“Mocht je een keer verlegen zitten om kopij, dan heb ik een reserve voor je.” Nog geen twee weken later speelt het ons parten.

Dank Marijke namens de redactie

column nr 10

Ik ben altijd mager geweest. Nu ik wat ouder ben valt het wel mee. Maar ik herinner me nog allerlei opmerkingen.

– Je mag wel eens een beetje meer pap eten, jij bestaat alleen uit botten!

– Jij zult nooit trouwen. Je bent veel te mager, dat vinden mannen niet mooi.

Toen ik in het verpleeghuis werkte moest ik een hoeveelheid eten naar binnen proppen om niet onder de 50kg te schieten.

Mijn schoonzusje is een groot aantal jaar geleden na een kort ziekbed overleden aan leukemie. Ze heeft nog wel een chemokuur gehad, maar dat mocht niet baten. Haar haren vielen uit. Vanaf dat moment had mijn broer een verschrikkelijke hekel aan mannen die vrijwillig hun hoofd kaal schoren. Presentatoren op de tv moesten ontslagen worden. In een winkel wilde hij niet geholpen worden door een man met een kale kop.

Ik heb het idee dat iedereen wel pijnpunten heeft. Maar je kunt niet altijd van iedereen weten of zien wat die pijnpunten zijn.

Het heeft geen enkele zin om tegen de rest van de wereld te zeggen: – jij mag dit of dat niet zeggen of doen, want daar heb ik last van.

Als je dat wel doet, dan gaat de ander onmiddellijk dwars liggen: – Wat! Jij bepaalt niet wat ik mag zeggen of doen. Dat bepaal ik zelf!

Je kan de ander niet veranderen. Je kunt alleen jezelf veranderen. Kijk wat je zelf kunt doen om er voor te zorgen dat steviger in je schoenen komt te staan. Zo trok ik me altijd veel te veel aan van wat anderen zeiden. Dat overkomt me nog wel eens, maar nu haal ik mijn schouders op. Nu kan ik aardig koken, maar het kan gebeuren dat ik halverwege de maaltijd zeg: Ik ben klaar. Ik heb lekker gegeten, maar het is genoeg!

Mijn broer kon niet omgaan met zijn verdriet. Dus schoot hij al zijn pijlen af op mannen met een kaal hoofd. Vaak zijn er situaties die helemaal niet erop gericht zijn om iemand te kwetsen. Gewoon, omdat je niet weet waar een ander last van heeft en gekwetst kan worden. En je kunt ook niet alsmaar op eieren lopen en doorlopend al je woorden op een goudschaaltje afwegen. Dat is onbegonnen werk.

 

Een mooi voorbeeld:

Ooit was ik op een feestje. Een van de gasten was een zwarte (o jee!) Surinamer. De gastvrouw deelde negerzoenen uit. Zonder blikken of blozen vroeg ze aan die jonge man: – Wilt u een negerzoen?

– Nee, dank u wel. Maar wilt u er misschien een van mij?

Kijk, zo kan het ook!


 

Marijke Tennant

Marijke Tennant

Marijke Tennant | Zondagcolumnist 1x4weken | Echtgenote, moeder, oma | Gepensioneerd hulpverlener | Bevlogen koorlid

1 Reactie

  1. Rudi
    17 januari 2019 at 08:17

    Hè hè, dit vind ik nou een mooi en nuchter verhaal. Alles moet tegenwoordig taalkundig correct zijn, we zijn zo snel op ons teentjes getrapt, zo snel aangevallen. Wat een ander van mij vindt zou niet mijn probleem moeten zijn maar alleen van de ander. Is van mij uit ook kracht voor nodig.