© Henk Groenendaal

© Henk Groenendaal

column nr: 23

Er valt altijd wel iets te beleven, is het niet buiten, dan wel binnen. Deze week was het weer prijs.

KLEMMEN

Op een zeker moment ging ik in de avond, dus in het donker, naar de schuur. Deze is best groot en er staat van alles. Mijn echtgenoot was er niet en toen ik door de schuur liep zag ik iets in mijn ooghoek dat bewoog op een manier die ik nergens aan kon linken. Wat is dit? Een beetje in het duister en het was zwart, maar in een vorm? Ja, van wat eigenlijk? Een beetje plat, zwart dus en breeduit. Was het misschien een vleermuis die de weg kwijt was, dacht ik nog.

Het schuifelde zo’n beetje warrig heen en weer. Toch daar ook maar even licht aan doen. En wat was het? Een muis die in een klem zat en er zo in zat, dat hij er mee heen en weer kon rennen! Vandaar die rare vorm. Ik dacht nee hè, heb ik dat nu ik alleen thuis ben. Die muizen komen naar binnen vanwege de natte periode die we gehad hebben en alles ruim voorzien werd van water. Dan zoeken muizen het hogerop. Via regenpijp en dakgoot weten ze feilloos binnen te komen. Dus vandaar die klemmen. Ze kunnen behoorlijk slopen. Je staat verbaasd waar ze allemaal niet aan knagen. Plastic en al. Dus ja, klemmen.

Gif willen en doen we niet aan. Het zal je maar een uil kosten. Alsjeblieft niet. Maar goed, deze muis had eigenlijk geluk. Lang niet dood en zeer levendig. Alleen ja, ik moest er wel iets aan doen. Platgooien met een tegel, die zag ik niet. Wat dan, wat dan. Ik durf er niet hard op te gaan staan … oh no, No way. Het was koud en donker en ik dacht jakkes, dit wil ik helemaal niet … Maar zo rond laten tobben is ook niet de bedoeling. Ik moest iets doen! Aha, ik zag een flinke stuk eikenhout bij andere resthout liggen. Ik pakte dat eind hout en verzamelde moed. Vond het helemaal niks, maar ja, er moest iets gebeuren! Kon hem niet laten zo.

Ik hief het eind hout omhoog en gaf me daar een rotklap: Ram!! En toen zag ik dat de stukken van de klem vlogen en die muis de benen nam in zo’n tempo, dat die het hele avontuur wel overleefd had. Hij rende supersnel ergens achter waar ik niet bij kan komen. Ik slaakte een zucht van verlichting en dacht; gelukkig, die is uit zijn penibele situatie. Hè hè, opgelucht kon ik er later eigenlijk wel om lachen. Dat kostte een dure muizenval, maar de muis redde zijn vege lijf. En het werd duidelijk wat er zo raar door de schuur ging! Opgelost.

RAMMEN

Maandagmiddag was ik boven met van alles aan de gang. Opruimen, ordenen en wat er zoal in huis gebeuren moet na een verjaardag en het weekend. De ochtend was al aardig gevorderd en het was mooi weer. Toen ik zo lekker bezig was hoorde ik een herrie. Ramramram … Ramramamram. Dat je denkt wat is dit? Wie doet dat. Dit klinkt niet als de koolmezen die vriendelijk op mijn raam tikken. Nee, dit was wel even anders.

Ik kon ook dit even niet thuis brengen. Het bleef maar rammen. Ik naar beneden. Wacht eens, dat is het rooster buiten van de afzuigkap, zo’n kunstof geval. Het zal toch niet zo zijn dat er een koolmees in zit! Nou, zo te horen niet. Het klonk groter. Ramramram. Dan maar naar buiten, vanaf het raam was de veroorzaker onzichtbaar. Dus ik mijn slippers aan en naar buiten. Ik liep en keek stiekem om de hoek en wat zat daar? Jawel een specht, die er als een speer vandoor ging. Betrapt. Ik moest lachen. Hoe hebben ze het in de gaten hè. Lantaarnpalen, daar hoor je ze weleens meer op te keer gaan. Lekker hakken. Maar dit had ik nog nooit meegemaakt. Het lijkt alsof ze kunststof goed herkennen. Slimmies. Geweldige vogel die bonte specht in dit geval. Clown en acrobaat van de grootste orde. Geweldig vind ik ze. Dit was ook weer heel verrassend.

NOTEN

Ik strooi zo nu en dan vliespinda’s voor de koolmezen in plaats van zo’n netje met oudbakken spul waar de macho-vogels, eksters, gaaien en kauwen mee vandoor gaan. Het voorkomt ook ruzie en stress van ik wil, ik wil en weg jij. En de koolmezen zoeken me op, waar ik ook ben.

Vogels zijn hartstikke slim. Nou, die uitgebroken haan ook, met twee dames van zijn harem was hij over het hek gegaan en ze waren op pad. De haan had het door … die pinda’s! Eerst deed ik nog pogingen om hem weg te jagen. Wegwezen jij, die noten zijn voor de koolmezen. Ja, dacht ie, de groeten, zoiets lekkers ligt niet in het kippenhok en ook niet buiten? Dat nu wel dus hij greep zijn kansen. Eerst had ik het niet door. Die koolmezen wel, die vlogen van voor naar achter om meer noten. Totdat ik het in de gaten kreeg!

Het terug jagen van die haan had geen zin. Het was net krijgertje spelen. En ik moet zeggen Groningse Meeuw is nog behendig hoor. Lachen, ik gaf het op. Weet je wat haan kijk jij maar. Daar besteed ik mijn pinda’s niet aan. Ga jij maar scharrelen met je dames op het wilde pad. Ze waren aardig aan de gang. Veel bladeren in de border lagen lekker overhoop. Ze vinden het heerlijk om de bladeren opzij te gooien. Dus ik kan weer aan de slag. En zo beleef je steeds weer wat. En weet je, je wordt het nooit zat. Na een tijdje waren de haan en zijn gevolg een stuk verder weg. De koolmezen konden hun noten gang weer gaan. De ontzagwekkende haan was vertrokken …


Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu