TRANSLATE:
column nr 195

Volgende week is het De Week van de Alfabetisering

Pas geleden had ik een gesprek met een vriend over de waarde van woorden. We gebruiken in het dagelijks leven heel veel woorden. De productieve woordenschat van de gemiddelde Nederlander is 10.00o woorden. Dat wil zeggen dat we ongeveer 10.000 woorden regelmatig gebruiken. We kennen veel meer woorden, van 45.000 tot wel 250.000 woorden (dat zijn de zeer belezen personen onder ons). Veel van die woorden gebruiken we onbewust zonder ons vaak te realiseren wat die woorden nu eigenlijk betekenen. In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw was de schrijver/dichter Driek van Wissen regelmatig op de televisie met een item waarin hij de Nederlandse taal besprak en de vreemde vormen en betekenissen waarin woorden voorkwamen.

De aanleiding van het gesprek dat ik had, waren de woorden ‘selfservice’ en ‘helpdesk’. Op zichzelf al vreemde woorden in die zin dat ze uit het Engels komen, maar er is nog iets vreemds met deze woorden. Ze dekken de lading helemaal niet.

Neem nou selfservice. In het gebruik betekent dat: waar vroeger een medewerker je hielp in een winkel of bij een bank of bibliotheek, daar ‘mag’ je het tegenwoordig allemaal zelf doen. Ik schrijf mag tussen aanhalingstekens want feitelijk is het ‘moet’ je het tegenwoordig allemaal zelf doen. En als het dan niet lukt, dán kun je om hulp vragen. Als je kijkt naar de definitie van het woord service dan krijg je:

Een service is het resultaat van een afgeronde inspanning die een organisatie, medewerker of applicatie op basis van wettelijke taken of onderling gemaakte afspraken levert en waarmee in een behoefte van een of meer andere organisaties, medewerkers of applicaties wordt voorzien.

Kijk, en daar gaat het dus mis. Die organisatie, medewerker of applicatie (digitaal) zijn er dan dus niet, die afgeronde inspanning is in feite je aan je lot over laten onder het motto; doe het maar zelf. Nu gaat dat in heel veel gevallen goed hoor, de mens is van nature bereid zich aan te passen, maar feitelijk klopt het woord niet meer.

Hetzelfde geldt eigenlijk voor het woord helpdesk. In vrijwel alle gevallen betreft het hier een telefonische dienst, en van een desk, een bureau, is geen sprake. Ja de medewerker die je te woord staat zit ongetwijfeld aan een bureau of desk maar in de meeste gevallen ook dat niet. De opstelling bij dit soort helpdesks is een lange rij stoelen achter een schermpje met een headset (ook al zo’n mooi woord).

Kortom, de waarde van woorden is soms heel anders dan ze doen vermoeden. Alweer een reden om de taal goed te kunnen spreken en begrijpen.


 

Wouter vHeiningen

Wouter vHeiningen

Vrijdagcolumnist sedert juli 2013 | Directeur Bibliotheek Maassluis & Midden-Delfland| Bestuurslid van Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart en stichting Ongehoord!

2 Reacties

  1. patricia
    1 september 2018 at 22:38

    leuk dat je dit naar voren haalt! ik ben niet zo goed in Nederlandse taal maar ik ervaar door te onderzoeken wat woorden betekenen dat heel verassend en leerzaam kan zijn . Ook uitpuzzelen hoe de vorm van het woord tot
    stand is gekomen (etymologie heet dat geloof ik) is super interessant.
    zo begreep ik bijvoorbeeld dat verantwoordelijkheid uiteindelijk iets van offeren bekent
    dus de achterliggende gedachte van een woord kan heel diepzinnig zijn.
    zou misschien leuk zijn als daar een soort workshop over gegeven zou worden

  2. Aad Rieken
    31 augustus 2018 at 08:46

    “Staan Tegen-Woordig Vaak Voor Schut,
    Met Het Te Veel Gebruikte Woordje Kut!”