Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist - mogelijk tussen de regels door -  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van 't Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia


Voor de kerst lopen we de winkels plat voor boodschappen en zitten we voor de gezelligheid op ons gat, met of zonder kerstboom. We wensen elkaar gezelligheid en geluk. Maar, omdat niet alles in de samenleving koek en ei is, is er ook een onderling beroep op een besef over het omgaan met treurnis en wat de mensheid tegenzit.

We géven daarom zowel boodschappen aan elkaar als ontvángen ze van elkaar, om onze gedachten aan te scherpen óf om een hart onder de riem te steken. Dit over wat ons zwaarder op de maag ligt dan waaraan we ons bij het kerstdiner en kerstontbijt tegoed doen.

Is het een tijd van ‘We horen het in Keulen donderen’ of ‘Houd het roer recht en blijf alert en onderzoekend naar de beste mogelijke koers’? Beide zou je kunnen stellen, want zowel individueel als op het niveau van organisaties worden er wel degelijk deuken opgelopen, die we liever niet op de maag hebben liggen.

Op het persoonlijke vlak zijn er genoeg situaties die vragen om ‘een naar elkaar omkijken’. Op het andere vlak zijn er forse breuken in het sociale verkeer door het moeten thuiswerken en het tijdelijk, maar ook onvermijdelijk definitief, moeten sluiten van bedrijfs-/ winkeltoegangsdeuren. Het betekent dat we een weg moeten zien te vinden in zowel burgerlijke als zakelijke solidariteit.

Dit jaar sprak onze eerste formateur en Minister van Staat Herman Tjeenk Willink wijze woorden met ‘Laten we onderzoeken wat we willen, waarvan we mogelijk nog niet weten dat we dat tóch willen’. Ik beschouw het als een boodschap, omdat we met onze wetenschappelijke blik in het omgaan met de samenleving mogelijke benaderingen over het hoofd zien.

Eén ervan zou kunnen zijn dat er alles aan moet worden gedaan om de culturele sector, als hart van onze samenleving, op het droge te houden. Er blijft genoeg debat over voor maatschappelijke prioriteiten. Maar, om één belangrijke sector, die zowel zakelijk als politiek als op het vlak van gewaardeerd en noodzakelijk vrijwilligerswerk drager is van ‘wie we als samenleving zijn’, hoog te moeten houden dan betreft het wel de culturele.

Over wat de cultuursector dan behelst, moeten we niet in het ongewisse blijven. Het gaat daarbij over presenteren, publiceren, consumeren en conserveren van kunst en cultuur. Alhoewel kunst geen standvastige definiëring kent, omdat het steeds naar de actualiteit en geldende zienswijzen en opvatting vastgesteld dient te worden, verstaat men er iets moois of betekenisvols onder.

Kort gezegd is kunst iets dat met behulp van vaardigheid en verbeelding tot stand komt. Wat een prachtige boodschap is dat zeg! Dat betekent eigenlijk dat juist in deze feestdagenperiode we onze individuele (fris geboren) te overdenken boodschap, voor nu en 2022, bijvoorbeeld in het museum zouden moeten kunnen vinden.

Dús, volgend jaar is er in kerken, kloosters en musea take-away koffie om in een stoet te kunnen bezinnen (dus zonder beperking!) langs ons eigen ‘altaar’. Hoe eervol kun je gebruik maken van de boodschappen die velen gepassioneerden uit de vaardigheid en verbeelding hebben doen ontstaan?

Wanneer we de activiteiten die wij scharen onder kunst en cultuur lezen dan zien we dat ‘al wat wij in kerken, kloosters en musea in de geschiedenis op een voetstuk hebben gezet’ zich heeft uitgedrukt in schilderen, beeldhouwen, theater, muziek en dans, film, literatuur en architectuur.

Hiermee is onze culturele beeld weer wat opgefrist! Het begrijpend lezen over deze maatschappelijke symbolen is al een boodschap op zich! Wat mij daarbij tevreden stelt, is dat onze eigen Culturele Raad Maassluis haar 45ste jubileumjaar onder de aandacht brengt. Evenzo is het bemoedigend dat haar rol zowel inhoudt dat zij enerzijds onze stadsbestuurders beleidsmatig adviseert en anderzijds evenementen organiseert. Dit betreft dan een parallel met ons landelijk adviesorgaan van de regering en parlement voor kunst, cultuur en media, De Raad voor Cultuur.

Ik mis in de landelijke media de mogelijke boodschappen ter voorkoming van het laten wegdrukken van ons cultureel fundament. Dit zodat het diepgaand blijft uitnodigen tot nadenken over ‘waarvan we mogelijk nog niet weten dat we dat tóch willen’. Hiervoor dan te lezen ‘onze verwondering!’ die we daarvoor scherp moet houden.

De uitdrukking ‘We horen het in Keulen donderen’ is in tegelijk haar oorspronkelijke en tegenwoordige betekenis uitnodigend. Dit ten dienste van een boodschap om alert te blijven over de fase waarin we verkeren én voor creativiteit in het daarmee navigerend omgaan. Oorspronkelijk (enkele eeuwen geleden) had deze uitdrukking de betekenis ‘ergens onverschillig tegenover staan’ en ‘de donder is zo ver weg dat je je er geen zorgen over hoeft te maken’.

Deze uitdrukking betekent tegenwoordig het ‘ergens zichtbaar héél verbaasd over zijn’. Dat klinkt als verwondering! Ja, dat is wat ik zeker als ‘het goede’ dat ik graag dezer dagen uit boodschappen wil halen. Dit zodanig dat ook de betekenissen ‘onverschilligheid’ en ‘er geen zorgen over hoeven te maken’ voortkomen uit vertrouwen in de best mogelijke koers. Positieve verwondering doet niet denken aan angst voor iets waarvoor je op de vingers kan worden getikt. Het voelt als een lonkend perspectief om te kunnen blijven ‘onderzoeken wat we willen’.

Óp naar een jaar waarin glimlachen die behoren bij ons ‘creatieve culturele fundament’ én ‘plezier in onderzoek naar het schone wat nabij is’ niet de kans lopen te worden verdrongen. Ik vertrouw erop dat iedereen beloond wordt voor het met smacht kunnen uitkijken naar museumbezoeken, danstheaters of andere cultureel zinnenprikkelende activiteiten.

Er zijn zo van die boodschappen, waar je niet voor naar de supermarkt hoeft en die niet leiden tot een kast vol illegaal vuurwerk en de oren tergend gedonder rond de jaarwisseling. Maar wél: aansporingen met een aantrekkingskracht die de culturele sector op haar maatschappelijke waarde blijven inschatten. Dan zien we in dat alles cultuur is en de rest bijzaak, waaronder… een overvolle boodschappenwagen!


Reageren? ... Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum]

⊗——het einde ——⊗

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 152 lezers

WIE SCHRIJVEN DE VOLGENDE KEREN?

André Bruijn

André Bruijn

André Bruijn | Bruijn Management & Ontwikkeling | Organisatieadviseur | Integriteitscoach | Auteur | Gitarist | (Levens)kunstliefhebber