Column nr:  54

Ik hoorde op de radio een luisteraar die een plaat aanvroeg. Ze was net terug van een lange reis en gaat binnenkort opnieuw naar de andere kant van de wereld. Haar plannen deed ze niet uit de doeken, maar wel het feit dat ze voor de eerste reis haar huis verkocht had en alle inboedel weggegeven. “Het eerste keukenkastje was het moeilijkst, maar daarna ging het eigenlijk verrassend makkelijk”, zei ze. Het lijkt mij een behoorlijk ingrijpende zaak.

Ik kijk in ons huis rond en zie dat het inmiddels weer aardig is dichtgeslibd met spullen. Ooit vast allemaal nuttig en nodig, maar inmiddels veelal verstoft en vergeten. Wat is dat toch? Die verzameldrang die onze soort heeft. Is dat nog een restje oerinstinct? Jagers en verzamelaars, dat waren we in den beginne. En nog steeds jagen we op koopjes en verzamelen we bezit.
Het is tijd om op te ruimen, maar gek genoeg is er altijd wel een excuus. Want belangwekkender zaken te doen, of te mooi weer, of dat het echt eerst nodig is om het hoofd leeg te maken met een fikse wandeling. De verzameling onnodigheden loopt niet weg. Helaas. Verzamelt gewoon nog wat meer stof. En lijkt vandaag groter dan vorige keer dat ik keek. Wat doet dat autostoeltje op de overloop? Onze kinderen hebben inmiddels zelf een rijbewijs. Goed, nog niet allemaal, maar toch. O ja, ik weet het alweer: tevoorschijn gehaald achter een heleboel ander rommel voor een gastles op school. Was leuk, maar nu staat het daar weer werkloos.

En dan ineens krijgt één van ons toch de geest. En steekt de ander aan. Opruimwoede is kennelijk besmettelijk. De gangkast moet eraan geloven. Zonder omhaal halen we alles eruit en komen dingen tegen die we onlangs nodig hadden, maar niet meer konden vinden en toen dus nieuw hebben gekocht. Dat dus.
Het is zaak om tijdens zo’n opruimaanval niet teveel na te denken. Want spullen hebben het vermogen om in je hoofd te kruipen en je in te fluisteren dat het zonde is om ze weg te doen. Want er komt vast, binnenkort, een moment dat je daar vreselijk spijt van krijgt, omdat je ze dan net goed had kunnen gebruiken. Dus dempen we die hersengolven door haastig door te pakken.

Zo, klaar. Wat een leegte. Wat een overzicht. En alleen maar zaken die we ook echt gebruiken. Denken we. De kast was overvol, maar nu is er veel ruimte over. En dat gaat nu ook zo blijven, nemen we ons elke keer heilig voor. Wat rest is een bergje zaken die wat ons betreft een tweede kans verdienen in een huis waar ze wel frequent benut zullen worden. Gelukkig zijn er in Maassluis tegenwoordig genoeg winkels waar je die waar dankbaar kunt overdragen. En een ander bergje dat we zelfs daar niet meer durven brengen, omdat het te stuk is of omdat de kans dat iemand er ooit nog een sprankje nut in zal zien nihil lijkt.
De aanval van opruimwoede is net zo vlug weer over als hij opkwam. Eén kast gedaan, nog bijna een heel huis te gaan. Maar nu eerst het moment afwachten tot iemand de troep die nu in de gang in de weg staan, ook daadwerkelijk weg brengt …


 

Gerrit van Dijk

Gerrit van Dijk

Columnist op woensdag (1x per maand)| Dominee @ PKN Maassluis | @gdijkdijk op Twitter

1 Reactie

  1. Marja Gerkema
    8 mei 2019 at 08:34

    Heel herkenbaar!!!!