaruit blijkt dus dat ik diverse bekende liederen van zijn hand in mijn jeugd al zong. Grappig en merkwaardig tegelijkertijd. Die laan bekijk ik sindsdien met andere ogen.

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Maandagcolumnist | Schrijver | Stadsdichter van Maassluis per 9/2018 | Dichter | Poëziecafé Woordkunst | Mensenslijper | Aan de andere kant | Business Consultant | Boomredder | Spindoctor | Ethicus | Moralist | Zoeker

2 Reacties

  1. 2 juni 2014 at 12:03

    Interessant, leuk om te weten, Jelle! Je hebt trouwens stof genoeg als je van elke straatnaam in Maassluis de herkomst wilt analyseren 😉

  2. Aad Solleveld
    2 juni 2014 at 10:28

    Ik zou Richard Hol laan toch graag omgedoopt zien in Cock Hollaar laan van kunst na Arbeid.