column nr: 49

We arriveren in de Belgische Ardennen, in een stiltegebied. Ongelooflijk dat we dit puzzeltje vroeger oplosten met een landkaart… nu dankzij een navigatiesysteem, hoe lui zijn we geworden. Dan zien we, ergens verscholen tussen de bomen, een huisje met een leistenen dak midden op een open veld met diverse ontluikende struiken en bomen. Als toegift 50 meter verder nog een huisje met lieflijke luiken, een uitnodigend bankje op de patio en een fruitboom in bloei bijna leunend tegen het huisje.

We openen en sluiten het hek, rijden de oprijlaan op bevolkt met kippen die niet opzij willen gaan, we stoppen uiteindelijk op het grindpad voor het huis en stappen uit. Ik spreid mijn armen, kijk uit over het weidse veld, adem in… een diepe zucht ontsnapt mij. Achter mij hoor ik geluid, ik draai mij om en zie dat een klein dametje uit het met leistenen bedekte huisje naar buiten komt met in haar kielzog een net zo klein manneke. Beide groeten ons met een uitgestoken hand. “Awel ge zeit vrug….wilkom wilkom, ik zen Isabella en dah is minne mins Antoinne”. We schudden beiden de hand en stellen ons voor. Ik prijs mij gelukkig dat ik met halve Belg Arie getrouwd ben en dat wij beiden dus geen enkele moeite hebben met dit dialect. Sterker nog, we vinden dit dialect net zo heerlijk als Brabants,Limburgs of Zeeuws.

Na een aantal beleefdheden, een rondgang door het huisje met de lieflijke luiken, overhandigt Isabella ons de huissleutel en wenst ons een fijn verblijf. Dat gaat vast lukken bedenken wij ons, wat een rust, weg van de hectiek, weg van de regen, eindelijk de zon, de winter duurt te lang voor mij zoals altijd.

We ruimen de kasten in en vanzelfsprekend ook de typische uit Nederland meegenomen boodschappen. Koffie, thee, beschuit, boter, hagelslag enzovoort en natuurlijk de afwasborstel, schoonmaakdoekjes, afwasmiddel, schuursponsjes… dat wat een goede huisvrouw natuurlijk belangrijk vindt. Al die spulletjes die ik als goede huisvrouw dan ook belangrijk vindt gaan natuurlijk in het gootsteenkastje.

Ik open het gootsteenkastje, zie iets wat mij aanstaart op zijn achterpoten staand en met een klap sla ik het deurtje dicht en geef een gil… Arie stormt de keuken binnen om te kijken wat er aan de hand was. Ik ben nu eenmaal een onhandige donder, val van trappen, struikel over randjes en belandt op die manier nog weleens bij de hulptroepen zoals een arts. “Een muis….een muis….ohhh”, krijs ik als een viswijf: “een muis in het gootsteenkastje… gatver… gatver….!!!!” Arie kijkt mij wezenloos aan: “Doe effe normaal zeg, schrik me rot, stel je niet zo aan!”.”

Stel je niet zo aan?????”, gil ik hysterisch.”Je weet dat ik bang ben voor muizen, dat ik angsten krijg bij de gedachten dat die muis weleens s’nachts aan de wandel gaat en gezellig naast me gaat liggen”.

Al stampvoetend loop ik het huis uit en roep: “Je bekijkt het maar, ik ga of in de auto slapen of naar huis maar die muis moet eruit, dus dat hij eruit of ik eruit.”

Dat had de gelegenheid geweest voor Arie om de scheidingsprocedure in te zetten maar dat was net een brug te ver natuurlijk. “Ben er klaar mee, edelachtbare, hysterische vrouw die over de rooie gaat om een muis…echt klaar mee”. Maar Arie is Arie en inspecteert het gootsteenkastje grondig en constateert dat er een gat achterin zichtbaar is, waarschijnlijk de verblijfplaats van de muis.

Buiten deelt Arie mij mede dat de muis verdwenen is via dat gat in de achterwand van het kastje. “Joh, die zie je niet meer terug.”.Ik hef mijn handen wanhopig in de lucht en stap op hoge poten af op onze verhuurders, de lieflijke Isabella en Antoine. Na een tik op de deur verschijnt Isabella in de deuropening. Na mijn verhaal te hebben gedaan “dat die muis er echt uit moet” krijg ik de vraag hoe de muis er uit ziet. Hoe de muis er uit ziet? Ja …gut een muis, vier poten, grijs en eng… o ja best wel een pluizige staart vul ik nog aan. Isabella legt uit dat het best muis Fred zou kunnen zijn van haar kleindochter.. die is haar muis kwijtgeraakt tijdens een verblijf in het huisjes. Maar Isabella begrijpt het volledig, ik moest mij geen zorgen maken, zij ging Fred wel vangen. Gewapend met een tas loopt ze mee naar het eens zo lieflijke huisje om voorbereidingen te treffen om Fred te vangen. We blijven buiten op de patio zitten, totdat Isabella weer verschijnt met de mededeling dat Fred binnen no time gevangen zal zijn.

Alles achter ons latend, genieten we van de omgeving. Ik loop op een gegeven moment naar de keuken.

Geheel in gedachten open ik het keukenkastje, buk om een vaatdoekje te pakken en sta oog in oog met Fred. Fred schrikt zich rot, draait zich om en rent over een plankje, blijf met zijn lange staart vast zitten aan het plankje en probeert, met plank en al, het gat in te gaan. De plank klettert naar beneden inclusief de staart van Fred. Ik geef wederom een gil en Arie stormt weer de keuken binnen. “Jeetje Y, wat nu weer?”

“Ahhhhhhhh ….ahhhhhh wat zielig”, hoor ik mij zelf zeggen en staar wezenloos naar het achter gebleven staartje op het plankje. Arie komt af op mijn ach en wee  en met een beteuterd gezicht vertel ik wat zojuist is gebeurd. “Arie zo zielig, wat een dierenbeul die Isabella, ze heeft een kleefplank in het kastje gezet, kijk Fred zijn staart zit er nog op….oh wat zielig…rot Isabella!”

Arie draait met zijn ogen … zucht en zegt: “Nou Y één ding weet ik zeker, zoals je wilde is Arie verhuisd maar dan naar een andere wereld….”.


Reageren? Blader naar beneden 
plaats jouw reactie hier
onder dit artikel binnen 30 dagen na publicatiedatum

⊗——het einde ——⊗

◄ klik op de plus voor het schema WIE SCHRIJVEN DE VOLGENDE KEREN?

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 431 lezers

WIE SCHRIJVEN DE VOLGENDE KEREN?

Bekijk in LANDSCAPE stand (kantel uw portrait stand ) voor een goede weergave

Yvonne Boeckx

Yvonne Boeckx

Yvonne Boeckx | Zaterdagcolumnist (2 wekelijks) | Maassluis.Nu

2 Reacties

  1. Leo van der Wel
    14 maart 2020 at 15:33

    t zijn inderdaad wel gemene dingen, die lijmplankjes, in NL niet verkrijgbaar, maar in BE wel.

  2. Aad Rieken
    14 maart 2020 at 10:05

    “Dit Muisje Heeft Geen Staartje!”