Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist - mogelijk tussen de regels door -  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van 't Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

‘Weet je wat het is, mama? Het lijkt me zo eng. Als je dood gaat dan kun je kiezen: begraven of cremeren. Het is allebei niks. Dan lig je onder de grond. Helemaal alleen. Het is er koud en donker. Cremeren vind ik ook eng. Dan ga je in een oven. In het vuur. Dat is toch ook niks?’. Angstige ogen kijken mij aan.

Het is even stil. Hoe leg ik dit uit? Het is ook niks, natuurlijk. Van de geboorte kunnen we ons niets herinneren. We kunnen ons er wel iets bij voorstellen. Dat het voor een baby een stressvolle aangelegenheid is. Bloot en koud. Al die bewegingsvrijheid in één keer. En dan die longen.. opeens wijd open. En brullen maar. Gelukkig weten we er zelf niets meer van. Ineens ben je onder de mensen.

Sterven is een ander verhaal. Het ene moment ben je nog onder de mensen, maar daarna.. wat dan?

‘Je weet toch hoe een slak er uit ziet?’, begin ik. ‘Zo’n huisjesslak. Als het slakje sterft blijft alleen het huisje over. Het omhulsel. Het diertje zelf is er uit. Alleen zijn verpakking blijft achter. Zijn huisje. De slak zelf is weg. Toch?’. De ogen kijken me nog steeds aan. Wakker, peinzend.

‘Zo is het bij dieren en zo is het bij mensen. Als je een egeltje ziet of een dode vogel, midden op de weg, is dat geen prettige aanblik. Toch? Dan wil je dat aan de kant van de weg brengen en netjes opruimen. Het ziet er niet fraai meer uit. Je wilt het een plekje geven. Opruimen. Zo gaat dat bij dieren en ook bij mensen. Dus het is niet zielig. Want de ziel is er uit (..)’.

Ik denk aan afgelopen zondag. Onze witte kerk is gesloten vanwege de vervanging van het ventilatiesysteem. Dat de ventilatie niet op orde is, kwam aan het licht in Corona-tijd. Nu hoop ik al een tijdje dat we de kerk met elkaar wat nieuw leven mogen inblazen. Te beginnen met het ventilatiesysteem. Hopelijk geeft het ons lucht. En nieuwe energie.

Gelukkig kunnen de vieringen tijdelijk worden gehouden aan de overkant, bij Inblik. Het werpt in ieder geval een nieuwe blik op het belang van het huis, de kerk. Het omhulsel. Ook tussen de pooltafel en de graffiti. Ook onder het licht van TL-buizen. Ook op plastic stapelstoelen, in de jeugd-soos, kun je kerk zijn. Het zijn de mensen. Die hun blik niet afwenden. Het zijn de mensen. Die de kerk het leven geven. Iedere zondag. Het zijn de mensen. Die vol bezieling handen en voeten geven aan de kerk.

Onlangs zat ik aan het sterfbed van ‘oma’. Die ik zo noemde, uit beleefdheid. Want alleen haar voornaam vond ik zo amicaal. We spraken over de dood. Hoe zou het zijn? Hoe zou het daar zijn? Als ze haar lichaam, haar huis, zou achterlaten.. zou overgaan naar Het Licht. Ze keek me wakker aan, peinzend.

‘Het leven op aarde is maar tijdelijk.’, zei ik haar: ‘Uiteindelijk zijn we slechts een stipje in de tijd en zien we elkaar weer daarboven’.

Haar ogen lichtten op. ‘Zou het?’ Ze glimlachte en keek me aan. Een twinkel in haar ogen.

‘Natuurlijk oma. Waar zullen we dan afspreken?’ vroeg ik haar. ‘Want die hemel ziet zo oneindig groot. Weet u, we zien elkaar bij de witte kerk. Daarboven. Als de ventilatie weer gemaakt is’.

Reageren? ... Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum]

⊗——het einde ——⊗

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 193 lezers

WIE SCHRIJVEN DE VOLGENDE KEREN?

 

Christel van Berkel

Christel van Berkel

CHRISTEL VAN BERKEL-VERLAAN | Columniste 2 per maand
Chaotische huisvrouw met ADD | Gepassioneerd zangeres en dirigente |
Gezegende vrouw van Arij | Liefdevolle moeder van Siri, Evi & Isaak

1 Reactie

  1. Aad Rieken
    30 maart 2022 at 11:10

    ”Ingeblikt………..,
    als Sardientjes!”

    Het blijft te lang stil aan de overkant.

    Tijdens de vergaderingen voorafgaand aan de bouw van de (Witte Kerk) Tent van God,
    waren er een handvol parochianen die zich tegen de bouw(vorm) verbaal uitspraken.

    Zij zijn niet meer in leven maar hadden op deze colomn hoogstwaarschijnlijk gereageerd.

    Zelf had ik geen probleem met de bouw, omdat de ligging ter hoogte van de Uiverlaan
    meer centraal was gelegen i.v.m. de burgemeesterswijk, Steendijkpolder en het Balkon.

    Maar als ik van-te -voren geweten had dat het bouwen van ”De Tent Van God” zoveel
    problemen (ook tijdens de bouw) met zich mee zou brengen had ik ook wijselijk gepast!