TOERISME SLOOPT JE STEDELIJKE CULTUUR, ALS JE NIET VOORUITKIJKT !

Choreograaf Hans van Manen zei eens: ‘Je hoeft geen verstand van muziek te hebben om muziek te begrijpen’. Zo’n mooie uitspraak nodigt je uit tot besef over wat iets is, over wat de essentie betekent. Zo zijn er genoeg wereldse vraagstukken die ons uitnodigen wakker te blijven of te worden. Natuurlijk wordt er ook over geschreven, zoals over toerisme. Ilja Leonard Pfeiffer schreef zijn boek Grand Hotel Europa. In het programma VPRO’s boeken legde hij uit dat hij begaan is met mooie steden en dat zijn indruk is dat zij lijden onder toerisme, in die zin dat van de bestaande stadscultuur niet veel meer over is. In het bijzonder kwam Venetië aan de orde, met de veronderstelling dat alle grote steden waar het toerisme hoog tijd viert hun eigen stadscultuur aan het verliezen zijn, zo niet verloren hebben. Oeps, dat is ander koek! Anders gezegd: Teveel Deventer koek verkopen krijgt een keerzijde! In Maasluis is in 2018 tijdens de Vaardag Sleepboothaven het Maassluise ‘Schokkertje’ gepresenteerd. De productie van het koekje is toen in ere hersteld. Nu zorgen dat de koek geen maatstaf wordt voor overlast van teveel koekvreters!

Het niet laten komen totdat het zeer doet en blijven omkijken naar elkaar.

In augustus kopt de Volkskrant ‘Zorg dat door toerisme het buurtgevoel niet verdwijnt. Giethoorn is doelwit.’ Wie is daar nog niet geweest?! Iedere toerist geniet van het pittoreske stadje met kneuterige wateren, terrasjes en winkels. Goed verdienen dus, totdat men het zat gaat worden en de aandacht voor de toerist en inkomsten onbalans gaat geven in de stadscultuur en letter en figuurlijk samen-leven. Wat we dan krijgen is het zoeken naar balans in: ‘Het is hier veel te druk, door al het promoten van de stad hoor je van alles aan culturen lopen’, ‘Mensen kunnen in allerlei talen over de geschiedenis horen, dat maakt mij trots. Maar je moet wel zorgen dat het dorp leefbaar blijft. Dat dreigt hier mis te gaan!’, ‘Er werd en wordt behoorlijk geklaagd. Toch groeten we elkaar en kijk we hier nog wel naar elkaar om’, ‘Dat gemeenschapsgevoel is altijd al belangrijk geweest. Door op allerlei manieren met elkaar in gesprek te blijven, blijft het dorp leefbaar voor toeristen en Gieters, zo kunnen we de veranderingen aan’.

Kijk, de regie is nog niet verloren en dus gewoon koek bij de koffie blijven verkopen!

Moraal en oplossing: ‘Voorkomen dat er tweedeling ontstaat tussen van het toerisme profiterenden en mensen die alleen overlast hebben’.

Voordat we in Maassluis komen, blijven we nog even bij ‘schrijver Pfeiffer’. Zijn roman geeft onder andere blijk van beschouwingen, vragen c.q. vaststellingen, als:

  • Europa is het recreatiegebied voor de rest van de wereld en geschiedenis is het voornaamste dat zij nog te bieden heeft. Is dit de toekomst, dat het een groot pretpark wordt?;
  • “Europa verdrinkt in zijn historie. In Venetië zie je dat heel duidelijk; er is letterlijk geen plek voor iets nieuws, het is allemaal erfgoed, oud en belangrijk.”;
  • ”Europa zal zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Het is de vraag of toerisme goed is voor de economie. Gaat dat geld wel naar de juiste mensen? Amsterdam kun je al aardig met Venetië vergelijken. Het merendeel van de ondernemingen die van het toerisme profiteren, is in buitenlandse handen.”

Zo zijn we redelijk dichtbij Maassluis gekomen. Hier is (nog) geen situatie ‘dat gemeenschapsgeld wordt ingezet voor private winsten’ en ‘dat mensen wegtrekken uit de stad’. Met Rotterdam, Amsterdam en Delft om de hoek is Maassluis duidelijk nog een ongeschonden juweel.

Hiermee is duidelijk dat toerisme een tweede moraal kent!

Het is gedaan met de eendimensionale gedachte dat toerisme altijd goed is voor de zichtbaarheid van je stad én de lokale economie. Zo haalt aanhoudend Amsterdam het landelijk nieuws doordat de lol eraf is door zoveel toeristen een onderdak te kunnen bieden en het individueel belang het gezamenlijk belang in de soep draait. Eigenlijk wel een mooi beeld voor bewustwording. Het stadsbestuur heeft de democratie hoog in het vaandel, maar zit met vele andere Europese steden in het spreekwoordelijk Venetiaanse schommelende bootje plat te worden gelopen. Kortom, ons rijke toeristenleven heeft van het romantisch beeld van een stevig internationaal beheersingsvraagstuk gemaakt.

De Furiade als culturele thermometer?

Maassluis is trots op de omvang van de Furiade, maar scherp krijgen of er onbalans dreigt te ontstaan tussen inkomsten en overlast (zoals bij de Gieters) én of er ‘in de verte’ al een verschuiving dreigt van een romantisch beeld naar een stevig internationaal beheersingsvraagstuk is nuttig.

De lokale media kleuren het Furiadebeeld met ‘Vaartocht voor senioren tijdens de Furiade’ en ‘De Furiade is er ook voor ouderen’. Varen, gezelligheid en zorgen dat je kunt deelnemen aan de festiviteiten als je minder goed ter been bent, daarvoor wordt ook de vlag gehesen. Mocht Maassluis door populariteit worden platgelopen dan weten we dat we de verandering aankunnen en het leefbaar houden door elkaar toch te begroeten, naar elkaar om te kijken en voor het gemeenschapsgevoel met elkaar in gesprek te blijven.

Wat cultuur werkelijk is, vindt zich dan organisch uit en de geschiedenis verbindt zich met de toekomst. Je hoeft dus geen verstand van toerisme te hebben!


 

André Bruijn

André Bruijn

André Bruijn | Bruijn Management & Ontwikkeling | Organisatieadviseur | Integriteitscoach | Auteur | Gitarist

3 Reacties

  1. André Bruijn
    22 september 2019 at 12:32

    Ik vind het wel mooi dat Furie naar een historie verwijst. De toerist zal best verrast zijn met een koekje van eigen deeg, als de Maassluise koek op is. Hi!

  2. Hans de Bruin
    17 september 2019 at 11:55

    Het blijft altijd ingewikkeld dat in het eerste weekend van oktober er een feest is rond de Furie en dat daarom dat feest Furieade heet.

  3. Aad Rieken
    17 september 2019 at 09:42

    “Breng ‘n Schok-(kertjes)-effect Teweeg!”

    Geef de toerist een koekje van eigen deeg.,
    of zeg op te drukke FuriEade de koek is op!