Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist - mogelijk tussen de regels door -  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van 't Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia


Misschien was ik elf, hooguit twaalf jaar. En ik keek in de spiegel. De goudbronzen rand omlijstte mijn gezicht in de donkere gang. Even het licht aan. Ik keek in de spiegel. In het doosje lagen oorbelletjes van kunststof. Lieveheersbeestjes. Kikkertjes. De zilveren ‘zweerknopjes’ die ik moest dragen toen ik bij de juwelier gaaes in mijn oren liet schieten. Een paar retro oorbellen in ‘no nonsense’ rood. Spiraalvormige hangertjes, door mijn vriendinnetje zelf gemaakt. Nee. Er lag niets bij dat me kon bekoren. Ze waren kinderachtig en van plastic, te groot of te rood.

Op een onbewaakt ogenblik zag ik mijzelf naar het kastje lopen. Achter de ruitjes van de vitrinekast stond het kistje. Ik maakte het open. In het kistje lagen de gouden oorbellen van oma. Mijn moeder had deze geërfd maar droeg geen oorbellen. Lang geleden wel maar de gaatjes in haar oren waren dichtgegroeid en ze voelde geen behoefte ooit nog weer een poging te wagen.

Het waren mooie geelgouden oorbellen. Massief gouden oorknopjes met in het midden een briljant. Ze voelden zwaar in mijn handen. Het briljantje twinkelde. Alsof het me een knipoog gaf en zeggen wou; ‘Probeer het maar’. Het was stil in huis. Ik draaide het kastdeurtje dicht en nam de oorbellen mee naar boven. Even uitproberen. In de badkamer. Even kijken hoe oma’s oorbellen mij staan…

Ineens hoor ik beneden gestommel en de stem van mijn moeder die binnenkomt. ‘We zijn thuis!’. Paniek schiet als bliksem door mijn lijf. Ik vlucht mijn slaapkamer in en verstop de oorbellen. Uit het zicht. Oh jee, ik had het moeten vragen. Waarom heb ik het niet gevraagd; ‘Mama, mag ik oma’s gouden oorknopjes eens passen?’ Dan had ik ze gewoon kunnen dragen in het zicht. In het licht. Om ze daarna weer terug te leggen. Daar waar ze horen. Te laat. Nu liggen ze hier. Te branden. In het laatje.

Dagen verstreken. Er gebeurde niets. Maanden. Totdat de vraag, tijdens het avondeten, voorbijkwam: ‘Weet iemand waar oma’s oorbellen gebleven zijn? Ze lagen altijd in het kistje.. in de vitrinekast’. De vraag klinkt neutraal, rustig. Ik sla mijn ogen neer. Met acht mensen aan tafel verandert ineens weer het onderwerp. Zucht… gelukkig, ik kan weer ademhalen. Ik durf de oorbellen niet terug te leggen. Bang voor de reactie. Bang voor de confrontatie. En het werd steeds moeilijker. Steeds zwaarder. Als een steen in mijn maag. Die rot-oorbellen! Ze zijn niet van mij. Ik wil ze niet en ik moet ze niet.

Maanden verstreken en er gebeurde niets. Jaren. Totdat, nu en dan, die vraag weer kwam. Op een verjaardag begonnen mijn tantes in een kring memoires op te rakelen. Over wat eenieder van oma geërfd had. Ik hoorde mijn moeder verzuchten; ‘Ja, ik hàd oorbellen. De gouden oorknopjes van ‘moe’ maar waar die gebleven zijn?’. Ik vluchtte de keuken in. Maakte maar een schaaltje met borrelhapjes..

Met dikke tranen, hortend en stotend, heb ik uiteindelijk de oorbellen teruggebracht waar ze thuis horen. Bij mijn moeder. Met lood in mijn schoenen en diep verdriet. De staart tussen de benen. Sidderend van spijt en trillend als een rietje. Uit schaamte en diep, diep ongeluk. Mijn moeder ’s vrolijke lach vulde de kamer; ‘Geen probleem Chris. Ik draag die dingen tòch niet maar ik ben blij dat ze er weer zijn. Leg ze maar gewoon terug. Dat is alles. Je weet waar ze horen en dan is het goed’. Ik kon mijn oren niet geloven. Ze was niet boos! Niets van dat. ‘Leg ze maar gewoon terug en dan is het goed’.

Van zondag 23 op maandag 24 januari jl. is mijn fiets gestolen. Een Batavus Diva in de kleur paars. Met 3V, crème-witte banden, een wit zadel en witte handvatten. Zonder mand of voordrager. Gewoon met de koplamp aan de stuurpen. Framemaat 62. Mijn fijne fiets! Gestolen uit onze achtertuin.

Tegen de dief zou ik willen zeggen;

‘Lieve Dief, ik weet hoe het is. Om iets weg te nemen dat jou niet toebehoort. Bespaar je het lood in de schoenen en de steen in je maag. Ik ben niet boos. Zet mijn fiets maar gewoon terug. Je weet waar ‘ie hoort. Zet maar terug en dan is het goed’.

zo zag hij eruit


Reageren? ... Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum]

⊗——het einde ——⊗

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 233 lezers

WIE SCHRIJVEN DE VOLGENDE KEREN?

Christel van Berkel

Christel van Berkel

CHRISTEL VAN BERKEL-VERLAAN | Columniste 2 per maand
Chaotische huisvrouw met ADD | Gepassioneerd zangeres en dirigente |
Gezegende vrouw van Arij | Liefdevolle moeder van Siri, Evi & Isaak