De definitie van een column .....(klik op plusteken)
  Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van 't Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten. Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

column nr: 23

We rijden door de zak van Zuid Beveland, ik zit achterin, Piet rijdt en voor mij zit de 99-jarige moeder van Piet. Het is mei en het is prachtig. Ik geniet van mijn schoonmoeder die zoals gewoonlijk, uiteraard, in plat Zeeuws met Piet aan het kletsen is: wie er waar woont. Ik versta het goed, het is niet zo moeilijk dat Zeeuws. Alle A’s worden E’s. Slaapkamer is sleepkemer.

“Hier woont toch Lou Vermue?” “Nee joh, die is allank wig, e-scheie, ze zit noe in Goes, ie is verderop ge weune bie een van de Winter.”

Ik hoor het allemaal, ene oor in andere uit, het is een constante stroom… Kijk Car hier woont een collega van Sjaak (Piet zijn broer), jahaaa lekker belangrijk!

Ik denk ondertussen aan deze dichtregels van Marsman die het landschap perfect beschrijven:

rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hooge pluimen
aan den einder staan,
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een grootsch verband,

Ik hoor voorin: “ojoh is die e sturve? `ie ei altied e rookt he, dan krieg je dat… “

Ik verbaas me over de kleur van de populieren. Ze zijn zo prachtig oranje bruin. Anders dan in de herfst glanzen ze. Over twee weken zijn ze gewoon weer groen. We rijden over allerlei kleine weggetjes langs prachtige boerderijen. Piet kent de zak van Zuid-Beveland als zijn broekzak. Nergens zie je hoogbouw, de tuinen zijn vaak heel groot en goed onderhouden. Bij veel kruisingen van dijken staat in het midden een Lindeboom. We rijden nog even langs Piets landje bij Nisse, de tarwe is nog frisgroen. Ik heb er al aardappels, uien en suikerbiet op zien staan. Het mooiste was toen er vlas stond en het hele veld lichtblauw wiegde in de wind.

Moeder, die Jobje heet, vertelt over de winkel die ze had, een kruidenierswinkel naast de kledingzaak van haar man. Van hard werken ga je niet dood, zij is het levende bewijs. Altijd hard gewerkt vanaf haar elfde. Ze was de oudste van de meisjes van een gezin met twaalf kinderen. Er werden geen lieverkoekjes gebakken toen. Alle verhalen komen voorbij, ook de oorlog en de watersnood.

We komen in het dorpje Wemeldinge. Hier ben ik nog nooit geweest. Het is prachtig met een lange straat door de dorpskern met leilinden. Het is een pareltje dit dorp met verderop de kerk, er staan reusachtige bruine beukenbomen omheen, honderden jaren oud. De meeste dorpjes zijn ringdorpjes met een kerk in het midden met parkje voor, soms met een vijver, rond de kerk staan de schattige huisjes met klimrozen.

Regelmatig rijden we tegen de dijk op om even het uitzicht te hebben over de Westerschelde.

Moeder geniet van de bloeiende appel en perenbomen. “Deze zijn van Jan van Ploon” zegt Piet, het zijn Kanzi’s een nieuw appelsoort, hij krijgt er veel voor vandaar die hagelnetten erover. “T is waar“, zegt moeder. Dat zegt ze vaak.

Ik zie nu ook een wiel of een weel, Piet weet het verschil. Ik vraag het nog even voor de zekerheid. Zijn het watergaten veroorzaakt door een dijkdoorbraak van zee dan is het een weel. Een wiel ontstaat door een dijkdoorbraak van een rivier. Wat ik zie zijn dus welen. De meidoorn bloeit nog niet, over twee weken is het heggenlandschap nog mooier, overdonderend haast, lente in het kwadraat. De lucht is dan bezwangerd door de meidoorngeur. Dan gaan we weer kijken is de afspraak.

Ik hoor moeder zeggen “jammer van zun zeune, wat een echte lapzwans te lui om aan z’n gat te krabben, niks van terecht gekomen…” “ En wat doet zijn broer ook alweer, Adry heette hij toch?“ Piet weet het. Ik ben het weer vergeten, ene oor in andere uit.

We hebben onze eigen boterhammetjes meegenomen die hebben we opgegeten met wat kippensoep van moeder voor we het ritje gingen maken. ’s Avonds gaat Piet frietjes halen, we eten er de kippenpoten bij die Piet zijn schoonzus die ochtend op de markt heeft gekocht. Moeder heeft er nog sla en appelmoes bij gemaakt. Een vorstelijk maal. Op tafel ligt het tafelkleed dat nog van haar schoonmoeder is geweest.

Tevreden rijden we weer naar huis, dankbaar dat we haar nog in ons midden hebben.

(Alle namen op die van Piet, moeder en mij na heb ik willekeurig gekozen uit een reeks Zeeuwse namen die in gesprekken voorkomen, mocht je jezelf herkennen berust dat op toeval!)

Reageren? ... Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum]

⊗——het einde ——⊗

◄ klik plus voor schema WIE SCHRIJVEN DE VOLGENDE KEREN?

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 196 lezers

WIE SCHRIJVEN DE VOLGENDE KEREN?

Bekijk in LANDSCAPE stand (kantel uw portrait stand ) voor een goede weergave

 

Carla Brouwer Hellebrand

Carla Brouwer Hellebrand

CARLA BROUWER HELLEBRAND | Lezen, Koken | Natuur | fotografie | creatief | enthousiast oma | Vertelt graag te pas en te onpas hoe geweldig de natuur in elkaar steekt.

2 Reacties

  1. Aad Rieken
    25 mei 2021 at 09:43

    “Pietje en Piet, treffender kan het niet!”

  2. Aad Rieken
    25 mei 2021 at 09:06

    Mijn buurvrouw ook een Zeeuwse heette Pietje……..,
    haar man Piet, kennen ze daar geen meisjesnamen?