Wist JIJ dat? Dit doen columns met de lezer ...(klik op plusteken)
  Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van 't Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten. Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Column nr: 17

Tweewekelijks besteed ik aandacht aan welke gedachten onze taal uitdrukt. Idealiter is dat exact wat we bedoelen, vaak echter is er een toelichting, interpretatie, bijsturing of herijking nodig. Want taal leeft! De tijdgeest bepaalt de betekenis.

over DE BETEKENIS VAN KUNSTENAARSCHAP VOOR ONS AANPASSINGSVERMOGEN

(Kranten)koppen in de lokale media schetsen een beeld dat we niet gewend zijn. Waar brengt ons dat? ‘Balkongym’, als initiatief van de bewonerscommissie. ‘CKC Maassluis mag kampioenschap vieren’, terwijl het korfbalseizoen nog niet is afgerond. ‘Meer aandacht voor kinderen in kwetsbare gezinnen´, voor het omgaan met moeilijke gezinssituaties. ‘Vlag mee op Bevrijdingsdag’, als speciale oproep om 75 jaar vrijheid te vieren. ‘Kinderhulp collecteert digitaal’, nu digitale uitwisselingen een stevige boost krijgen.

Er is natuurlijk geen eenduidig antwoord op de vraag wát dit ongewone beeld ons brengt, en dat is maar goed ook. Wel zien we dat de creativiteit ontluikt, om het leven zo aangenaam mogelijk te maken. Maar we dienen ook problemen het hoofd te geboden. Met bovengenoemde voorbeelden zien we dat ons aanpassingsvermogen prima wordt aangesproken. Er is de praktische invulling voor lichamelijke beweeglijkheid. We maken er geen punt van het niet ideaal kunnen afronden van een sportseizoen. We laten mensen waarvan de hulpvraag in deze fase van de samenleving extra druk geeft niet vallen. We geven gehoor aan de verlangde aandacht voor het belangrijk memorabel vieren van vrijheid.

Over kunstenaarschap gesproken: voor het vinden van een eenduidig antwoord, maken we een uitstapje naar de betekenis van kunst. Dit geeft geen definitie die onomwonden is, net zoals de bovenstaande keuzes niet direct het daglicht zagen.

Een mogelijke definitie betreft

‘Het vermogen dat wat in geest of gemoed leeft of daarin gewekt is tot uiting of voorstelling te brengen, op een wijze die schoonheidsontroering kan veroorzaken’.

Iets tot uiting brengen zal gebaseerd zijn op iets uit het verleden, het heden of een beeld voor de toekomst. Daar kunstenaarschap altijd een proces van creatie is, waarbij indrukken en interpretaties dynamisch zijn, kan de uitkomst een verrassing zijn waarbij zelfs het ondenkbare denkbaar wordt. Ook al ontroert het resultaat de kunstenaar, het is maar de vraag of de meeste toeschouwers dan ook een schoonheid ervaren die indruk maakt.

Het nadenken over wat kunst betekent, is niet van gisteren. Het is niet weerlegbaar zinvol voor het vormgeven van een samenleving. Zo zijn twee visies over kunst respectievelijk een kunstwerk:

‘We kunnen ermee een mate van objectiviteit bereiken en ons losmaken, voor een afdoende antwoord over ons leven’ (Schopenhauer / 1788-1860)

en

‘Een soort voorstelling die een doel op zich is, maar niettemin de mentale vermogens voor gezellige communicatie bevordert’ (Kant /1724 – 1804).

Met de eerste definitie zien we dat we artistieke wezens zijn. In plaats van ons normaliter af te vragen wat gymmende mensen op een balkon doen, zien we balkongym nu zelf als een afdoende antwoord. De tweede visie komt van pas bij een stad vol vlaggen op Bevrijdingsdag. Want, er is een oproep voor een stad met vlagkunst als een doel, maar ook om de communicatie te bevorderen. De aanleiding is niet gezellig maar de gedachte van samen-zijn wel, zeker nu!

‘Wanneer kunnen we in Maassluis weer naar het theater of een concert?’ is wat velen bezighoudt. Nederland snakt naar erop-uit te kunnen voor kunst en cultuur. Niet voor het weer vollopen van musea en theaters, maar wel erop-uit vanwege de betekenis van (schilder)kunst en theaterdiversiteit. Voor mij is zo’n bezoek bedoeld voor het beleven van wat mensen allemaal kunnen uitdrukken én voor wat het bijdraagt aan een verrijkende kijk op maatschappelijke vraagstukken.

Ik hoor als het ware al de scepsis over de definitie en de visies ten aanzien van wat we met beleving van kunst en cultuur kunnen opschieten. Helpt dit bij afgewogen keuzes over momenteel zeer manifeste levensvragen? Dan denk ik als eerst aan het onverantwoorde gegeven dat mensen niet nabij hun dierbaren die bezoek echt niet kunnen missen, kunnen zijn. Ik denk aan een niet te verwerken inperking op het nemen van afscheid van iemand die ons ontvalt. Dit betreft afwegingen van levenskunstenaars. Politici zijn dat in beginsel niet en hebben dus een helpende hand van hen hard nodig.

vernieuwde verbinding tussen onze innerlijke werkelijkheid én onze uiterlijke werkelijkheid in zowel gedrag, actie als taal.
Op naar de vreugde in het (mee)beleven van sport. Dat zal vast helend zijn voor de velen die zich hebben moeten inhouden. Hopelijk zullen hieraan ook veel kwetsbare gezinnen ontspanning, vermaak en opluchting ontlenen. Ook zal onze digitale wereld met inmiddels gevonden oplossingen van dienst blijven. Digitaal collecteren biedt soelaas voor een verboden reis langs de deuren. Net zoals de gang naar het onderwijsinstituut of vergadernoodzaak nu creatief wordt ‘opgevangen’ met digitale platforms. We zien dagelijks dat we voor een zinnige beschouwing op waarnemen en samenwerken letterlijk op ‘ontdekkingsreis’ moeten. Niet als ontdekkingsreiziger over wereldzeeën naar niet eerder ontdekte oorden, maar wel als (levens)kunstenaars naar vernieuwde verbinding tussen onze innerlijke werkelijkheid én onze uiterlijke werkelijkheid in zowel gedrag, actie als taal.

Het gaat nu om de kunst van het aanpassen, het inspelen op de actualiteit, het oplossen van (dagelijkse) vraagstukken in een fors veranderde omgeving. We moeten natuurlijk ook wel, want het losraken van onze relatie met de wereld om ons heen is funest voor ons bestaan. Natuurlijk komen we in actie wanneer we blijken te moéten investeren in onze relatie met de omgeving. Als de nood niet zo hoog is, is de mens minder geneigd per definitief verantwoordelijkheid te nemen. Nu wordt iedereen aangespoord om met collectief vermogen energiek arbeid te verrichten.

Daar mag de vlag op 5 mei uitbundig voor uit!

Wapperen met dat ding! Voor het beleven van vrijheid én voor het (kunst)zinnig aanspreken van ons aanpassingsvermogen voor goede keuzerichtingen.

Reageren? Blader naar beneden 
plaats jouw reactie hier
onder dit artikel binnen 30 dagen na publicatiedatum

⊗——het einde ——⊗

◄ klik op de plus voor het schema WIE SCHRIJVEN DE VOLGENDE KEREN?

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 99 lezers

WIE SCHRIJVEN DE VOLGENDE KEREN?

Bekijk in LANDSCAPE stand (kantel uw portrait stand ) voor een goede weergave

André Bruijn

André Bruijn

André Bruijn | Bruijn Management & Ontwikkeling | Organisatieadviseur | Integriteitscoach | Auteur | Gitarist | (Levens)kunstliefhebber